letter-to-the-editor-madman
Ik zal u mijn teleurstelling niet verhelen: ik ben een letter-to-the-editor-madman (ph. Roth), die veel boze brieven schrijft, die hij uiteindelijk niet verstuurt. De onderstaande had ik wel aangeboden aan de forumpagina van de Volkskrant. Ze wilden hem niet hebben. En dan doe je maar wat elke gek met een internetverbinding doet: je zet hem op je eigen website.
Hell, brought to you by X-Box
In Het Vervolg (6 februari) probeert Peter Van Ammelrooy een paar misverstanden over gamen uit de wereld te helpen. Een dapper gebaar, ter verdediging van al diegenen wier favoriete tijdverdrijf dagelijks het mikpunt is van spelbrekers die in de Wii, playstation en X-box het zoveelste werktuig van de duivel zien. Van Ammelrooy probeert met zijn stuk de ongeruste ouders van potentieel gameverslaafde jongeren gerust te stellen. Ik ben zo’n ongeruste ouder en hoe graag ik me ook zou laten opbeuren, mij overtuigt hij met dit artikel niet.
De uitdagende kop boven het stuk zet meteen de toon: ‘Nee moeder, ze worden er heus niet agressief van’. Dat doet denken aan de reclame van Peijnenburg, waarin een opgewekte stem herhaaldelijk roept: ‘nee, nee, er zit geen vet in ontbijtkoek.’ Dat kan kloppen. Maar er zit wel suiker in, veel suiker. En daar worden moeders lievelingetjes ook vet van. Van Ammelrooy lijkt zijn stuk naar Peijnenburgs recept te hebben geschreven: ontken de negatieve aspecten die eenvoudig te ontkennen zijn, en verzwijg de andere. De minpunten die hij wel aanroert (1. verslaving, 2. gezondheidsproblemen, 3. verlies aan sociale contacten, 4.gebrekkige intellectuele ontwikkeling, 5. gewelddadige inhoud en 6. navolging van het geweld, 7.schade aan de kinderziel, 8. sponsoring door de wapenindustrie 9. gebrek aan artistieke inhoud) ondergraaft hij met argumenten die op z’n zachtst gezegd niet helemaal zuiver zijn. ‘Cheaten’ heet dat in gamers-jargon. Ik noem drie voorbeelden:
- De kwestie rond de kwalijke effecten van gamen op de lichamelijke gezondheid hangt hij volledig op aan de vaststelling dat de ‘Engelse ziekte’ weer de kop op steekt. Dat blijkt, zo laat hij overtuigend zien, nogal mee te vallen. Over overgewicht, (4-5% van de Nederlandse jongeren lijdt aan obesitas, in de afgelopen 10 jaar is hun aantal verdubbeld) heeft hij het niet. Prof. dr. Hollander van de faculteit bewegingswetenschappen van de VU vatte dat probleem in een interview in 2005 kernachtig samen: ‘ze eten te veel en ze bewegen te weinig’. Zelfs met het veelgeprezen Wii-sports moet je nog flink doorboksen om je ontbijtkoekje te verbranden.
- De passage over het gebrek aan artistieke inhoud wordt uit hetzelfde deeg gekneed. Hij geeft drie voorbeelden van games die hij rekent tot de ‘hogere’ cultuuruitingen.
(1). Shigeru Miyamoto kreeg voor Donkey Kong en Super Mario een lintje en werd zo lid van de ‘Ordre des Arts et de Lettres’.
(2) Er is een game dat Dante’s inferno heet, ‘gebaseerd op het epos van Dante Alighieri’ (‘very loosely based,’) en
(3) in Engeland wordt zelfs mogelijk een ringweg vernoemd naar Lara Croft ‘onbetwist een internationaal cultureel fenomeen’. (Dat laatste kan ook gezegd worden van de vogeltjesdans, maar dat terzijde).
Geen kwaad woord over Donkey Kong. Maar als dit de hogere cultuuruitingen zijn waar de gamewereld sinds Pong (1972) en Pacman (1980) aanspraak op maakt, dan ben ik niet onder de indruk.
- Een derde en laatste voorbeeld van selectief waarnemen vinden we in de redenering ‘Games waarin je de slag om Waterloo nabootst of als burgemeester een stad bestiert (SimCity) scherpen het tactische en strategisch inzicht. Schaken is toch ook een spel?’
Zeker. Pim-pam-petten ook. Maar afgezien van de vraag hoeveel van onze jongeren een stad bestieren of Waterloo naspelen (ze zullen er zijn, ik ken ze niet) en zonder in te gaan op de vraag hoeveel strategen en tactici ons landje nodig heeft, moeten we vaststellen dat het zichtbare deel van de gamende natie heel andere veldslagen speelt. Van Ammelrooy noemt ‘Grand theft auto’ als gewelddadig spel en citeert uit een ‘top twintig van meest verkochte games’. In die top 20 zou GTA met een veertiende plaats het eerste spel met een gewelddadige inhoud zijn. Ik heb dat lijstje niet kunnen vinden. Maar na wat gegoogle kwam ik wel een heleboel andere lijstjes tegen, waarop de fantasierijke namen van andere games in de top 10 voorkomen. Ik noem er een paar: Modern warfare, Assassins Greed, God of War, Smackdown. Zonder uitzondering games waarin geweld met veel ziek genoegen voor detail een hoofdrol speelt. Een 14-jarig familielid liet me een jaar of wat geleden kennis maken met de hogere cultuuruitingen uit ‘Grand theft auto’ met de mededeling: ‘moet je kijken! Hij is al dood, maar als je op het lijk blijft schieten, gaat hij helemaal spastisch liggen trillen.’ Ik zag het. Dat brengt me op een punt dat Van Ammelrooy helaas laat liggen. Beschaving. Of je perse blij moet zijn met een kind dat ‘De olijke tweeling op kostschool’ leest, weet ik niet. Maar een kind dat (groep 3, bijna zeven, waar gebeurd) in het kringgesprek over toekomstdromen meldt dat het later ‘sniper’ wil worden, groeit mijns inziens wel op in een heel rare wereld. ‘Je houdt het toch niet tegen,’ zei de moeder van de 14-jarige. Ik ben bang dat ze gelijk heeft. Je kunt moeilijk op tegen de miljarden die de game-industrie besteedt aan gelikte trailers. Bovendien: er zijn inderdaad leuke, onschuldige ja zelfs educatieve spellen te koop. Als journalist heb je de luxe dat je de zaak van meerdere kanten kunt laten zien. Het is jammer dat Van Ammelrooy dat level heeft overgeslagen. De boodschap die uit zijn dappere poging tot relativering opklinkt, zal voor veel ouders aanleiding zijn om te blijven volhouden dat het wel meevalt. Stond in de krant. Ondertussen weet de auteur natuurlijk ook wel dat de PEGI-keuring een wassen neus is. Dat zelfs het kinderlijke New Super Mario Bros het niet zonder duivelse symboliek kan stellen, dat je zelfs in dit voor alle leeftijden geschikt geachte spel je doel alleen kunt bereiken als je onderweg een paar duizend schildpadden doodtrapt, niet in een bak gloeiende lava valt, of aan de scherpe punten van hororachtige stormrammen weet te ontkomen. Uiteindelijk kleeft aan alle spellen waarin de leeftijdgenoten van mijn kinderen geïnteresseerd zijn een nare geur van leedvermaak. Ik heb nog nooit meegemaakt dat een groep kinderen zo sterk de behoefte voelde om te lezen dat de pannenkoeken en de taart terzijde werden geschoven om snel in ‘Pinkeltje en de ijsheks’ te duiken. Wel heb ik al twee kinderfeesten meegemaakt waar kinderen al dan niet clandestien naar hun meegebrachte DS grepen. Dankzij Van Ammelrooy weten we nu dat dat geen a-sociaal gedrag is, maar interactiviteit ‘oneindig veel socialer dan gewone televisie’. Laten we ‘Nee moeder’ aangrijpen om eens serieus na te gaan denken over de beweegredenen achter onze gametolerantie. En over de vraag of we Dante echt op deze manier aan onze kinderen willen overbrengen. Brought to you by Xbox.