Cup-a-soup

woordsoep in een kommetje


Aflevering 137

De woordsoep nieuwsbrief (’boutenkit’, aflevering 137!) is weer de deur uit. Wie hem ook wil ontvangen, meldde zich aan via: info@woordsoep.nl De aflevering van vandaag begint zo:

Ik heb een gevoelig deel van mijn leven in een stad aan de IJssel doorgebracht. Waarschijnlijk daarom vind ik ‘bouten’ zo’n fijn synoniem voor ‘poepen’. Misschien kent u het woord ook wel, hoewel u bent opgegroeid op de oevers van de Dollard, of langs de Maas. Ik heb het - evenals het weinig subtiele ‘kleien’ - zelf nooit buiten de koekstad horen gebruiken. Het is een mannelijk en robuust woord. Ik kan en wil niet denken aan boutende vrouwen. Omgekeerd heb ik ook moeite met mannen (ik ken er 1) die het woord ‘doddig’ gebruiken. ‘Doddig’ is een woord dat in dezelfde semantische doos ligt als ‘nagellak-remover’ en ‘poederdonsje’. Ik ben er al een poosje uit, maar ik veronderstel dat een dame die in het café aankondigt dat ze ‘effe lekker’ gaat bouten, haar doelgroep verkleint tot een selecte groep dronken griezels en slechthorenden…

Published by admin, on November 29th, 2009 at 4:09 pm. Filled under: Uncategorized2 Comments

Rommelpiet

Maggi jr. mocht op school zijn schoen zetten. Een mooie traditie die wat mij betreft nog lang mag voortduren. Zonder god en straffe vaderhand is het niet altijd even makkelijk je kinderen in het gareel te houden. Sint en Piet bieden uitkomst en je arsenaal aan dreigementen vertienvoudigt gedurende een maand. Probeer deze maar eens: ‘Ik denk niet dat Zwarte Piet veel zin heeft om bij jongetjes die om tien voor half negen hun jas nog niet aan hebben chocoladeletters in de schoen te doen’. Of het wat minder elegante: ‘voor ondeugende kindertjes heeft Sinterklaas op 5 december niet zoveel tijd’. Als u zelf geen kinderen heeft: het kan ook met het vervelende joch van 265-hs. ‘Heeft je moeder eigenlijk verteld wat Sinterklaas doet met jongetjes die hun AA-flesjes bij buurman in de voortuin gooien?’ Zeker als de boodschap sissend en met een licht krankzinnige blik wordt gepresenteerd, hoeft u die flesjes tot 7 december niet meer zelf op te rapen. Bon. Maggi jr. komt op school en ziet dat ‘rommelpiet’ de hele klas overhoop heeft gegooid. De puinhoop is onbeschrijfelijk. De telramen liggen op de grond, de banken zijn omvergeworpen, potloden en viltstiften slingeren door het lokaal. De ouders kijken elkaar veelbetekenend aan en zeggen dingen als ‘o, o, o, wat heeft die Piet er weer een rommeltje van gemaakt.’ Een jonge moslim, een van maggi junors goeie vrienden, kijkt er verbaasd naar. Het is een wonder dat er uit de wat extremere hoek nog geen roep klinkt om moslimkinderen zoveel openlijk vertoon van katholieke feestelijkheid te besparen. Dat hebben wij bij ons op school niet. Wij eten chocoladepepernoten bij het suikerfeest, de jonge moslims knagen een pauselijk stuk chocola weg als rommelpiet is lang geweest. Iedereen blij. (Ik wil niet cynisch lijken: ik ben er oprecht trots op dat het bij ons zo gaat.) De jonge verbaasde moslim begrijpt er niks van. Het is een zootje in de klas. Dat is normaalgesproken geen goed ding. Als hij erachter komt wie verantwoordelijk is voor de puinhoop, loopt hij naar het raam en schudt zijn vuist: ‘kom maar hier als je durft, rommelpiet. Dan sla ik je in elkaar.’  Juf en ouders sussen. Niemand krijgt hem uitgelegd waarom rommelpiet wel mag, waar hij dag in dag uit voor op z’n lazer krijgt. Meneer Maggi weet het ook niet. Hij loopt verward door de regen naar huis.

