Cup-a-soup

woordsoep in een kommetje


Hart en ziel: a world gone haywire

pitch

Luidt de laatste reactie van de e-coach op www.hartenziel.nl, een zeitgeistig onderfiliaal van de Volkskrant. Als je te veel gedronken hebt, heb je soms het gevoel dat het goed is om even over te geven, maar dat er dan niks komt. Voor zulke gevallen ga ik deze toch even boven de vlakspoeler hangen. (Hè, altijd zo negatief! Je zou je zelf eens moeten laten e-coachen! Je zal zien dat jouw pitch ook een stuk sterker wordt, als je je werkwijze durft te benoemen.) Werkelijk: vroeger hoorde je weleens klagen dat we van de wieg tot het graf verzorgd werden. Tegenwoordig komen we die wieg helemaal niet meer uit. Schoolbegeleiders, studieloopbaanbegeleiders, arbeidspsychologen, personal coaches schommelen ons zachtkens in een comfortabel slaapje. Tussendoor drinken we heilzame theetjes en sapjes en laten we ons (de boog kan niet altijd gespannen zijn) lekker insmeren met warme klei en huilen we op de Veluwe met z’n allen gehurkt in een kring rond de latrine een lied naar de maan. A world gone haywire. Maar wanneer komt nou de beloofde verlossing? Nu rond ieder individu een team van professionals danst die de moderne mens als een minigolfballetje door het leven coacht, (en wat dat dan allemaal kost!) zou je toch langzaamaan wat resultaat willen zien. De belastingdienst die terugbelt als je ze erop hebt gewezen dat ze je jaarinkomsten een ton te hoog hebben geschat. Een student Nederlands die na zes jaar studie weet dat Vondel en Giphart verschillende genres beoefenen. Een meisje bij de kassa van Albert Heijn dat weet dat je geen ‘doeidoei’ zegt tegen bejaarde heren. Maar vooral ook: gelukkige gezichten op straat. ‘Vrolijkheid, dansen, springen, hier zijn we daar zijn we.’ Dat gekootsj brengt lamme en laffe individuen voort. Het is een zelfvervullende industrie die mensen aanmoedigt hun volwassenheid uit te stellen tot de man met de laptop van de Monuta of Avvl voor de deur staat. En die dan trouwens nog een stukje uitvaartbegeleiding komt aanbieden. Een natie van krijsende zuigelingen, de beentjes trappelend in de lucht. Wie kan mij leren overleven in deze wereld die niet de mijne is. (Alleen serieuze reacties!)

Published by admin, on June 30th, 2009 at 8:49 am. Filled under: toekomstdromenNo Comments

Steak Bonaparte, de eerste

steak_bonaparte

Steak bonaparte, met dank aan Tom Zinger

Published by admin, on June 26th, 2009 at 6:34 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

waar is de steak van de keizer?

Omdat ik tegenwoordig windows vista heb, werkt mijn vertrouwde photo editor niet meer. Daarom kan ik u - helaas helaas - vandaag geen sfeerbeeld voortoveren van Carolien Gehrels, wethouder van Kultur te Amsterdam, die denkt dat ze Napoleon is. In de Volkskrant van vanochtend stond een schrijnend bericht:

“PvdA-collega Carolien Gehrels had bedacht dat ze Napoleon moest uitbeelden, en dat kon alleen met een speciale ‘steak’ en een passende ‘sabel’. De kosten voor dit historische event vielen volgens Gehrels niet onder de speciale onkostenvergoeding en ze schreef een apart declaratiebonnetje uit van 35 euro. Achteraf gezien was haar Napoleon-performance toch minder bestuurlijk van aard; ze heeft inmiddels terugbetaald.”

Waar en door wie de steek in een steak is veranderd doet niets af aan het beeld: een cultuurwethouder, heroisch blikkend naar de horizon, de sabel ten hemel, de linkerhand in eigen boezem (Napoleon!) en op het hoofd een sirloin steak, of een peppersteak van de bio-slager. Wie levert mij deze geslaagde fotocompositie?

Published by admin, on June 26th, 2009 at 9:40 am. Filled under: Uncategorized1 Comment

Seksualiteit en klassenstrijd (2)

Marc Reugenbrink schrijft op zijn weblog over de RAF:
“In het verlengde van het gebruik van het woord ‘begeerte’ in Het grote uitstel heb ik al eens gezegd dat socialisme uiteindelijk toch als een vorm van (het verlangen naar) groepsseks gezien moet worden. Baaders opmerking dat de seksuele revolutie en het anti-imperialisme één zijn, of, ter nadere verduidelijking: ‘Neuken en schieten zijn gelijk’ — komt een aardig eind in die richting.”

Dat denk ik nou ook, dat eerste bedoel ik: dat de woekerende baardschimmel van de het socialisme en arbeiderisme in de jaren zeventig vooral bedoeld was als paringsritueel. De bezetting van het maagdenhuis, need I say more? Mijn nieuwe held Reimut Reiche schrijft in mijn nieuwe lievelingsboek ‘Seksualiteit en klassenstrijd’: “Het beetje wat er in de seksuele praktijken en verrichtingen aan genitaals over is, is afgestemd op het ideaal van het monogame heteroseksuele geslachtsverkeer. De onderdrukte seksuele componenten worden echter dienstbaar gemaakt aan het proces van maatschappelijke integratie en aan het arbeidsproces, en ook de manifeste seksuele uitingen worden, zelfs wanneer ze in dit systeem geoorloofd zijn, vooral echter wanneer dat niet zo is, van een reeks bedreigingen, afkeuringen en bestraffingen voorzien. Zo worden ook dat ’sociaal nuttige’ activiteiten.” (Nu met de stem van Truus of Bep uit de Dik voor mekaarshow roepen: interessant!)

Notities: ik denk niet dat Reimut een ervaringsdeskundige was. Ik denk ook niet dat veel van zijn seksueel aktieve generatiegenoten zijn werk gelezen hebben. Sterker nog: dat kan niet, want het boek leest als een computervertaling van een Chinese tekst die via het Farsi uit het Rhaeto Romaans is vertaald. Ik denk wel dat ze er vaak naar verwezen. En dat een enkeling - net als ik en zeer in het geniep - de lustrijke passages op blz. 112 vol huivering heeft gelezen. Daarover later. De verbazing blijft: wat dreef Meulenhoff, De Bezige Bij en Van Gennep tot uitgave van dit boek? Hoe heeft deze totalitaire verdwazing ooit een hele generatie in zijn greep gekregen?

Published by admin, on June 25th, 2009 at 9:32 am. Filled under: seksualiteit en klassenstrijd3 Comments

ontmoetingen aan het einde van de wereld

Grizzly man was al zo’n fijne film met die opgewonden Amerikaan die dacht dat de grizzly’s in Alaska een lief klein broertje in hem zagen. Dat was niet zo. Een gemene beer vrat hem op. Zijn camera registreerde het geluid van een beer die een man opat. ‘Je mag hier nooit naar luisteren!’ waarschuwde Herzog de vriendin van de Grizzly man. In Encounters at the end of the world doet hij het weer. Hij is nadrukkelijk in de film aanwezig en niet zonder (=met) een missie. Soms werkt dat onbedoeld geestig, bijvoorbeeld als hij aan een professor in de mariene biologie vraagt: ‘kan het zijn dat het de wreedheid en geweldadigheid van de onderwaterwereld er de oorzaak van is geweest dat onze biologische voorgangers niet wisten hoe snel ze het water uit moesten komen?’ (Tja, zou kunnen zie je de professor denken). De onheilszwangere muziek en de vermaningen aan het adres van de avonturiers die met een springstok naar de Zuidpool togen, of de planeet in kaart brachten ter glorie van zichzelf en the British Empire hadden voor mij ook niet gehoeven. Maar iha weet hij precies de juiste toon aan te slaan om zijn protagonisten hun plezierig weirde monologen te laten afsteken. Een jongen die werkt in een tomatenkwekerij (!) vertelt dat de mensen op de Zuidpool mensen zijn die niet met touwtjes vastzitten aan de rest van de mensheid en dus als vanzelf omlaag gedonderd zijn. Een halve indiaan ontsteekt een lasapparaat en roept ‘fire of my ancestors’. En een pinguinprofessor zit maar gewoon wat op een steen naar de pinguins te kijken. Die zegt niet veel. Het zijn hartverscheurende portretten in een hartsverscheurend mooie omgeving. Alles omlijst door de achterbehangse filosofieën van Herzog. In Nijmegen, Amsterdam en Rotterdam is hij deze week nog te zien. En dat moet je doen.

Published by admin, on June 24th, 2009 at 5:59 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

Seksualiteit en klassenstrijd

Reve heeft het ergens (ik zoek nog wel even op waar) over het kwaad dat het socialisme principieel aankleeft. Ik dacht toen ik dat las, dat dat rancune was van een afvallige. Nu lees ik ’seksualiteit en klassenstrijd’ en denk ik, hij had toch gelijk. Als hier tenminste staat wat ik denk dat er staat:

‘De eerste terugslag voor het AUSS na de meestal overvolle ’seksualiteit’-bijeenkomsten op verschillende scholen is terug te voeren op de overschatting van de politieke stootkracht van de seksueel-politieke aanzet, aan de functie waarvan men als zodanig principieel moet blijven vasthouden.’

Reimut Reiche heeft nog een hele carriere doorgemaakt na de publicatie van dit prachtwerk. Op wikipedia vind je zijn bibliografie:

  • Sexualität und Klassenkampf. Zur Kritik repressiver Entsublimierung (1968).
  • Der gewöhnliche Homosexuelle (1973)
  • Sexuelle Revolution - Erinnerung an einen Mythos, in: Lothar Baier, (1988) Die Früchte der Revolte. Über die Veränderung der politischen Kultur durch die Studentenbewegung, pagina 45-71.
  • Geschlechterspannung - Eine psychoanalytische Untersuchung(1990)
  • Sexualität und Gesellschaft, Festschrift for Volkmar Sigusch (met M. Dannecker)(2000)
  • Mutterseelenallein – Kunst, Form und Psychoanalyse (2001)
  • Triebschicksal der Gesellschaft. Über den Strukturwandel der Psyche(2004)
  • Gewone homo’s! Geslachtsspanning! Struktuurwandel van de geest! Heerlijke man!

    Published by admin, on June 23rd, 2009 at 5:49 pm. Filled under: seksualiteit en klassenstrijdNo Comments

    Toekomstdromen (17)

    In luchtvaartkringen deed een mop de ronde:

    ‘hoe weet je dat er een piloot op het feest is?’

    ‘Daar zorgt hij zelf wel voor’.

    Vanaf het moment dat gezagvoerder Voorthuizen (Cor voor intimi) dat voor het eerst hoorde, probeerde hij zich in te houden op bruiloften en partijen. Maar dát viel nog niet mee! Er leek geen einde meer te komen aan de gesprekken met vrienden en familie. Gedesillusioneerd stelde hij vast dat de meeste van zijn vrienden het een stuk beter deden in de rol van ademloze toehoorder. Hij ontdekte ook dat piloten niet het patent hadden op lange monologen over hun eigen werk. Maar hij vond een near-crash in in Kathmandu toch net even spannender dan een civielrechtelijke procedure over een kapot bankstel. Ook als de eigenaar van dat bankstel toevallig de burgemeester van Naarden was. Eind augustus 2008 nam hij met een verhaal over een kerosinelozing boven de Noordzee de draad weer op. Hij eet en lacht weer en oogt een stuk gezonder. Zijn vrouw is er ook van opgeknapt. Ze dacht dat hij depressief was, of een ongelukkige affaire had. Als je aan haar vraagt hoe het nu met hem gaat, zegt ze, zoals altijd: ‘Heel goed, Cor doet dingen waar anderen alleen van durven dromen.’

    Published by admin, on June 22nd, 2009 at 9:12 pm. Filled under: toekomstdromenNo Comments

    maandagochtend

    1. Op de autoradio hoorde ik gisteren een interview met Fons Jef ‘pin up club’ Rademakers. Geestige man. Hij heeft een reusachtige collectie romantische landschapsschilderijen. Die vullen voor een deel een expositie gewijd aan romantisch natuurgeweld in de Haarlemse Hallen. Rademakers bleek ook nog gewoon Couperus te lezen (Noodlot) en beval de luisteraars aan in de OB ‘voor een scheet en drie knikkers’ Madame Bovary te lenen. Toffe vent. Maar het mooiste komt nog: Rademakers houdt van Reve en Gummbah, net als Hallendirecteur Karel Schampers. Op basis daarvan werden ze vrienden en zo kwamen Rademakers’ romantische schilderijen in de Hallen.
    2. Ik wou voorstellen om Kader A. deze weken het voordeel van de twijfel te gunnen. