poëtische inspraak
Ik ben mannelijk lid van een clubje bezorgde ouders. Zo’n clubje gaat in de wandelgangen al snel een ‘commissie’ heten. Ik kan dus ook zeggen: ik zit in een commissie. Tijd om een dure aktentas te kopen en met een voorname kop door de straten in de buurt te paraderen. Dat je de mensen achter je rug hoort fluisteren: ‘die zit in een commissie, dat zie je zo’). Een lange zwarte jas, een hoed en een zwierige, mogelijk zelfs rode sjaal, een designbril… een wereld van heerlijke mogelijkheden. Maar met het oog op de raadsvergadering van morgen neemt de somberheid toch weer bezit van me. De taal. De uitgewrongen droge kaastaal van de hoger opgeleide die zijn deftige zegje doet. Iets akeligers is er niet. Dacht ik. Ik had beter moeten weten. Poëzie is overal, zelfs in de agenda van raadsvergadering. In dit geval in de vorm van inspraak (o dat woord!). Een buurtbewoner heeft tijdens een inspraakavond gezegd:
‘tussen de gevels kan het geluid moeilijk weg’
Wie het gezegd heeft, staat er niet bij. Maar ik ga er op aandringen dat deze zin in steen gebeiteld wordt. Een monument voor de vergeten schoonheid van de democratie.