Cup-a-soup

woordsoep in een kommetje


your logic is flawed

kraakstudenten

Sinds een week of wat zie ik dit als ik ’s ochtends naar de bakker loop. Ik heb mijn tentamen logica met goed gevolg afgelegd, dus ik meen wel iets te mogen zeggen over het waarheidsgehalte van de mededeling op het spandoek. Laten we beginnen met de vaststelling dat hier sprake is van een valse gevolgtrekking. Zoals mijn favoriete Borg-vrouw, 7of 9, zo mooi kan zeggen: ‘Your logic is flawed’. De mededeling valt eenvoudig te falsifiëren, door hem te toetsen aan de werkelijkheid. Stelt u zichzelf daarbij bijvoorbeeld de vraag: zijn alle studenten krakers? Of: was ik zelf een kraker toen ik nog studeerde? Of: zijn er regels die maken dat iemand per definitie geen student is als hij niet ook tegelijk een pand heeft gekraakt?

Laat ik voor mezelf spreken. Ik was student en ik heb nooit iets gekraakt. Dat geldt voor het merendeel van de mensen met wie ik heb gestudeerd. Ik kende wel een paar studenten die in een kraakpand woonden, maar die waren op een gegeven moment geen student meer, omdat kraken toch een tijdrovend gedoetje was, dat lastig te combineren viel met burgerlijke lulkoek als colleges en tentamens. Als die jongens en meisjes in het huis op weg naar de bakker nou hadden geschreven:

‘Ik kraak, dus ik studeer niet’,

dan had ik dat wel begrepen. Om te kunnen studeren heb je reinheid, regelmaat en rust nodig en daarvoor zijn kraakpanden niet de meest aangewezen plekken:

‘ga jij vrijdag nog mee naar die demo tegen alles wat uit Amerika komt?’

-         Nee, vrijdag doe ik een workshop veganistisch eten met honden

 

Ik vind het een nare manier van propaganda bedrijven. De impliciete boodschap is: wij hebben de deur hier ingetrapt en u heeft ons daartoe gedwongen. Als u onze studie nou eens wat ruimhartiger zou subsidiëren, bijvoorbeeld door te zorgen dat we een hypotheekje kunnen betalen twv de slordige drie ton die een appartement van 70 m2 in deze straat kost, dan hadden we dit pand niet hoeven kraken. Aan zo’n manier van redeneren komt nooit een eind:

 

Ik studeer, dus ik overval af en toe een tankstation.

Ik studeer dus ik neuk zonder condoom

Ik studeer dus ik doe aan joy riding

 

Als die spandoekkalkers nou eens echt zouden gaan studeren, dan zou die stamelende docent filosofie met zijn hippe baardje ze binnen een kwartier hebben uitgelegd dat drogredeneringen altijd naar de afgrond leiden. Dat wat leuk en logisch klinkt niet altijd leuk en logisch is. Maar ja. Die colleges vallen ongelukkigerwijs op vrijdag. Van oudsher een drukke dag voor krakende studenten.

Published by admin, on October 29th, 2009 at 10:30 am. Filled under: Uncategorized3 Comments

retentierecht

zo!

zo!

Retentierecht. Je ziet de Slavenburgse dikke deur al met z’n vette reet en z’n eigenwijze kop op een oliedrum zitten. Mooi dat ze hem hier niet weg krijgen! Nee, zolang er nog retentierecht bestaat in dit land, zit hij lekker! Kan niet schelen dat het uiteindelijk om een scheet en drie knikkers gaat. Als Sonny Slavenburg iemand een tientje leent, dan wil Sonny dat tientje terug. Nog voor de kerst as het effe kan, jaha? Zoniet, dan blijft slavenburg hier lekker z’n retentierecht uitoefenen. Net zolang tot-ie z’n tientje terugheb.

 retentie
de (v.); -s
1520 ‹Fr. rétention
  1 in de verb.
     (juridisch) recht van retentie
recht om een zaak die men van een ander onder zich heeft, niet terug te geven dan tegen voldoening van hetgeen men te vorderen heeft van de eigenaar van die zaak

Published by admin, on October 28th, 2009 at 10:15 pm. Filled under: Uncategorized3 Comments

monopoly

Waar ik al bang voor was, viel nogal mee. Ik dacht: er is geen monopoly meer voor de gewone middelhardwerkende man die met zijn kinderen in het late herfstmiddaglicht graag een hotelletje bouwt op de kalverstraat. Een deel van mijn vrees was terecht, want je hebt tegenswoordigs onder zeer veel meer Disney monopoly, Dam tot Dom-monopoly Monopoly city en monopoly wereldeditie. Maar tussen als die blije dozen stond tot mijn verrassing ook gewoon ‘Monopoly familie’. En dat is een exacte kopie van het monopolyspel waarmee neef Hans en ik negen dagen onafgebroken op de vloer lagen, terwijl de wind buiten aan de populieren rukte en de regen tegen de kleine ruitjes sloeg. (Hier zacht het intro van Sonnevelds dorp bij denken.)

