Cup-a-soup

woordsoep in een kommetje


Oom Melnitz

Raphael Evers, rabbijn van het Nederlans Israëlitisch Kerkgenootschap en rector van het Nederlands Israëlitisch Seminarium, wil geen Duitsers bij de Dodenherdenking op 4 mei. Hij schrijft op de opniepagina van De Volkskrant ‘Wanneer de Nederlandse overheid Duitsers uitnodigt, wordt de indruk gewekt, dat het ‘allemaal niet zo erg was’ of dat het in ieder geval nu, 65 jaar nadien, ‘niet zo erg meer is’. Een vreemde redenering, vind ik. De aanwezigheid van de ambassadeur betekent volgens mij juist dat ook in Duitsland tot op het allerhoogste niveau de opvatting leeft dat het ‘wel heel erg was’. Het is begrijpelijk dat Evers ervoor pleit dat we rekening houden met de gevoelens van de overlevenden van de holocaust, hun kinderen en kleinkinderen. Maar er komt een moment, in 2010, 2045 of 2090, waarop de holocaust geschiedenis wordt. Zoals ook 1648, het jaar waarover Oom Melnitz vertelt in ‘Het lot van de familie Meijer’, het jaar van beestachtige moordpartijen door de Kozakken van Bogdan Chmielnicki. Oom Melnitz was erbij. Hij spookt bij zijn Joodse nazaten om ze te waarschuwen voor de haat die de Joden al eeuwen achtervolgt. Hij is een belangrijk personage, een boodschapper. Toch portretteert Lewinsky hem als een duistere schim op de achtergrond in een boek dat volgens mij vooral een (romantische) lofzang is op het leven. Freek de Jonge zei lang geleden: ‘als je nu nog tobt over Hitler, dan heeft hij de oorlog toch een beetje gewonnen.’ Ik zou zeggen: als je alleen Oom Melnitz uitnodigt bij de dodenherdenking, dan geef je Bogdan C. en zijn duistere helpers te veel eer. We moeten ons langzaamaan toch gaan afvragen voor wie we elk jaar weer onze rouwkransen leggen. Ik heb nog twee levende familieleden die de verschrikkingen aan den lijve hebben ondervonden. Beiden hebben inmiddels achterkleinkinderen. Het zou toch mooi zijn als die gewoon hand in hand met hun Duitse generatiegenoten mogen besluiten dat het anti-semitisme in onze contreien verworden is tot marginale folklore van een clubje diep-debielen. Misschien dat Oom Melnitz (’altijd als hij gestorven was, kwam hij weer terug’) dan eindelijk in vrede mag rusten. Het gevaar dat we vergeten wat er tussen 1933 en 1945 in Duitsland heeft plaatsgevonden lijkt me niet zo groot. De inwoners van een hele natie uitsluiten van herdenkingen op basis van hun nationaliteit wel. Ik geloof niet dat iemand er wat aan heeft als we doen of het organiseren van genocide een exclusief Duitse specialiteit is.

Published by admin, on January 4th, 2010 at 11:13 am. Filled under: Uncategorized

Leave a Reply