Cup-a-soup

woordsoep in een kommetje


Koken met Kader

Apple stuurt een reclamemailtje: ‘als het niet onder de boom lag, kun je het vandaag gewoon in de Macstore komen kopen’. Een onbedoelde maar prachtige samenvatting van de loze rituelen waartoe de vroege 21ste eeuwer is vervallen. Als je niet goed hebt gegeten met de kerst, kun je vandaag weer lekker zelf koken. Als je geen leuke familie hebt, ga je vanavond gewoon bij je eigen vrienden langs. Als je niet van dennenbomen houdt, koop je vandaag een berk of populier bij tuincentrum Osdorp. ‘Deze generatie vindt nooit meer iets bijzonder,’ verzuchtte zus Maggi eens. Zus Maggi leest een andere krant. Anders had ze wel geweten dat de bijzonderheden voor het oprapen liggen, als je je maar even wilt bukken om ze van de deurmat te halen.Kader heeft zich uitgesloofd om ons een uitgewogen kerstdiner voor te zetten. Al bij de amuse voel je: dit wordt iets bijzonders. De eerste regel:

‘De tijd wordt gemarkeerd, er gebeurt iets nieuws. Van de mensen wordt een antwoord gevraagd om dit geschenk.’ (de paus.)’

Precies zo staat het er. Dat maakt nieuwsgierig naar het hoofdgerecht, waar of niet? De tijd wordt gemarkeerd, er gebeurt iets nieuws en de mensen moeten antwoord geven op een geschenk.  Onbegrijpelijk lekker! Als je zelf culinair bent aangelegd wil je natuurlijk weten wat er in zit. Sommige gastgevers - heb je horen fluisteren - halen hun amuses kant en klaar bij de C1000. Dat zou Kader nooit doen, denk je. Of toch? Jawel! Dit juweeltje is een citaat. Van niemand minder dan Kaders nieuwe vriend, de Paus. Trouwe Kader-eters weten dat Kader een week of wat geleden met een groene sjaal om in de rij mocht staan om in de verte naar de paus te kijken. Sindsdien rekent hij Zijne Onfeilbaarheid tot zijn intieme vrienden. Hij leest zelfs een ‘mysterieus boek genaamd Jezus van Nazareth’ van de Paus. Maar ho! Eerst nog even de lepel aflikken.

Zijn bewakers overmeesterden de vrouw en de kardinalen hielpen de paus overeind, gaven hem zijn mooie hoge hoed terug en overhandigden hem zijn historische gouden staf, die iets verderop op de grond lag.’

Hee, denkt u, ik proef iets bekends. Dat klopt. Het was op de televisie. Twee miljard mensen hebben het gezien. Maar dat betekent nog niet dat Kader erover moet zwijgen natuurlijk. Liever niet, want dan missen wij Volkskrantlezers die ‘mooie hoge hoed’ en die ‘historische gouden staf’. Ziet u ze voor u?

Tijd voor de soep. Heldere bouillon verwacht niemand van Kader. Maar hij verrast toch weer met

Het boek Jezus van Nazareth is een levenslange studie van de paus. Velen zullen het misschien niet volhouden, maar met ontzag blijf ik stilstaan bij sommige frases: ‘Zonder verankering in God blijft de persoon van Jezus vaag, onwerkelijk en onverklaarbaar (…) De Evangelies willen de geheimvolle, op aarde verschenen Zoon van God als het ware met vlees omkleden.’

Alsof er een engeltje over je tong piest! Daar moet hij hulp bij hebben gehad, denk je. En ja, zo is het. Beetje van hemzelf, beetje van Rudolf Schnackenburg, die Kaders kruidenbuiltje met een handjevol krulvermicelli weet op te peppen tot een goddelijk soepje. Kader ontkent niks. Integendeel. Met ingehouden trots stelt hij zijn sous-chef aan ons voor: Rudolf Schnackenburg, de belangrijkste Duitstalige katholieke exegeet uit de tweede helft van de vorige eeuw.‘ Dat klinkt zuinig en bescheiden, vind ik: Duitstalig, katholiek en uit de vorige eeuw, de tweede helft nog wel. Niet helemaal Jonnie Boer, maar toch a force to be reckoned with. Althans door ons stervelingen. In de ogen van Kader, Jonnie Boer en de Paus is het maar een kleine jongen natuurlijk.