De kleur van de kaartjes, de straten, de huisjes en hotels: allemaal gelijk gebleven. Natuurlijk heeft het geniepige zusje hier nog geen schier onzichtbaar merkteken achterop ‘ga verder naar kalverstraat’ gezet. En natuurlijk zijn de huisjes niet meer van hout. Dat is niet meer. Maar gelukkig zijn de bedragen voor schoolgeld, ziekenhuis, een station en dividend gelijk gebleven. Dat versterkt het fijne ‘vroeger was alles beter’-gevoel. Gedurende drie uur speel je de hoofdrol in je eigen remake van ‘De kleine waarheid’. ‘Nou jongens, ik weet niet hoe het met jullie zit, maar papa zou wel een lekkere warme kop chocolade melk lusten’. Ik was blij dat ik ziek thuis was, blij dat de kinderen zich zo makkelijk zoet lieten houden. Blij dat er klaarblijkelijk nog een markt is van beginnende ouwe lullen die weigeren elektronisch monopoly te spelen (dat bestaat!). Er zijn maar twee dingen waar ik niet zo blij mee ben: de pionnen zijn verruild voor een allegaartje van namaak-tinnen figuurtjes. Een zeescheepje, een hoed, een vingerhoed, een schoen en een kruiwagen. De bedoeling is om het spel daarmee wat extra tacky cachet te geven. Niet grappig. Verder is er een geluksdobbelsteen die het spel versnelt. Je bent niet verplicht hem te gebruiken, natuurlijk. Maar het is toch een beetje een carkit in een Volvo B16. Een anachronisme dat de herbeleving van de herfst 1973 in de Debussylaan in de weg staat.

Gelachen ook nog, trouwens. Toen mevrouw Maggi de (vergeten) Algemeen Fondskaart trok: ‘Je wint de tweede prijs in een schoonheidswedstrijd. Je ontvangt M10’.

Published by admin, on October 26th, 2009 at 10:32 am. Filled under: Uncategorized2 Comments

gesloten wegens ziekte

ja niks ernstigs hoor. Bijholte-ontstekinkje. Niet ziek genoeg voor langdurige verpleging in een verduisterde kamer, te ziek om meer dan 1 bladzijde in Explorers of the new century te kunnen lezen. Ik geef het even een paar dagen op. 26 november zijn we er weer.

Published by admin, on October 22nd, 2009 at 1:08 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

soepboek

woordsoep_280hadden wij het er, lieve lezers, nou al over gehad dat uitgeverij AFDH (www.afdh.nl) begin volgend jaar het beste van woordsoep bundelt in een nieuw prachtboek, simpelweg getiteld: woordsoep. Goeie naam, vind ik zelf. Het gaat overigens om een selectie uit de woordsoep nieuwsbrieven en niet om een bloemlezing uit de cup-a-soupjes. Hou de website van AFDH in de gaten (dat moet u sowieso doen, want de nieuwe AL Snijders, ‘vijf bijlen’, verschijnt daar volgende maand.

http://www.afdh.nl/verwacht.aspx?Boek_ID=56&PagID=2

Published by admin, on October 20th, 2009 at 10:00 am. Filled under: Uncategorized1 Comment

toekomstdromen (22)