Published by admin, on November 26th, 2009 at 10:10 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

Kaders audiëntie

Kader verkneukelt zich in zijn - opmerkelijk helder geschreven - column over zijn bezoek aan de paus. Kader mocht samen met Cees Nooteboom en Caspar Berger naar Rome om de Paus te zien. Nou kun je je natuurlijk afvragen wie zoiets bedenkt. Ik bedoel: je mag drie Nederlanders afvaardigen om met een paar honderd buitenlandse kunstbroeders in de Sixtijnse kapel over kunst te praten. Ik veronderstel dat er zoiets bestaat als een interdisciplinaire werkgroep afvaardiging Nederlandse kunstenaars naar kerkelijk leiders van enig gewicht (in de wandelgangen kortweg I-WANK ). Die werkgroep komt bijeen, stelt een longlist op. Slaapt er nog eens over. Maakt beschaafd ruzie over de  voor dit doel door sommigen controversieel geachte kunstenaar Joep van Lieshout. Prikt een vorkje in een sterrententje en discussieert over de mogelijkheden de internationale allure van de Nederlandse Kunsten voor het voetlicht te brengen. ‘We moeten groot denken,’ zegt de werkgroepvoorzitter (die zelf denkt aan Andre Rieu, of Kluun (religie!) maar dat in dit gezelschap niet hardop durft uit te spreken), ‘wat we zoeken is iemand die kan optreden als ambassadeur voor de gehele Nederlandse kunstzinnige gemeenschap. Hij heeft altijd een brokje in de keel als hij die laatste vijf woorden uitspreekt. ‘Nou, da’s dan duidelijk,’ zegt werkgroeplid G. nog voor de biche alsacienne dans sa sauce bavienne wordt opgediend: Kader Abdolah, Cees Nooteboom, Casper Berger.

Dat ik nooit van Caspar Berger had gehoord, durf ik in dit gezelschap niet hardop uit te spreken. Het ligt aan mij. Hij is beeldhouwer. En als je zijn interpretatie van Michelangelo’s David op zijn website ziet, begrijp je wel waarom I-Wank hem heeft uitgekozen. Nooteboom en Abdolah ken ik allebei wel een beetje. Van Nooteboom zou je kunnen zeggen dat het meer voor de hand had gelegen als hij door de Verenigde Duitslanden zou zijn uitgezonden. Abdolah is een terechte keuze. Je kan van alles vinden (en dat doe ik ook) over zijn Koran-vertaling, maar hij is daardoor voor de paus toch een interessante figuur. Een tussenpersoon, een man die leeft tussen twee religies. Een bruggenbouwer tralalala.

Kader schrijft (VK 23 november, p. 24) ‘Via mijn geheime bron in het Vaticaan heb ik vernomen dat Paus Benedictus XVI iets unieks en persoonlijks aan mij in het bijzonder wilde laten zien, iets dat de moeder, de oorsprong van alle kunsten is. Paus Benedictus XVI wil de jas en de schoenen van Jezus aan me laten zien (…) die hij uit moest doen of af moest staan toen hij dat grote zware kruis op zijn rug moest dragen’.

Die Kader boft toch maar! 255 kunstenaars uit heel de wereld ingevlogen en dan haalt Paus Benedictus helemaal voor jou alleen die jas en die schoenen uit de kast. Dat lijkt en is te mooi om waar te zijn. Op de rechterpagina (VK 24 november, p. 25) staat een foto van de paus omringd door die illustere 255 kunstenaars.Kader is duidelijk herkenbaar. De paus kijkt net even de andere kant op, maar dat zal toeval zijn.  Het onderschift luidt: ‘De drie Nederlandse genodigden (…) zaten op de eerste rij. Abdolah zei na afloop: ‘er was duidelijk oogcontact. Ik was natuurlijk ook de enige die er Oosters uitzag’.

Published by admin, on November 23rd, 2009 at 10:30 am. Filled under: Kaderdag, UncategorizedNo Comments