Dat merk je pas als Kader met een zwierig ‘Tataaaa!’ het hoofdgerecht op tafel zet. Beetje van de Paus, beetje van Kader. ´Nu de paus: ‘Ze hoeven hem niet met vlees te omkleden, Rudolf Schnackenburg. Hij had werkelijk vlees aangenomen. Maar de vraag die overblijft, is: kunnen we dit vlees vinden?’ Een mooie schotel, cooked to perfection. En helemaal hemels in combinatie met het subtiel gekruide bijgerecht:

Ik zie zijn boek als mijn eigen vondst en ben jaloers op hem als auteur, waardoor ik gierig zijn tekst met niemand wil delen. Maar nu hij in de Sint Pietersbasiliek op de grond gevallen is, geef ik u een passage van zijn boek als geschenk voor een voorspoedig nieuwjaar en om zijn pijn te verzachten.’

Ik word duizelig van genot. Zo’n rijk palet aan smaken! Het beeld van de gevallen paus die van de gulle Kader ter vertroosting een citaat uit eigen doos krijgt. En wij mogen ook delen in de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van Kaders genade. OMDAT de paus gevallen is. Begrijpt u wel? (Als u het niet begrijpt: geen man overboord. Het is niet iedereen gegeven de goddelijke mysteries van de kattelieke kerk te doorgronden.)

Er is nog meer. In zijn groene schort haast Kader zich naar de koelkast om terug te keren met een goudgerand schaaltje. Daarop de woorden:

‘Mozes mocht als mens God niet zien, waar staat Jezus? Wie Jezus ziet, ziet de Vader (Joh. 14,9).’Wow!‘*

Wow indeed! Dit is het moment waarop je besluit mes en vork neer te leggen en een beetje ruimte over te houden voor het dessert. Een wijs besluit. Want hoewel je dacht dat de maaltijd over zijn hoogtepunt heen was, weet de man met het groene schort je toch nog te verrassen met een Ferrero Rocher van eigen makelij. De camera zwenkt van de gevallen Paus en de vleesgeworden Jezus naar het verre vaderland. Een criticus zou zeggen dat dit chocolaatje een vreemd vervolg is op de gezouten hoofdmaaltijd. Maar Jonnie, Kader, de Paus, u en ik weten beter. Dit is waarachtige Très Haute Cuisine. Je vous présente le déssert:

‘Gisteren waren er veel demonstraties in Iran. Er zijn opnieuw doden gevallen in Teheran. Wat een jonge dappere generatie!’

 De volgende Mirza verschijnt op 4 januari. Vuurpijlen, de Paus, 7000 jaar Perzische beschaving, champagne, vreugdevuren en goede voornemens. U ziet ze ongetwijfeld terug in Kaders befaamde oliebollenmix. Een zaliger uiteinde lijkt mij ondenkbaar.

 

Published by admin, on December 28th, 2009 at 11:01 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

Zonder titel

kersttafel

Published by admin, on December 26th, 2009 at 10:21 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