Je kon er ook letterlijk over dromen, over de toekomst. Dat was Gerhard gelukkig maar een keer overkomen. In zijn examenjaar, vlak voor het mondeling tentamen geschiedenis, wandelde hij ’s nachts door de gangen van een druk universiteitsgebouw met zo’n rare platte baret op zijn hoofd. Iemand zei: ‘welkom in de tempel van de wetenschap.’ Een publiek van zeker duizend mensen volgde hem nieuwsgierig terwijl hij de trap naar het spreekgestoelte opging. ‘Professor Luykjens’ zal nu spreken over de rol van de kwantummechanica in het westerse denken van de afgelopen twintig jaar.’ Later heeft hij nog weleens geprobeerd te bedenken waar die woorden vandaan kwamen. Natuurkunde zat niet in zijn pakket en de enige plek op de wereld waar de wetten van oorzaak en gevolg voor de jonge Luykjens iets betekenden, bevond zich diep in het motorblok van zijn Kreidler. Voor het mondeling geschiedenis kreeg hij als enige leerling van zijn lichting een keiharde tien. Maar uiteindelijk heeft hij de tempel van de wetenschap nooit van binnen gezien. Bij de verzinkerij waar hij die eerste zomer vakantiewerk deed, viel hij op door zijn doortastendheid. Hij geeft er nu leiding aan twaalf mensen. ’s Avonds bekijkt hij oorlogsdocumentaires op DVD, of bladert in vintage handleidingen over bromfietsonderhoud. Hij ziet de verbazing wel als oud-klasgenoten hem tijdens de reünie vragen wat er van hem geworden is. Maar uitleggen hoe beslissend die droom voor zijn levensloop is geweest, daar begint hij niet eens aan.

Published by admin, on October 17th, 2009 at 9:52 am. Filled under: toekomstdromenNo Comments

Max Havelaar

Vandaag is het 150 jaar geleden dat Eddy Douwes Dekker aan zijn teergeliefde Tine schreef ‘Lieve hart, mijn boek is af!’ Dat boek was Max Havelaar, naar het gelijknamige fair-trade koffiemerk. Als Neerlandicus (und das bin ich) moet je geen gelegenheid voorbij laten gaan te zeggen dat Karel ende Elegast, Vondels Lucifer en de gedichten van Guido Gezelle meesterwerken zijn die in de wereldliteratuur goed mee kunnen komen. Zulke zendingsdrang is mij vreemd. Ik heb gestudeerd in een tijd waarin studenten nog langdurig aan boeken werden blootgesteld. (Levensgevaarlijke praktijken waar het ministerie terecht paal en perk aan heeft gesteld). Dat was niet altijd een lolletje. Ik heb - in alle eerlijkheid - mijn tentamens historische letterkunde met een mengeling van angst en weerzin afgelegd. Altijd voldoende, nooit met oprecht plezier in het hart. Neerlandici lijden vaak aan het StockholmOslo-syndroom. Ze vatten sympathie op voor de boeken die de jonge Neerlandicus ze een belangrijk deel van zijn jeugd in stoffige bibliotheken gegijzeld houden. Terwijl het buiten voorjaar was en de meisjesmondjes buiten gouden fluitjes bliezen. Als iemand mij tijdens het sluiten van de verkoopovereenkomst vertelt dat hij de Ferguut met zoveel plezier heeft gelezen, zie ik af van de aanschaf van de tweedehands auto die hij me probeert te verkopen. Er zijn maar een paar uitzonderingen op deze (zesde) hoofdwet van Marcus Maggi. De belangrijkste is Max Havelaar. Dat is een weergaloos boek, een boek dat iedereen moet lezen. En dat iedereen ook gelezen zou hebben, als de Nederlandse intelectualullia er niet zo deftig en voornaam over zouden doen. Daardoor denkt en begrijpt iedereen dat het een soort Jan Jannetje en hun jongste kind is. Onleesbaar en strontvervelend, maar een monument in de Nederlandsche Litteratuurgeschiedenis. Dat is Max Havelaar natuurlijk ook. Maar de reden waarom u het moeten lezen schuilt vooral in de energieke stijl en de superieure humor. Het is een woeste rivier met stroomversnellingen, ogenschijnlijke kalmtes, vastgelopen boomstammen en dartelende visjes, zeg maar. En het gaat ook nog eens ergens over, al is de boodschap 150 jaar later misschien niet meer zo prangend.

Published by admin, on October 13th, 2009 at 10:30 am. Filled under: Uncategorized2 Comments

Herman Brusselsman

Het dubbel-interview (een vondst op zichzelf) met Kader Abdollah was het beste wat vijftig jaar Nederlands-Vlaamse tv-betrekkingen hebben voortgebracht. Weet u nog? Kader die Brusselman konsekwent Brusselsman noemt en over het werk van zijn Vlaamse collega zegt:

“Wat heb ik gezegd: hij schrijft zo mooi over de liefde. Maar VIES! Met poep ermee. Hij sekst, maar met zijn seks is altijd poep. (…) Maar hij kan op elke vrouw ook, ik zeg Hij omdat hij de personage is, op elke Belgische vrouw hij zijn hand legt, elke Belgische vrouw gaat zijn benen wijd opendoen.”

