‘de eigentijdse hogere literatuur’
Ik heb een mening over het werk van Heleen van Royen. Dat mag, want ik heb een boek van haar gelezen. Een oud boek alweer: de gelukkige huisvrouw. Mijn mening is niet verrassend: ik vond het vaardig geschreven, maar het drong Tsjechov, Thomas Mann en Raymond Carver niet uit mijn toptien. Voor veel literaire tijdgenoten is Heleen geen schrijfster, maar een fenomeen. (Zeg hardop: ‘Heleen is een fenomeen’.) Het maakt niet uit of je iets van haar hebt gelezen. Ze is de boksbal geworden van mannetjes met ingewikkelde brillen die vinden dat het woord ‘literatuur’ zijn betekenis heeft verloren. Ik ben het met die mannetjes eens. Als je op een bakje met bio-industrieel varken een sticker plakt met ‘ecovlees’ wordt het varken daar met terugwerkende kracht geen blij varken van. Als je een vrolijk pornografisch niemendalletje een buikbandje voorziet met de tekst ‘literaire sensatie’ brengt dat de auteur niet eensklaps op dezelfde hoogte als JD Salinger. Met betrekking tot de gehaktballetjes van slagerij Van Royen (en de kadetten van de aanpalende bakkerij Kluun) lijkt het omgekeerde te gebeuren. We weten het niet, want de keuringsdienst is nog niet langsgeweest. Hangende het onderzoek plakken de mannetjes met ingewikkelde brillen er maar vast een fluorescerend plaatje op met de waarschuwing dat de balletjes en de kadetten van Van Royen en Kluun de literaire warenwet overtreden. Ik word daar altijd wat bokkig van. Vooral als het dédain uit de hoek komt van mensen die zelf geen deuk in een pakje literaire boter slaan. Maar ook de honorabele Jos Joosten, hoogleraar Nederlandse Letterkunde, die het trouwens voor Van Royen opneemt, mag op mijn warme irritatie rekenen. Joosten schrijft over Van Royens jongste, ‘de mannentester’: ‘Van Royen geeft in een fraaie, snelle stijl, in allerlei terzijdes en types rake cynische commentaren op, bij voorbeeld, hypes en quasi-engagement in het hedendaagse Nederland. Zo is dit een veel totaler boek, met meer eigentijdse relevantie, dan veel ander werk dat momenteel verschijnt.‘ Een nietszeggend copy-paste oordeel. Verwijder de auteursnaam en de titel en je kunt er als criticus weer een decennium tegenaan. Op http://www.heleenvanroyen.nl/pdf/vanroyen.pdf kunt u zien hoe Joosten aan de hand van zulke argumenten (vingers omhoog wie dit jaar nog graag een paar ‘totale boeken’ wil lezen of wie een schrijver graag in allerlei types rake cynische commentaren wil zien geven) tot dit oordeel komt ‘Maar als op dit moment totaal smaak- en visieloos knutselwerk als Dimitr Verhulsts Godverdomse dagen of bombastische edelkitsch als Enquists Contrapunt door de smaakmakers probleemloos tot de eigentijdse hogere literatuur worden gerekend, dan is er geen enkele reden om Van Royens De mannentester niet serieus te nemen.
Van Royen reageert op haar website - zoals te verwachten - met een raak en cynisch bedoeld commentaar. Ze noemt Joosten ‘ome Jos’ (cynisch!) en schrijft (raak!) ‘dat dit een van de STOUTSTE dingen is die ome Jos ooit heeft gedaan. Zij weet hoe zwaar en griezelig het is om tegen de stroom in te zwemmen. Ze vraagt zich af hoe ome Jos zich nu voelt, of hij al een reddingsboei nodig heeft, en laat weten dat ze niet te beroerd zal zijn hem uit het water te vissen als hij de overkant niet haalt. Of ome Jos nou “goed” is of “fout” maakt haar niet uit: Heleen redt iedereen.’
Wij, de vleugellamme ‘readers who just read and run’ kijken er met open mond naar. Joosten die tegen de stroom in de overkant probeert te bereiken (niet zelf proberen, dat kan alleen een hoogleraar) en mannentester Heleen die hem een reddingsboei toewerpt. Een vermakelijk spektakel dat niets meer met literatuur te maken heeft. Doorheen die dikke lagen zelfpromotie aan weerszijden van het beekje, ziet niemand het water meer. We zijn op onszelf aangewezen. Lezen. Er zit niks anders op.
Grappig commentaar van Van Royen, eerlijk is eerlijk. Joosten gebruikt te gemakkelijk het woord “fout”, dat is zijn linkse achtergrond, vrees ik. Maar! De crux van Joostens betoog zit hem toch in die “eigentijdse relevantie” - Joosten schuift op naar het Vaessens-standpunt; je mag als bschouwer een boek niet zomaar goed of slecht vinden, neen, er moet iets “eigentijds” bij, een modern theorie-handvat. Jammer.
Comment by Chrétien Breukers on February 4, 2010 at 9:02 pm
Dat “eigentijds”-etiket is inderdaad erg belangrijk geworden. En onbewust ga ik daar als eenvoudige sterveling in mee. Ik merkte dat pas toen ik Joke van Leeuwens Alles Nieuw onlangs las. Heerlijk boek. Maar op het moment dat ik bij het einde kwam en merkte dat we bij de jaarwisseling 1999-2000 uitkwamen, raakte ik in de war. Dat was toch haar nieuwe boek? Zit ik iets ouds van haar te lezen?
Schrijft een Nederlandse literator in 2008 nog steeds over de overige eeuw?
Nare vragen, die me deden beseffen dat ik meegenomen ben in de uitgeversmaalstroom waarbij alle boeken over NU moeten gaan, of een waarschuwende sticker “Historische roman” op zich geplakt moeten krijgen.
Ik heb mezelf streng toegesrpoken, en nu gaat het wel weer.
Comment by Jeroen on February 5, 2010 at 8:23 am
Hmm. Excuses voor de tikfouten.
Comment by Jeroen on February 5, 2010 at 8:24 am
Eigentijds of niet. Dat is vanuit het ‘nu’ moeilijker te beoordelen dan vanuit het verleden.
Comment by VoerVoorLezers on February 11, 2010 at 12:38 pm
dat begrijp ik niet. Het lijkt mij heel moeilijk om iets vanuit het verleden te beoordelen. Leg eens uit.
Comment by admin on February 11, 2010 at 1:03 pm