Cup-a-soup

woordsoep in een kommetje


geschiedenis

In 1974 waren we negen. Onze vaders hadden het er weleens over, maar om het historisch belang van een moment in te zien, moet je zelf eerst een beetje historie hebben. In juni 1988 keken we op de Korreweg – een beetje onwennig – naar de halve finale. Na het laatste fluitsignaal keken we elkaar aan. Wat nu? Iemand zette ‘Caroline says’ van Lou Reed op. Het had nergens wat mee te maken, maar we luisterden er bijna eerbiedig naar. Iemand anders kwam met het idee om ergens iets te gaan drinken. We fietsten naar de Grote Markt. Naarmate we dichterbij kwamen, hoorden we steeds meer mensen zingen en schreeuwen. Ook in ons clubje riep iemand zomaar ‘olé’. We keken hem geschrokken aan. De straten rond de Grote Markt waren een kolkende zee van steeds lavelozer brullende oranjefans. Na een halfuur durfde je zelf ook een keer mee te scanderen ‘Marco van Basten!’. Een paar biertjes later stond je ineens in innige omhelzing met een grote stadjer die je op andere uitgaansavonden waarschijnlijk dood had geschopt als je per ongeluk tegen hem aan was gelopen. Nog weer later die nacht zei iemand– die later kunstschilder zou worden – ‘het is een nacht voor grootse dingen. Ik zou nu wel een kind willen verwekken.’ De volgende ochtend kocht ik alle kranten.

 

Een dag of wat later deden we het allemaal nog eens, maar zonder Lou Reed. ‘De druk op het Russische doel neemt toe’ riep iemand die later geluidstechnicus zou worden. J. Kende ik toen nog niet. Hij keek de wedstrijden elders. In  het stadion. Tegen Duitsland en tegen de USSR. Tegen zoveel feest waren onze bankrekeningen niet bestand. Dat bracht ons – flat broke – samen op een ochtend op de stoep voor het academisch ziekenhuis. We slikten drie weken nifedipine, tegen betaling. Zonder schulden begonnen we aan de tweede helft van onze levens. Vol vertrouwen in de finales die nooit meer kwamen.

Published by admin, on July 7th, 2010 at 9:19 am. Filled under: Uncategorized

Leave a Reply