Ik heb maar 1,5, misschien twee van de vijftig boeken van Brusselsman gelezen. Toch reken ik mezelf tot zijn trouwste fans. Dat gaat dan vooral over de interviews, over zijn vermogen onder alle omstandigheden volledig zichzelf te zijn. Kader of geen Kader. In het VK-magazine dit weekend: “In alle bescheidenheid: er zijn maar weinig schrijvers zoals ik (…) Wie heeft er nu een oeuvre van vijftig boeken die vol bullshit staan en die veroordeeld zijn tot het predikaat: het is altijd hetzelfde boek?”
Briljant.

Published by admin, on October 11th, 2009 at 10:18 am. Filled under: Kaderdag, UncategorizedNo Comments

vliegdag

De woordsoep nieuwsbrief (134, slegs vir ambonezen) begint aldus: mijn eerste vlucht maakte ik in 1989 in een Cessna van Eelde naar Hamburg. Ik kan me van die vlucht alleen maar de aangename opwinding herinneren en de overgang van het Noord-Nederlandse naar het Noord-Duitse landschap. Van Mondriaan naar Caspar David Friedrich. De tweede keer dat ik vloog, gewoon vanaf Schiphol in een airbus 320, zag ik de Alpen onder me doorschuiven en sloeg de Noord-Afrikaanse kustlijn me de lucht uit de longen. Zo mooi! Zo mooi! Het begon in 1996 met een sneeuwbui op JFK. De vleugels van het toestel (Royal Jordanian) werden gereinigd met een stofzuiger en na drie uur opsluiting hobbelde de A320 over de startbaan. Ik had nog nooit ’s nachts gevlogen en bij het woord ‘turbulentie’ dacht ik nog uitsluitend aan politiek oproer. In het personal entertainment system was een aardigheidje ingebouwd. Je kon de gesprekken tussen de toren en de cockpit op de vliegtuigradio volgen. ‘Zie je dat gele vliegtuig voor je?’ vroeg de toren, ‘rij daar maar achter aan. You’re next.’ Ik denk dat de bron van mijn vliegangst in mijn jeugd ligt. Maar dit was het moment waarop de opgeslagen angstvoorraden met een krachtige houw van de pikhouweel werden aangeboord.

Published by admin, on October 8th, 2009 at 10:24 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

Sushi op het kinderboekenbal

lekker lezen jongens!

boekpromotie

Meneer Maggi wordt langzaamaan een ouwe knorrepot, maar is zich er gelukkig nog net van bewust dat Kruimeltje, een krentenbol en een kop warme chocolademelk in een kinderleven niet meer garant staan voor een geluksbeleving van de allerhoogste soort. Dat gezegd hebbende: allemachtig wat moet er tegenwoordig een boel lawaai gemaakt worden om het dreigende oproer van de jongste generatie in de kiem te smoren. En allemachtig ook, wat kunnen de organisatoren van het Centraal Planbureau voor het Nederlandse Boek dat goed! Vlekkeloze aankleding met een snoeptuin, een in een chocoladefontein verzopen beeld dat chocolademelk uitpiest, een Tomada-droogmolen vol spekjes en een videoinstallatie die beurtelings spruiten, andijvie, sticky toffee apples en kaneelstokken laat zien. Indrukwekkend! En dan Marjan Luif die verkleed als haar oma in het gezelschap van Mieke van de gigantjes ‘rot op, rot op, rot op’ rapt; Pierre ‘de verschrikkelijke’ Wind die om de jonge lezer te plezieren twintig keer ‘kickuh’ roept. En (voor mij het hoogtepunt) een filmje over ‘the making of’ de grote koffer van chocola waarin de envelop met de winaar van de Gouden Griffel bewaard wordt. Luif gaat de zaal in en vraagt een kind wat het graag eet. De volwassenen wachten glimlachend af of hij ‘chips’ of ‘patat’ of “M&M’s’ gaat zeggen. Maar neen! ‘Ik vind sushi wel lekker,’ zegt het mannetje. I rest my case.
Niemand leest voor, nergens wordt een ogenblik stilgestaan bij de schoonheid van het geschreven woord, anders dan in de superlatieve bobo-taal van de jury. Wat een verademing om Peter Verhelst temidden al dat spektakel waardig, een beetje verlegen en zonder omhaal van woorden zijn prijs in ontvangst te zien nemen. Die wil naar huis, denk je. Om een boek te lezen. Of te schrijven. Ik ben een ouwe knorrepot, jawel. Natuurlijk heb ik ook genoten. Vooral van het spruitjesgevecht op het eind van de avond. En van de aardbeispekjes in de snoeptuin. Maar tegelijk denk ik: zou er nou echt ergens zo’n kleine sushi-eter bestaan, die na zo’n avond vaker met de zaklamp onder de dekens kruipt om het laatste hoofdstuk van de kleine kapitein uit te lezen?

Published by admin, on October 7th, 2009 at 10:32 am. Filled under: Uncategorized2 Comments

Dag van de leraar

Dag van de leraar

(kinderrumoer)

De schooldirecteur tikt geroutineerd met zijn knokkels tegen de microfoon. ‘Staat-ie aan?’

(Kinderrumoer.)
De schooldirecteur probeert het nog eens. Een verscheurende piep snijdt de ochtendlucht in twee gelijke delen.‘Goed ik geloof dat hij het doet. Kan iedereen mij horen? Ook achterin?’
(kinderrumoer)
‘Beste wrr smejes. Sties, allemaal en vrlll dat getrell samen fties knn drrr speciaal bedanken. Kggt pffrt gggggg op deze dag mnnghhh gdged in het zonnetje te zetten. Gdk rgkd ddg gg samen ddg op de wijs van Dikkertje Dap’
De schooldirecteur geeft de microfoon over aan een blonde vrouw die enthousiast maar onhoorbaar voor het publiek begint te spreken. De conciërge geeft een draai aan de knop. Er klinkt een droge knal. De blonde vrouw glimlacht vol verwachting naar de conciërge. De kinderen juichen.
We hebben weer geluid. De blonde vrouw begint te zingen. Schuin achter ons plaatst de vader van Hiram de eerste order van die dag. De moeder van Hylke doet geen pogingen haar gaap te onderdrukken. De ex-vriendin van de nieuwe moeder van Mila komt verbaasd het plein oplopen en vraagt of het nu al Sinterklaas is. Vier vrouwen met hoofddoekjes staan keihard te glimlachen. De sobere religieuze rituelen van hun nieuwe landgenoten komen altijd onverwacht. Maar dat betekent niet dat ze andermans geloof niet respecteren. De blonde vrouw begint te zingen. Volslagen onverstaanbaar, maar helemaal niet slecht. Een paar aarzelende ouders achterin brommen mee. De melodie is bekend, maar niemand kent de woorden. De kinderen duwen tegen elkaar aan en gillen boven de muziek uit. Bruce slaat Sterre met de meegebrachte roos op haar blonde koppie. Sterre gilt. Niemand grijpt in.
De directeur neemt de microfoon over en bedankt – veronderstellen we – de zangeres. Uit de geluidsinstallatie komt een dun sliertje rook. Wie lip kan lezen, ziet de directeur de woorden spellen: samen, met z’n allen, respect.

Published by admin, on October 5th, 2009 at 9:08 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

Troebel water

deusynligeDeusynlige betekent letterlijk ‘de onzichtbare’. In Nederland draait de film onder internationale titel ‘Troubled water’. Dat heeft als voordeel dat je niet hoeft na te denken over de vraag wie die onzichtbare is. Want dat de hoofdpersonen, een veroordeelde moordenaar die zijn straf heeft uitgezeten en de moeder van zijn slachtoffer in roerige wateren terecht zijn gekomen, wordt de filmkijker snel genoeg duidelijk. Bovendien verwijst de titel naar het orgelspel van de moordenaar die op verzoek van de kerkvoogd een kerkelijk lied speelt. Dat is Simon and Garfunkels altijdgroene ‘Brug over troebel water’, huiveringwekkender dan de uitvoering van Johnny Cash, die ook al heel diep onder de huid drong. Deusynlige gaat over morele dilemma’s. Over vergeving en verzoening. Alles overgoten met een royale christelijke saus (het is nou eenmaal een thema waar christenen een patentaanvraag op hebben lopen). Het is niet de bedoeling van de maker geweest je een avond lekker met M&M’s en een beugeltje grolsch onderuit te laten zakken. Veel lange en ongemakkelijke passages waarin je gedwongen wordt een standpunt in te nemen. En standpunt dat nooit lekker zit. Vergeven is iets moois als het om een illegale greep in de soesjestrommel gaat. Maar heregod! De dood van je eigen kind! De kunstgreep van de perspectiefwisseling (hier geen kinderachtige literaire grap) werkt extra beklemmend. We willen het beste voor die knappe jongen die zo mooi orgel kan spelen en ook nog eens leuk is voor de 4-jarige zoon van de dominee. Maar na de pauze leven we mee met de moeder van het nooit teruggevonden zoontje en willen we – ik wel in elk geval – de slungel die door zijn diefachtige geklooi een kinderleven beëindigt liefst zelf ook onder water houden tot hij zijn laatste bel uitblaast. Uiteraard komen die twee elkaar op het eind van de film tegen. En daar barst het ingehouden vuurwerk los rond de morele kwestie van de verzoening en de vergeving. De orgeltonen dreunen nog lang na in je hoofd. Wij van woordsoep houden niet van de sterren op de schaal van 1 tot 5 die je tegenwoordig overal ziet opdoemen om de kwaliteit van een kunstwerk te kwantificeren. Troubled water krijgt er twaalf.

Published by admin, on October 4th, 2009 at 10:38 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

Kung fu

debalWe zijn vroeg. Een vader die zijn zoon ‘Rinaldo’ heeft genoemd, schopt een balletje op het trainingsveld. Mijn zoontje staat er in vol voetbalornaat naast, maar padre heeft alleen oog voor zijn oudedagsvoorziening. Tien minuten later begint de wedstrijd. Return on investment. Rinaldo speelt ze allemaal voorbij, ook zijn ploegmaatjes. Hij schopt er zeven in. Zijn scheidsrechterende vader fluit fair, misschien zelfs wel in het voordeel van ons, de aan de kant gespeelde tegenstander. Ik moet denken aan de jonge kung fu-meester die Ad Verbrugge in zomergasten opvoerde. Die kon ook wel een paar kunstjes. Wij mochten er als kijkers over nadenken, of we dat wel een zinvolle besteding van zo’n jongens jeugd en jonge jaren vonden. Mijn zoontje scoorde niet. En hij mocht ook geen AA-drankje na afloop. Zoveel beslissingen, zoveel twijfel elke dag.

Published by admin, on October 3rd, 2009 at 12:48 pm. Filled under: Uncategorized2 Comments

Thalys

Ik reis graag met de trein. In de trein kun je tenminste verstaan wat de omroeper zegt, wat met de krakerige boodschap van de captain op 10 km hoogte meestal niet het geval is. Helaas (zo is berekend) ben je per vliegtuig sneller in Zuid-Frankrijk, Sarajevo, Lissabon of Las Vegas. Omdat tijd ook in de buxushandel geld is, kies ik meestal toch maar voor het vliegtuig. Behalve als de bestemming Parijs is (of ‘Paris’ zoals de Fransen zeggen).  Het grootste geluk dat je kunt hebben is een francophone chef du train die voldoet aan zijn wettelijke verplichting om de reizigers in 4 talen van informatie te voorzien.

Daams heringue arteluc velcomin unbord van Talisse nare Paris Nord. Mai namisse Jean-Flottant enique beh uw chef du train. Vai vragun u vrindluc uw ticket te alleng taidun bijutedragun. Volquend stationisse Antverpsantral.

gevolgd door

Cirque erte vargestin, erzlique welcomin ambord dieserre Thalys mitte bestimon Paris Nord. Mai nom iste Jean Flottant oundique binou chef du train. Vir fragun sie frontlique die farkartin dique-anse zaide bainen tsou tragin. Nègstun-alte Antwerpun.

en dan nog eens in het Engels. En om de vijf minuten, want het Thalys-team (equipe!) laat zich van zijn communicatieve kant zien. Er is een ‘moving bar’ (de ergste woordspeling in de geschiedenis van de Westerse mens) en die gaat dicht voor Brussel, is dicht in Brussel en opent weer na Brussel. Er worden stations genaderd, er wordt stilgehouden op stations, er wordt weer weggereden van stations. En dat allemaal viertalig, in het mooiste geval uitgesproken door een Fransman die zijn chef heeft kunnen wijzmaken dat hij fluent was in vier talen. Er is in Frankrijk toch niemand die dat kan verifieren. Heerlijk om daarna in Parijs te zijn en alleen nog maar naar Frans te hoeven luisteren.

Published by admin, on October 1st, 2009 at 9:23 am. Filled under: UncategorizedNo Comments