wie dit leest is gek
Ik schiet lekker op in ‘binnen de huid’. Ik heb mezelf de niet eenvoudige opdracht gegeven het helemaal uit te lezen. Het probleem is: ik begrijp de jonge Voskuil, op wiens dagboekaantekeningen de oudere zijn ‘roman’ baseerde niet. Hij wil ‘verzet’ en ‘vrijheid’. Sommige mensen willen aandachtig leven, anderen willen succesvol ondernemen, nog weer anderen willen alle postzegels van Tsjechoslowakije. Ik vind het allemaal goed. Maar het is wel vermoeiend om het najagen van zulke verlangens tot in elk banaal detail te moeten volgen. Vooral als het verhaal - zoals bij Voskuil het geval is - bol staat van de gewichtige zelfanalyses die met veel deftig appel op de waarheid worden gebracht, maar wat mij betreft wegzinken in het glibberige moeras van de psycho-analyse voor beginners. ‘Ik begreep dat vriendschap een verfijnde vorm van vijandschap is. Je draait om elkaar heen tot je toe kunt slaan.’ en ‘Boven in het gebouw sloeg iemand op de deur van de zwarte kamer en schreeuwde. Het bonken en schreeuwen galmde in de gangen door. Op hetzelfde ogenblik wist ik dat ik dat was. ‘ Achterhaalde malligheid. En als het nou een klein stilistisch deukje in de vroeg 21ste-eeuwse literaire boter zou slaan… Maar niks hoor. Ook na zijn dood blijft Voskuil putten uit zijn bekende standaardrepertoire (Hij voelt zich nog steeds voortdurend gespannen en bedreigd). Wat overblijft is een eerlijke weegave van een mensenleven in al zijn ontluisterende onzinnigheid. Maar ik hou vol. Het gaat hier nu eens niet om de schoonheid, maar om het concept. De volledigheid. Ik ben goddank over de helft. Wie dit leest is gek.