En toch is het Sylvia Witteman

Het is mijn gewoonte niet pornografische romans te lezen of zulke dingen. Ik zie weinig reden om een uitzondering te maken voor ‘Genade’ van Tina Weemoed. Maar ik moet toegeven dat de gedachte dat de roman geschreven zou zijn door Sylvia Witteman me bezighoudt. Ik volg de beslommeringen van het gezin R. in het verre Amerika met aandacht en belangstelling. En ook voor Sylvia W. met huisgenoot P. naar Amerika vertrok, las ik haar hilarische, herkenbare en openhartige ego-documenten graag. Ze houdt van Carmiggelt, dat is sowieso al een groot pre. En wie haar columns (en kookrubriek) in de Volkskrant leest, begrijpt ook wel waarom. Vooruit maar: ik ben een fan. Critici in mijn omgeving (zure zeikerds) zeggen dat haar stijl soms over the top is, ‘te barok’. Toegegeven: daar moet je van houden. Maar de schijnbare achteloosheid waarmee ze de alledaagse waanzin van het gezinsleven beschrijft, altijd ruimhartig voorzien van treffende details (zonder ooit in botte clichees te vervallen) maakt dat haar columns ver uitstijgen boven de lichtvoetige Libelle-columnistes waar kwaadsprekers haar weleens mee vergelijken. Bovendien zitten er altijd scherpe - en dus menselijke - kantjes aan haar huiselijke verhalen, die niet zelden (= wel vaak) verband houden met drankmisbruik en andere menselijke tekorten. In short: Leve Sylvia Witteman in alle talen. Ze is de Charles Bukowski van het Nederlandse gezinleven.

Een week of wat geleden vroeg ik me op deze plek af wie toch de auteur was die zich schuilhield achter het pseudoniem ‘Tina Weemoed’. In een comment liet iemand (doorgaans welingelicht) weten dat het Zweifels ohne Sylvia Witteman was. Ik was daar toen nog niet zo zeker van. Maar sinds Wittemans (briljante!) column in het VK-magazine van gisteren, weet ik het zeker. Ze is er eens lekker voor gaan zitten om de mystificatie nog een tandje op te voeren. Daarbij probeert ze achteloos ook nog eens het hilarische gerucht de wereld in te helpen dat Tina Weemoed in werkelijkheid Marja Pruis is. De mooiste passage is deze: ‘Terwijl ik getroost stond te kauwen klonk plotseling bulderend ‘Mevrouw Witteman!’achter mijn rug. ‘Heeft u dat vieze boek nou geschreven?’riep een mij onbekende vent hardop tussen de dichte drom verregende frieteters, die uiteraard allemaal verrast opkeken. ‘Nee!’ riep ik en sprong in een taxi (…) Opeens was ik nergens zeker meer van. Denkend aan Kafka drentelde ik onrustig door de binnenstad.’ Een klassieke poging tot ontkenning die de kracht is van elke mystificatie. Heel bijzonder geestig. Maar waarom niet volstaan met de simpele mededeling: ‘Ich bin nicht Weemoed.’  Luister, lieve lezers, de grap heeft lang genoeg geduurd. Maar jullie hebben het mis.’ In plaats daarvan laat ze het mysterie op een geraffineerde manier voortbestaan. Maar mij houdt ze niet voor de gek. Of wel?

In de statistieken van mijn provider zie ik dat ik niet de enige ben die zich voor deze kwestie interesseert. ‘Tina Weemoed’ staat helemaal bovenaan in de lijst van zoekwoorden. Tot slot: weet u nog dat de ‘tekstwetenschapper’ Teun van Dijk Komrij ooit aanwees als schrijver die zich schuilhield achter het pseudoniem ‘Mohammed Rasoul’. (lees hier een uitgebreide verdediging van de methoden en resultaten van deze tak van wetenschap). Waar zijn die wetenschappers als je ze nodig hebt? Ik eis - uit naam van 131 woordsoeplezers - het onomstotelijke, tekstwetenschappelijke bewijs: Sylvia Witteman is Tina Weemoed!

Published by admin, on November 22nd, 2009 at 12:39 pm. Filled under: Uncategorized3 Comments