de kerstkaartenmachine

anton_pieck_kerstfeestEerlijk zeggen: hoe vaak heeft u de afgelopen week met plezier in het hart een envelop geopend en blij gezucht  ‘ach kijk wat leuk, een kaartje van tante Agnes’ ? Als u geen tante Agnes heeft, mag u haar naam ook vervangen door ‘oom Zacharias, de oude buurvrouw uit de Soendastraat, neef Kobus van Jet van tante Emma, of de tandarts die u tegelijk attent maakt op zijn afwezigheid. ‘12 januari zijn we er weer’. Kerstkaartjes zijn erger dan de reclamefolders van Pizzeria Ankara. Daar kun je je theoretisch tegen wapenen met een NEE NEE-sticker. De bezorger van pizzeria Ankara spreekt geen Nederlands en kan ook in zijn moedertaal niet lezen, dus die folders die komen er wel. Maar dan kun je tenminste nog zijn baas bellen. Die roept enthousiast ´ís góed´ en stuurt een van zijn medewerkers langs met een quatro stagione vol Turkse worst. Die moet je dan wel weer zelf betalen, maar op dat moment heb jij - zoals mijn motorrijinstructeur dat noemde - ‘de regie in handen’. Bezorgers zijn het elitecorps van de Turkse Italiaan. Die spreken 40 woorden Nederlands, genoeg om te begrijpen wat ‘Geen reclame’ betekent. Die pizza is afgezien van de rauwe paprika en ui best te eten en jij bent blij dat je in elk geval iets hebt kunnen doen. Met kerstkaarten ligt het helaas allemaal een stuk ingewikkelder. Jet van tante Emma heeft - net als vorig jaar en het jaar daarvoor - geen gemakkelijk jaar gehad. De therapie is wel aangeslagen, ze doet weer zelf de boodschappen en laat met die kerstkaart zien dat ze langzaam weer klaar begint te raken voor wat directere vormen van intermenselijk contact. U stuurt haar geen kaart terug (want voor je het weet, belt ze op en vraagt ze wat jullie doen met Oud en Nieuw) maar de kaart ongeopend retour sturen is geen optie. Het aantal zelfdodingen piekt rond de kerstdagen en daar wil je niet per se het jouwe aan bijdragen. In het sociale verkeer geldt overal de voor-wat-hoort-wat regel. Je stuurt geboortekaartjes rond en krijgt een felicitatie retour. Je kind nodigt iemand uit voor een feestje met goochelaar en krijgt een uitnodiging voor een feestje met goochelaar terug. Je haalt vijf biertjes voor je vrienden, je krijgt er vijf terug. Helder. Het omgekeerde geldt ook. Je nodigt nicht Neelie niet uit voor je verloving, dan mag je ook niet op de hare komen. Met kerstkaartjes ligt het anders. Ik maak er al sinds mijn achttiende een luidruchtig punt van dat je mij geen plezier doet met een schuddebuikende sneeuwpop, een olijke kerstman, of een romantisch winterlandschap uit de laboratoria van Dr. Hallmark. Ik neem sowieso aan dat de mensen mij het allerbeste wensen. Ik ben in mijn eentje goed voor 25 inwisselbare kaarten met evenzovele inwisselbare kerstgroeten. Dat sommige mensen proberen hun kerstboodschap wat ‘persoonlijker’ te maken door hun kinderen met een kerstmuts op de foto te zetten, maakt het voor mij niet beter. Het is een vreugdeloos en bewerkelijk ritueel dat veel inspanning kost, maar in termen van menselijk contact niks oplevert. Ik maak er al 25 jaar een punt van. Toch blijven ze binnenstromen. Wie gelooft in de goede bedoelingen van zijn medemens denkt nu: wat een heerlijk onbaatzuchtige vrienden heeft die Maggi. Ik denk dat het anders zit. Ik denk dat het gewoon meer energie kost om de kerstkaartenmachine stil te zetten voor die zonderling, die zich maar blijft verzetten tegen loos vertoon van hartelijkheid, dan om hem mee te nemen in de volledig geautomatiseerde mailing. Een paar jaar geleden riep Hare Majesteit in haar kerstboodschap op om eens wat vaker een persoonlijke, handgeschreven brief te schrijven. Een oproep die in rul zand neerplofte. Begrijpelijk. U dacht: ik heb net 75 handgeschreven berichten de deur uitgedaan. Ik doe mijn plicht. Maar zo is het niet. De waarheid is hard: u vindt het een bezoeking om elk jaar die kaartjes te schrijven, voor degene die u een kaartje terugstuurt geldt hetzelfde. Er zijn - gunstig gerekend - vijf uitzonderingen. Uw lievelingszus en vier vrienden. Stuur die nou volgend jaar eens een brief waarin u iets schrijft over wat u werkelijk bezighoudt. Een investering die zichzelf snel terugverdient, want een handgeschreven brief met echte stukjes leven is een kostbaar geschenk. Voor wat hoort wat.

Published by admin, on December 21st, 2009 at 10:27 am. Filled under: Uncategorized2 Comments

De Verenigde Emeritaten

In de hedensochtendse Volkskrant houdt Bernard van Praag een dapper pleidooi voor een loonmatiging bij oudere werknemers. Ik denk dat onmiddellijke afschaffing van de hypotheekrenteaftrek, gekoppeld aan verviervoudiging van de benzineprijs en wegenbelasting onder gelijktijdige invoering van het rekeningrijden politiek gezien een stuk haalbaarder is. Vandaar: dapper. Ik moet eerlijk zeggen dat ik tot vanochtend nooit van Bernard van Praag gehoord. Gelukkig plaatst de VK zijn credits onder zijn vlammende betoog: ‘Bernhard van Praag is emeritus universiteitshoogleraar toegepaste economie aan de Universiteit van Amsterdam´. Ik schiet niet meteen in een stuip van kwijlende bewondering als ik dat lees. Dat komt door dat ´universiteitshoogleraar´ dat op mij een tikje pleonastisch overkomt, een beetje zoals ´spuitgast bij de brandweer´. De titelinflatie grijpt om zich heen en het zou mij niet verbazen als er inmiddels mannen zijn die hun autoriteit kracht bij zetten door zichzelf ´emeritus hoogleraar aan de openbare basisschool ´t Meikoninkje´te noemen. Ik ben bang dat Bernard van Praag een poging deed om duidelijk te maken dat hij er nog wel een is met zo´n mooie jurk en een kekke baret. Het staat er wat onhandig, maar op zich ben ik niet vies van zulk professoraal autoriteitsvertoon. Some pigs are more equal than others.  De emeritus hoogleraar (heb ik wel eens verteld dat een boven mij geplaatste directeur in een door mij geschreven speech emeritus uitsprak als ‘emeritius’? Een verhaal dat nog wordt overtroffen door dat van een bevriende emeritius-Pabo-docent die een collega hoorde spreken over de Verenigde Arabische Emeritaten), Bernard van Praag begint zijn pleidooi aldus: ‘Er zijn in onze beschaafde samenleving een aantal politiek-correcte taboes die niet straffeloos doorbroken kunnen worden.’  Nou kun je zeggen: hij is geen emeritatus universiteitshoogleraar in de taalkunde, maar taboes die je zonder consequenties kunt doorbreken zijn slappe taboes natuurlijk. Dan kom je toch in de sfeer van het taboe op het koken van vrije uitloopeieren. Daarbij is ´politiek-correct´ zo goed als synoniem aan taboe. BvP had dus sterker kunnen inzetten met een simpel: ‘Er bestaan in onze beschaafde samenleving opvattingen waar je het niet straffeloos mee oneens kunt zijn.’ Dat ‘beschaafde’ kan ook nog wel weg. Als we eerlijk zijn kan die hele zin wel weg, want er staat niks in dat wij, niet-emiraten, niet allang wisten. Heb je bij zoveel klaarblijkelijke retoriek nog zin om verder te lezen? Ik wel! Er zitten nog veel snoepjes in die Van Praags weinig verrassende stelling (als mensen ouder worden, produceren ze minder, vreemd dat ze daar dan wel steeds meer voor betaald krijgen) schitterend illustreren. Wat verdient een emeritus universiteitshoogleraar die zinnen bakt als ‘Zolang het aantal niet meer zo blonde werkers in de beroepsbevolking laag was, konden wij ons de luxe en solidariteit veroorloven de beloning aan het eind van het werkzame leven niet te laten dalen’? Een zin waar ik uit solidariteit misschien nog een eurostuiver zou geven. Maar voor:  ‘Het is echter heel wat anders om deze onaangename waarheid als betrekking hebbende op de eigen persoon onder ogen te moeten zien‘ gooi ik niks in Van Praags rammelende bus. Loze gelijkhebberigheid van een man die zijn schaapjes op het droge heeft, maar niet de behoefte voelt zijn gemakkelijke gelijk in leesbaar Nederlands te formuleren. Dat hij in de laatste alinea roept dat Donners geluid niet nieuw is, dat er zestien jaar geleden al een roepende in de politiek-correcte woestijn was die het aandurfde om het taboe te doorbreken, komt niet als een verrassing. U kunt vast wel raden wie die roepende emeritus universiteitshoogleraar was. Vanitas etc.

Published by admin, on December 16th, 2009 at 10:35 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

Tieten

Het mooiste van Patricia Paaij vind ik haar hitje uit 1932 ‘je bent niet hip / je bent niet vlot / je ouwe fiets die is altijd kapot / je hebt een baan warvan je zegt / hij is niet goed / en hij is niet slecht / maar jij bent lief en reuzetrouw / jij hoort bij mij / en ik bij jou’. Dat gaf je als jongen, die het lied in 1946 voor het eerst hoorde op de grammofoonspeler het gevoel dat zelfs jij nog een kans had bij warmbloedige meisjes zoals Patricia. Dat gevoel was helemaal weg toen ik - ich bin doch auch nur ein Mann - gisteren (vrouw Maggi het huis uit, de kinderen naar bed) even stiekem langs de veelbesproken uitzending van DWDD surfte. La Paaij is een ongenaakbare Grande Dame geworden die zich zelfs te goed voelt voor Theo Maassen, meneer Tibbe uit Minoes, een slungel die met een door zijn moeder gebreide sjaal door Killendoorn fietst om de boze meneer Ellemeet eens een lesje te leren. Ik heb het gevoel dat de 80-jarige Patries nu niet meer de kant van de man met de fiets zou kiezen, maar zich kopjes gevend tegen de rijke schouder van Ellemeet zou vleien. Ze liet duidelijk blijken dat ze Maassen maar een ‘nobody’ vond. Niet hip, niet knap en ook al niet beroemd. Tja., dan houdt het op. Jammer dat Maassen zich even liet gaan met een grap die het Paaij te makkelijk maakte om mee te surfen op de verontwaardiging van publiek, presentator en op het gestotter van Playboy-baas Jan Heemskerk. Want Maassen had natuurlijk wel een punt: op een gegeven moment moet je het verval van je lichaam aangrijpen om je op de binnenkant te kunnen concentreren. Dat Paaij zei dat het ook allebei kan, mij lijkt het sterk. Er is in dit land, in deze wereld grote behoefte aan mensen die het aandurven oud en lelijk te zijn. (Ik zie daarin nog wel een rol voor mezelf weggelegd). En als Paaij het allebei kan, waarom laat ze dát dan niet zien. Dat ook, naast een paar gefotosjopte tieten. There I said it! Ik word altijd een beetje emosjoneel als het over borsten gaat. Vroeger kon ik hele avonden met mijn vrienden over borsten praten. Wij waren borstenmannen. Tegenwoordig hebben de meeste van mijn vrienden grotere borsten dan Paaij. Dan wordt het tijd om het over andere dingen te hebben. (toch niet vergeten hier Monty Python te citeren, die over Henry Kissinger zong:  ‘But you’ve got nicer legs than Hitler and bigger tits than Cher’.

Published by admin, on December 11th, 2009 at 10:20 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

Stemadvies woord van het jaar

Van Dale en Dagblad De Pers zijn een publiciteitsoffensief begonnen om zoveel mogelijk mensen aan te sporen te stemmen voor het woord van 2009.  Dit is de shortlist: griepcommissaris, hypotheekleed, Mexicaanse griep, oeps-gebied, ontvrienden, recessionista, spuugkit, tomtomburger, twitterazzo, zeilmeisje. Griepcommissaris, oeps-gebied, spuugkit, tomtomburger en twitterazzo zag ik voor het eerst. Enige gebruiksfrequentie lijkt me wel een voorwaarde, dus die vallen wat mij betreft af. Grote verliezer lijkt mij de tomtomburger, een uitvinding (leve google) van de partij van Thomthom De Graaf. De tomtomburger is (bron: Trouw.nl) een burger ‘die precies van de overheid wil weten hoe zijn (levens)weg loopt’. Ik heb ook een tomtom, maar het interesseert me geen mallemoerskont hoe mijn weg verloopt, als ik maar uitkom op de plek die ik zelf heb ingetoetst. Ook in overdrachtelijke zin lijkt me dat geen onredelijke eis. De overheid verwacht dat ik (wegen)belasting betaal, heft accijns over de wijn en whisky die ik drink voordat ik achter het stuur kruip en laat me de eerste 150 euro of zowat van de medicijnen die ik gebruik zelf bekostigen. Mag ik daar tegen het eind van mijn leven (op de plek van bestemming) een onsje zekerheid voor terugverwachten? En trouwens: wat is er mis met de oude wieg-tot-grafmetafoor? Daar zit alles in wat de moderne burger nodig heeft. Spuugkit gaat het volgens mij ook niet redden. Het zegt wel iets over de boze tijden waarin wij leven. Maar hoe vaak heeft u gedacht: had die chauffeur nou maar een spuugkit, dan was die perfide kwatter d’r stinkend bij? Het oeps-gebied (bron wederom Trouw.nl) heeft wel kroegpotentieel. ‘Ik vind die blonde wel lekker, maar mijn oeps-gebied zegt me dat ik beter m’n jas kan gaan halen’. Twitterazzo is ook niet slecht. Ik woon in een buurt waar nogal eens een helicopter boven cirkelt. Als je moet wachten op het journaal, zijn er in de tussentijd alweer twee nieuwe ramkraken geweest. Dankzij de twitterazzi ben ik tegenwoordig vrij snel op de hoogte van het wat en waar van de gepleegde overval. Nuttig. Griepcommissaris is een Vlaams woord dat mijn verbeelding prikkelt. Maar de Mex-griep haalt het eind van dit mediajaar niet, laat staan dat we de raad van griepcommissarissen nog vaak bijeen zullen zien. Recessionista is een woordspelige variant op ’fashionista’. Wie geen geld heeft om de laatste mode te kopen, trekt wat ouds aan. Dat deden u en ik toch al. Het lijkt me geen woord dat besteed is aan mensen die de moeite nemen om een taalsite te bezoeken en daar hun stem uit te brengen. Hypotheekleed bestaat al zolang er monopoly is. Bovendien zijn er ook mensen zoals schrijver dezes die van de bank geen lening krijgen omdat ze geen regelmatig inkomen hebben. Ook een vorm van hypotheekleed, waar het gezin Maggi al lang voor 2009 onder gebukt ging. Zeilmeisje, tot slot, lijkt me niet echt een nieuw woord. Het heeft een specifiekere betekenis gekregen door de zevenjarige Laura die met toestemming van haar vader naar sprookjesland wilde zeilen. Dat is uiteindelijk niet gebeurd. Volgend jaar is ze alweer acht en is het geen nieuws meer. De kans dat er onder zevenjarige meisjes een zeilepidemie losbarst, is niet zo groot. Daarmee verdwijnt het zeilmeisje in de golven van de tijd en blijft voor ons alleen ‘ontvrienden’ als serieuze kandidaat over. Na de eerste opwinding over al die loze digitale netwerken  is in 2009 het besef gekomen dat vriendschap niet bij de gratie van getallen alleen bestaat. Wie te veel op op Hyves rondhangt, heeft off-line een serieus sociaal probleem: ‘ik heb duizend vrienden op Facebook, maar ik durf niemand te vertellen dat ik bang ben in het donker’. Smaller is better. Liever een vriend in de kroeg dan honderd op LinkedIn. Vandaar dat veel early adopters nu begonnen zijn hun vriendenboekje op te schonen. In Amerika (Amerika!) worden al bonussen gegeven ter waarde van 1 hamburger voor iedere tien geloosde vrienden. Ontvrienden is daarmee de meest geloofwaardige en zeitgeistige kandidaat. Voor 2010 geef ik u alvast een woord om aan te ruiken. Een kanshebber, bedacht door mijn Facebook-vriendin en ex-collega Aly Freije: ‘rollatorassertiviteit’. Mooi hè?

 www.woordvanhetjaar.nl

Published by admin, on December 7th, 2009 at 9:14 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

Why come to Grunn?

Het gezellige Zuiderdiep

Het gezellige Zuiderdiep

Ik ben een liefhebber van Malcolm Bradbury’s ‘Why come to Slaka?’ een genadeloze parodie op de propaganda van het voormalig Oostblok, in de vorm van een fictieve reisgids. “Our serving women have girded their loins for the purpose of pleasuring you.” Als de winterschilder aanbelt, ploft ook de ochtendkrant op de mat. Dubbel feest: de halfjaarlijkse luxe glimmende Why come to Groningen-brochure zit erbij. Nou heb ik zelf helemaal geen luxe brochure nodig om mij aan te zetten tot een bezoek aan Grunn. Ik heb er dertien jaar gewoond en als het lot en mevrouw Maggi niet anders hadden beslist woonde ik er nog steeds. Maar ik weet dat westerlingen soms een duwtje nodig hebben, omdat ze denken dat Groningen verder weg ligt dan pak ze beet Gent, Parijs en Maastricht. Of omdat ze niet weten dat je in Groningen leuk kunt winkelen, uitgaan en dat ze er een echt museum hebben met echte kunst. Speciaal voor zulke randstedelijke debielen presenteert Groningen zich 2 x per jaar op z’n allerhipst. Het begint al op het voorplat waar een hippe jongen in een glazen bol (Martinitoren op de achtergrond voor de herkenbaarheid) op de besneeuwde Grote Markt in een microfoon schreeuwt. Hij trekt er een kop bij of hij klaarkomt, een wee moet opvangen of zeer uitbundig zit te schijten. ‘D’r mot wel emoosie in,’ had de PR-chef van stichting stadspromoosie gezegd. ‘Komt goeeed!’ zeiden de lui van het reclambureau. De eerste versie werd afgekeurd. Niks mis met de emoosie , ‘maar,’ zo zei de PR-chef, ‘het mist allure’, we zijn hier verdomme niet in Tilburg.’ Wat een geluk dat de acquisitie die week net een advertentie van restaurant ‘Seizoen’ binnensleepte. Over allure gesproken: ‘Hoge eetzaal en een entresol met uitzicht op het gezellige Zuiderdiep’. Een running gag die wekenlang meeging. ‘Wat doen we met die vrijmibo? Een borrel op het gezellige Zuiderdiep?’ Lachen! ‘Beter,’ oordeelde de PR-chef, maar die ijsbaan is nog te kneuterig. We zijn hier niet in Volendam’. ‘No sweat,’ zei de copywriter, dat passen we aan. En zo werd ‘gezellig wintervertier voor jong en oud’: ”Waar iedere zomer de paardenkeuring wordt gehouden, kun je nu een maand lang zwieren over het ijs. Met Glühwein en muziek’. ‘Paardenkeuring?’ zei de art director die toch ook alweer twintig jaar in Groningen woonde.  ’Bij de VVV zeiden ze dat er authenticiteit in moest,’ verdedigde de copywriter, ‘En trouwens, ik heb daar écht een keer een paard gezien hoor’. Daarna ging het snel. Van het Echte Museum met Echte Kunst kregen ze een tekst aangeleverd waar niets aan hoefde te worden veranderd. Prachttekst over Folkert de Jong, een kunstenaar ‘bekend om zijn levensgrote beeldengroepen van foam en schuim.’ Dat bekte lekker internationaal: ‘foam én schuim!’ Dat ze niet dachten dat ze hier in Zoetermeer waren. Maar de klapper was toch wel de 3FM Serious Request! ‘Bekende 3FM DJ’s sluiten zich zes dagen lang op. Zo vragen ze aandacht en zamelen ze geld in voor de strijd tegen malaria. ‘Pre-cies!’ zei de VVV-chef, ‘dat is authentieke Groningse ondernemingsgeest. Daar mogen we als Stadjers best trots op zijn, dat we met z’n allen zo’n stuk Noordelijke authenticiteit op de kaart hebben weten te zetten.’ Toen alles op dinsdagmiddag naar de drukker was, nodigde hij het hele team uit om een hapje te gaan eten bij Bistro ‘t Gerecht. Geen uitzicht op het gezellige Zuiderdiep. Dat was jammer. Maar veel Groningser dan aan de Boteringestraat waar het ‘lijkt alsof je 700 kilometer zuidelijker dineert door de sfeer van een authentieke bistro in hartje Parijs,’ kreeg je het toch nergens.

Ik verheug me zelf ontzettend op de omgorde lendenen van de ’serving girls.’ En zo zit er een stukje Groningen in ieder van ons.

Published by admin, on December 5th, 2009 at 1:41 pm. Filled under: Uncategorized4 Comments

Bitt’re smart

In alle consternatie vergat de concierge de versterker op te blazen. Het enige minpuntje tijdens de verder vlekkeloos verlopen aankomst van Sinterklaas op de school van mijn kinderen. Opvallende nieuwe trend: de ouders zingen de liedjes luid, streng en met hoorbaar verwijt aan het onderwijzend personeel. Dat ze je kinderen niet leren rekenen is een ding. Maar dat ze je kinderen niet leren dat er na ‘O jongens jongens ‘t is zo’n baas’ nog een paar coupletten volgen is ernstig. Het uurtje humanistisch vormingsonderwijs lijkt mij een ideale plaats voor een partijtje gezongen zelfreflectie. Ook de buurtregisseur (de vroegere wijkagent) kan in zijn klassepraatje mooi inhaken op het thema schuld en boete dat het Sinterklaasfeest aankleeft. ‘Het is bij de politie net als met Sinterklaas. Wie zijn best doet en zijn chips bij de Turkse buurtsuper netjes betaalt, die wuiven we vriendelijk toe. Maar ‘o wee wat bitt’re smart’ wie zijn colablikjes in de geveltuin smijt, die krijgt met de roe (toont de wapenstok) en als je het nog bonter maakt, dan ga je mee in de zak (toont afbeelding van een geknevelde arrestant).’ Een week geleden stond er een stuk in de krant over een actiegroep die kinderen weer zuiver en melodieus wil leren zingen. I’m all for it. Whatever happened to De Damrakkertjes met hun gouwen keeltjes? Weg met de loze feestelijkheden van de tandenfee, Sinte Maarten Mik Mak, Halloween, de speelgoedmiddag en de wekelijkse  ik-weet-niet-wat-er-te-vieren-valt-maar-verkleed-naar-school-in-je-roze-prinsessenjurk-is-altijd-feestelijk-dag. Minder, heel veel minder, is meer.

Zure ouwe man voelde toch zijn tranen branden toen een 300 koppig kinderkoor ‘Piet piet!’ begon te roepen en op het dak van de school daadwerkelijk een in Moren-tenue geklede Schwarze Peter verscheen. Het opgewonden geroezemoes in de schoolgangen daarna en de e-mail van de voetbalclub ‘kom zaterdagochtend de Sinterklaaszenuwen lekker van je aftrappen’ maakten alles weer goed. Sinterklaas arriveerde in een bakfiets. Ook heel mooi. Ode aan de Sint die zelfs in de krappe bak van de fietsfabriek zijn waardigheid te behouden wist. Verder: vrijwilligers gevraagd om bij Bart Smit en Intertoys en in de bakken van de Free Record Shop alle Sinterklaas-ceedees voorzien van moderne ‘housebeat’ te verzamelen ter centrale vernietiging. Deze week gehoord: een Sinterklaaslied op de wijs van ‘Doe mij een toppertje en een breezer ananas’. Er zijn grenzen en ik weet wel een paar zangers die ze daar wat mij betreft over kunnen zetten.

Published by admin, on December 4th, 2009 at 10:03 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

Stil in Amsterdam

Het grootste deel van mijn leven vond ik er niet veel aan. Ramses was mij te theatraal. Zijn bekering tot de Bhagwan deed mijn waardering voor de persoon Ramses weinig goed. Vrienden namen bandjes op om je te overtuigen. Die beluisterde ik plichtmatig, daarna ging het bandje de kast in. Ik ben van het barbaarse soort dat liever luistert naar de Andre van Duin-versie van ‘Doorgaan’ dan naar het origineel. Toch zong ik eergisteravond met mijn jongste nog uit volle borst ‘Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy, want dan worrr je lekker nat’. Wie Nederlandstalige muziek niet bij voorbaat afwijst, kon toch moeilijk om hem heen.

Het keerpunt kwam voor mij bij de documentaire ’stil in Amsterdam’, vooral bij het luisteren naar het live uitgevoerde titelnummer. Dat is geen theater en als het dat wel is, dan is het goed theater. Voor een geloofwaardiger cocktail van muziek en inhoud kan ik hooguit verwijzen naar Brel. En dan kun je nog zeggen: het is de verdienste van de documentairemaker die op het goeie moment op de goeie plaats was. Dan zeg ik: stuur die documentairemaker dan maar eens bij Henk Westbroek of Gordon langs en kijk of-t-ie daar dezelfde breekbaarheid en oprechtheid vast weet te leggen. Een andere mooie, maar wrange, scene in de docu is het moment waarop de geestelijk afwezige Ramses in het verpleegtehuis glimlachend een optreden van Willeke Alberti bijwoont. Het zou mooi zijn als iemand Willeke daar de komende week eens naar zou kunnen vragen.

Published by admin, on December 1st, 2009 at 1:21 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments