de slang in de bosjes
Ik doe een cursus. Die wordt voorgezeten door een geleerde vrouw die al bij de eerste bijeenkomst liet weten dat ‘goed onderzoek’ heeft aangetoond dat het merendeel van onze gedachten negatief is. Ons verstand heeft zich ontwikkeld in een evolutiestadium waarin negativiteit ons veel goeds bracht. In die jaren (we spreken ruim voor het eerste paarse kabinet) was overal om ons heen gevaar. De geleerde vrouw gaf het (veelzeggende) voorbeeld van de slang in de bosjes. De gedachte: ik waag me niet te dicht bij die bosjes, want er kan een slang in zitten, heeft een heleboel mensen het leven gered toen er nog daadwerkelijk slangen in onze bosjes zaten. Maar in een maatschappij als de onze, waarin alle wildleven succesvol is verbannen naar dierentuinen en verafgelegen wildparken zouden we met een gerust hart weer de bosjes in kunnen duiken. Tegelijk zouden we misschien eens een grote schoonmaak moeten houden op de stoffige zolder van onze geest. Ik ben van een generatie die negativiteit tot kunst verhief. Jou Division, Birthday Party, The Sound, doem. Een tegenreactie op het misplaatste gestrooi met bloemblaadjes in de jaren zestig en zeventig. Ik bleef liever uit de buurt van de bosjes, omdat je nooit kon weten of er een hippie in zat. Nu ik een bezadigde man met een jasje voor ’t net ben geworden, begrijp ik wel dat het allebei even belachelijk is. Toch heb ik steeds minder de neiging negativiteit en diepzinnigheid met elkaar te verwarren. Wees gerust: ik ga niet meteen roepen dat Kader A. tóch een belangrijk denker is. Maar ik ga wel vaker kijken naar Max Frisch’ wijze vraag die ik allang ‘met een hete breinaald in een plankje’ heb gebrand:
‘5. wenn sie alles lachen abziehen, das auf kosten von dritten geht: finden sie, daß sie oft humor haben?’