Roze kousen

belofte

Een rollercoaster van emoties in de krant vanochtend. Eerst valt mijn oog op deze foto. Barry Delaney, een gewone Schotse jongen in een krap - ik denk: modieus - jurkje op een kerkhof. Mijn aandacht heeft hij. Het onderschrift meldt dat de jurk een afspraak is. Twee jongens hebben afgesproken dat de overlevende op de begrafenis van de ander in jurk zal verschijnen. De overledene is gesneuveld in Afghanistan. Er hangt een druppel aan Barry’s neus. De jurk vergroot zijn verdriet uit tot in het ondragelijke. Dat zit hem in het contrast tussen het rauwe, mannelijke beroep van private Kevin Elliott en de vrouwelijke frivoliteit van het jurkje. We mogen er vanuit gaan (ik ga er vanuit) dat voor een jonge man - een soldaat nog wel - niks zo beschamend is als een publiek optreden in een sexy jurkje. Maar belofte is belofte. Hij moet hebben gezegd: ‘Kevin zou het voor mij ook hebben gedaan’. Het is een foto die vriendschap toont in al zijn absurde konsekwenties. Elders in de krant staat een interview met Dylan van Rijsbergen, schrijver van ‘het onbehagen van de man’. Die onderstreept het nog eens: ‘Mannen zijn doodsbenauwd om verwijfd over te komen. Ik was eens met vrienden in het café toen een van ons een cocktail bestelde waar nota bene een parasolletje in stond. Die hilariteit die dat gaf was enorm. Dat doe je niet als kerel.’

Barry Delaney maakt het veel bonter. In zijn roze kousen en zijn gele juupje laat hij zien wat het betekent een ‘echte kerel’ te zijn. Verwarrend.

Published by admin, on November 18th, 2009 at 10:45 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

NEN 0512

reepjesintVoor zover ik het me herinner, wordt er op de aankomstzaterdag soep gegeten terwijl op tv een deftige commentator (later vervangen door de wondere Diewie Blok, dochter van…) de verrichtingen van Sint en zijn aanhang verslaat. ‘O o o, wat doen die malle pieten daar nu toch weer?’ Ik dacht zelf dat het een 19e eeuwse traditie was, maar op de site van het Rijksmuseum zie je op een schilderij van Jan Steen al een met speculaasachtige koek gevulde schoen en een jongen met een roe. Er is veel over de Snieklaastraditie te zeggen, maar dat ga ik niet doen. Nou ja: hooguit dat het met dauwtrappen en het vuurwerk met Bommen Berend de enige Nederlandse traditie is voor welks behoud ik mijn handtekening zou zetten. Verder verwijs ik naar NEN 0512, een geestig document dat beoogt definitieve normen op te stellen voor een ordelijk en geslaagd Snieklaasfeest. Blijven wij hier zu Hause wel zitten met de vraag van de begaafde acht-jarige: waarom die schoen en geen doos, sok of fruitschaal. Cadeautjes immers kun je overal achterlaten.

Published by admin, on November 15th, 2009 at 10:21 pm. Filled under: Uncategorized2 Comments

Sinte sinte Maarten

In de Volkskrant van 11 november 2006 stond een stuk van Sjors Troelie over Sint Maarten. Goed stuk, althans voordat de eindredactie er zijn slappe eindredactionele sausje overheen goot. Sjors Troelie wist in dit stuk nog te verhullen dat hij er helemaal niet van houdt, van het geestloze en weinig swingende gebedel van welvaartskinderen. Maar dat gaat Sjors bij deze nog even in orde maken: Sint Maarten is een karakterbedervend feest dat kinderen leert dat ook laffe en halfhartige prestaties genoeg zijn om je de gebraden kippen in de mond te doen vliegen. En trouwens: er is al zoveel feest. Er is veel te veel feest om elk afzonderlijk feest nog als feestelijk te ervaren. Sint Maarten de wereld uit, te beginnen uit Amsterdam. Het patroon is: volwassene opent gespeeld verbaasd en verrukt de deur, de ouders/begeleiders van de kinderen zetten luid in, twee kinderen mompelen pro forma drie seconden mee en daarna mag het jonge volk graaien in een grote schaal vol chocola. Dat klinkt nog als een leuke traditie voor heel de buurt, maar dan vergeten we het kind met de glutenallergie, het kind dat geen kokos lust, het jongetje dat alleen fruit mag aannemen en de blagen die luid ‘gatverdamme’ krijsen als een lieve bewuste oma een zak mandarijnen in huis heeft gehaald. De resten van die mandarijnen zie je de rest van de week terug op de ramen van - in het gunstigste geval leegstaande - panden in de buurt. En ook dat zou je met een beetje gevoel voor folklore nog kunnen zien als neighbourhood bonding. Maar de liedjes verkloten elke mogelijk goede bedoeling achter het grote carriesfestijn. Slappe teksten op uitgewoonde en oververmoeide melodietjes. ‘Sinte Maarten Mikmak mijn vader is een dikzak / mijn moeder kijkt naar Sesamstraat / dat is wel een snoepje waard.’  Een snoepje waard? Says who? Een pak voor je billen, een boterham met tevredenheid en dan met de blote voeten naar bed!

We beginnen in dat gedeelte van de buurt dat lokaal bekend staat als ‘Goud West’. Verwachte opbrengst per kind: 2,5 kilo. Wie niet meezingt, binden we aan een lantaarnpaal, wie geen dankjewel zegt, krijgt een schop en wie zich laatdunkend uitlaat over de mandarijntjes sturen we uit logeren bij tante Ageeth. Ik heb d’r echt zin in.

Published by admin, on November 11th, 2009 at 9:56 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

Identitätsbescheinigung

identiteit

Eind augustus 1989 liep mijn Europese vrijvervoer af, omdat ik 25 werd. Ik besloot er nog een keer gebruik van te maken, op weg naar mijn tijdelijke woonplaats Hamburg, reisde ik via Berlijn. Een duur uitje. Mijn Europees vrijvervoer gold niet op de Oost-Duitse ijzerbaan en mijn paspoort was niet het voorgeschreven jaar geldig. Voor het laatste kreeg ik een Identitätsbescheinigung, een papieren bewijs van mijn bestaan. Op de terugweg moest ik er weer een kopen. Toen ik tegenwierp dat dat onzin was, omdat mijn identiteit in die paar dagen niet was veranderd, riep de dienstdoende kleppet: ’sonst werde ich Sie visitieren lassen’. Ik betwijfelde of ze daar mijn identiteit wel zouden vinden, maar schokte toch maar de gevraagde Westmarken. Twee maanden later reisde iedereen vrij van Oost naar West. Ik ben nog steeds blij dat ik de verstikkende leugens en de dreiging van de oude DDR nog net even aan den lijve heb mogen ervaren.

Published by admin, on November 9th, 2009 at 9:14 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

Toekomstdromen (23)

Het dromen over de toekomst hield nooit op voor Ermin. Als kind bezocht hij met z’n vader het Stedelijk Museum in Amsterdam. Daar zag hij ‘who’s afraid of red yellow and blue’. Zo’n kunstenaar worden, dat leek hem ook wel. Maar toen de leraar Nederlands hem ‘Zolang te water’ van Simon Vinkenoog te leen gaf, trok zijn belangstelling meer in de richting van het schrijverschap. Hij heeft van alles gedacht en gehoopt te kunnen worden. Hotelmanager in Salamanca, kamelendrijver in Kairouan, lijnvlieger voor een Braziliaanse binnenlandse maatschappij. Laatst nog zag hij een documentaire over mensen die in Antarctica leven en werken. Dan droomt hij meteen weg en ziet zichzelf in een knalgele bulldozer door de sneeuw ploegen. Hij weet inmiddels dat zijn tijd beperkt is en dat hij in het ontwikkelen van zijn talenten had moeten investeren. Het is te laat om kapitein op de wilde vaart te worden. Bovendien: wat weet hij nou van de sterren? Toch kan hij niet op de pier bij IJmuiden staan, zonder zichzelf - met de kleppet strak over de ogen - aan boord van een groot containerschip over de zee te zien turen. Hij werkt binnenkort 25 jaar als kraambouwer op de markt. Maar daarnaast mag zijn carrière als toekomstdromer niet onvermeld blijven. Zeg nou eerlijk: is zo iemand niet een eersteklas romantische figuur?

Published by admin, on November 8th, 2009 at 9:27 pm. Filled under: toekomstdromenNo Comments

Tina Weymouth

Weet u al wie Tina Weemoed is? Ik heb het na een kwartier googlen opgegeven. De suggestie dat het Grunberg is, wijs ik bij voorbaat van de hand. Te frivool en te klein van thema, lijkt mij. Iets anders: het was niet alleen mij opgevallen dat de naam Tina Weemoed veel doet denken aan de naam van de - door mij zeer bewonderde - bassiste Tina Weymouth van de Talking Heads. Zij is de vrouw achter het pom pom pom pom pom pom pom pompom van de wereldhit Psycho Killer uit 1977. Het verhaal gaat dat ze pas een half jaar voor de opnames van het album ‘77 voor het eerst een basgitaar in handen had. Daar kan ieder mens met artistieke bedoelingen hoop uit putten, hoewel de harde waarheid natuurlijk schuilt in de woorden  ’oefening en talent’. Verder hoorde ik haar op de radio een keer vertellen hoe ze haar 3-jarig zoontje met Talking Heads voorman David Byrne had horen praten in de New Yorkse metro. Op dat moment besefte ze voor het eerst dat Byrne de wereld zag door de ogen van een driejarige. Mooie verhalen, vind ik. Een pleidooi voor naiviteit. Maar ook hier weer: daar moet je talent voor hebben. Zou Tina Weemoed misschien gewoon een natuurtalent zijn, iemand die tot een half jaar geleden nooit een toetsenbord had (pardonnez) bevingerd?

Published by admin, on November 5th, 2009 at 10:15 am. Filled under: Uncategorized2 Comments

Kafka bij het CBR

Nou weet ik niet of u weet dat ik motorrijles heb. Neem het maar van mij aan. Ik doe op 17 november examen en het lijkt mij aardig als er iemand meemag om het geheel op de gevoelige plaat vast te leggen. Dat lijkt ingewikkeld, maar dat is het niet. Er rijdt namelijk een auto achter de kandidaat aan met daarin de examinator en de rij-instructeur. De meeste auto’s zijn tegenwoordig voorzien van een achterbank, dus ik zou zeggen: daar kan nog wel iemand bij. Maar mijn rij-instructeur zegt dat dat niet mag. Ik meen me te herinneren dat dat vroeger anders was en mail het CBR. Wat volgt is een vrolijk potje Kafkaesk mailpongen met een mevrouw van het CBR. Geniet u (vanaf de achterbank) mee:

Uw vraag: Ik wil graag dat een vriendin meerijdt tijdens het examen (motor) op de weg. Zij zou dan in de volgauto moeten plaatsnemen, tezamen met mijn instructeur en de examinator. Mag dat?

Geachte heer/mevrouw Erik,
Nee dit is niet toegestaan
Met vriendelijke groet,
CBR regio West-Noord

Dag mevrouw ***,
kunt u ook zeggen waarom dat niet mag?

Goedemorgen
Volgens ons regelement mag er bij geen enkel examen iemand mee rijden
Met vriendelijke groet,

 

goedemorgen nogmaals,

vroeger (auto-examen) mocht dat wel. Ik vraag me af waarom dat veranderd is. Wat is de reden waarom er niemand meemag?

vriendelijke groet,

 

Goedemorgen

Volgens ons regelement mag er bij geen enkel examen iemand mee rijden

Met vriendelijke groet,

 Dag ***,

 dat is geen antwoord op mijn vraag. Waarom staat er in het reglement dat er niemand mag meerijden? Dat wil ik graag weten.

vr. gr.

 Goedemorgen

Volgens ons regelement mag er bij geen enkel examen iemand mee rijden

Met vriendelijke groet,

 Dag ***, 

voor de duidelijkheid: ik wil graag weten wat er de reden van is dat het CBR in de reglementen heeft gezet dat er niemand mee mag rijden bij het examen. Dat het niet mag, weet ik nu. Dat het in het reglement staat ook. Nu nog de vraag: waarom mag het niet?

 vriendelijke groet,

 

Goedemorgen,

Dit is het beleid van het CBR u rijschool is hier ook van op de hoogte

Met vriendelijke groet

Published by admin, on November 4th, 2009 at 10:16 am. Filled under: Uncategorized1 Comment

Kader, de oermens en de koeien

Echte liefhebbers -zoals ik - wisten natuurlijk allang hoe hij eruit ziet. Maar met ingang van vandaag kunnen alle VK-lezers de bewonderde Perzische dichter en denker Kader A. recht in de ogen kijken. Henk Visch, de vaste Mirza-ilustrator is weg en de redactie heeft besloten Kader vanaf de schouders te tonen. Leuke foto! Het kleine flapje onwillig haar boven Kaders linkerhersenhelft geeft hem iets heel menselijks. Waarom Kader anders dan de andere VK-columnisten niet met z’n eigen stoel in beeld hoefde, daar kunnen we alleen naar raden. (Een flauwe suggestie: hij heeft geen stoel, ze zitten bij hem thuis op 7000 jaar oude Perzische tapijten).

Ter zake: ‘Gebarentaal’, VK 2 november 2009 is een meesterwerk. Soms moet je met een pikhouweel en een lantaarntje op zoek naar de briljanten in Kaders teksten. Maar vandaag knetteren de wijsheden uit zijn tekstverwerker. Leest u even mee:

‘Er zijn ruim dertigduizend doven in Nederland, bijna allemaal heb ik ze ontmoet.’ (…) Een gebarentaal is een opmerkelijke taal. De handgebaren van de oermens zijn er sterk in aanwezig. De Nederlandse gebarentaal is een van de meest natuurlijke talen die ik ken. Het heeft iets agrarisch, iets boers en dat vind ik chic’.

Ah zo bedoelt u. De handgebaren van de oermens, een van de meest natuurlijke talen, iets agrarisch. De dronken aardbei komt eindelijk tot zijn volle wasdom. En weet u: een potje vrij associeren over een willekeurig thema is voor iedereen wel eens goed of lekker. Zelfs als het gaat over een minderheidsgroepering van gehandicapten die het niet makkelijk hebben. Zelfs als het - zoals in het onderhavige geval - allemaal lulkoek de luxe is. Weinigen zullen de aanvechting voelen hun kinderlijke gefreewheel met de feiten ook op papier te zetten. Degenen die het toch doen, hebben meestal the good sense hun spel met de mogelijkheden van de taal ‘poëzie’ te noemen. Speels en onschuldig, of - om met Batavus Droostoppel te spreken - “Alles gekheid en leugens”. Kader niet. Die trekt een voorname kop en kijkt zijn volgelingen vanaf de maandagochtendkansel* streng in de ogen. Driekwart preek vol loze beweringen, onterechte aannames, pseudo-poetische bespiegelingen en regelrechte onzin leiden naar een vermaan aan de doven in Nederland. Dat doet Kader - zoals altijd - met een geheven vinger die autoriteit veronderstelt. En nou kun je (en dan zal ik knikken) gerust zeggen dat het in dit land ontbreekt aan charismatische figuren die zeggen waar het op staat en de verwarde 21ste eeuwer de weg wijzen. Ik denk alleen dat us Kader niet de aangewezen persoon is om ons de weg te wijzen. Dan komen Frans Bauer, Albert West en Yolanthe Cabau van Kasbergen wat mij betreft toch eerst. Ik geef u de finale van Mirza, VK 2 november 2009:

De dertigduizend doven in Nederland van wie er ten minste tienduizend jong, mooi, knap, gezond en gestudeerd zijn, zijn echter niet zichtbaar in deze samenleving. Ze zijn met zichzelf bezig, een beetje verloren in hun eigen wereld. / Dat kan, maar ze mogen zich nooit met de doven van de vorige eeuw vergelijken. De tijd om ‘een gehandicapte’ te zijn, is zo goed als voorbij voor de jongste generatie Nederlandse doven. Ze hebben geen recht meer om te klagen over hun beperkingen. Het klinkt hard, maar het is de werkelijkheid. Hun ouders en dit land hebben hun veel gegeven, ze hebben alleen nog niet veel teruggegeven aan de maatschappij. Waar zijn jullie gedichten, jullie romans, jullie grote kunstwerken, jullie markante wetenschappelijke ondernemingen? De techniek, de  computer, de mobiele telefonie, de vliegtuigen, de treinen, de uitgevers, de vaders, de moeders, de zussen, de broers en de koeien zijn allemaal tot jullie dienst geweest. Nu is het de beurt aan jullie. Je bent bijzonder. Laat je zien. Spreek!’

Ik geloof niet dat ik hier nog iets aan hoef toe te voegen.

* Dat is volgens mijn een van de verklaringen voor Kaders populariteit. Uit behoefte aan een geestelijke voorganger, hobbelen de mensen maar achter degene aan die zich het meest als de ouderwetse dominee durft te gedragen.

Published by admin, on November 2nd, 2009 at 10:22 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

Made you look

borststeunMade you look! zeggen ze dan in Amerika. Ik zag deze op de Admiraal de Ruyterweg (te Amsterdam) en kon het niet laten thuis even te gaan kijken. Op de achtergrond zien we een paar bladzijden uit ‘Nederland leest’ Oeroeg. In alle eerlijkheid: ik hoopte dat het een studentengrap was, een fanclub voor borsten in al heur verschijningsvormen. Het was natuurlijk iets anders. Kijk zelf maar op www.steundeborsten.nl

Published by admin, on November 1st, 2009 at 3:46 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments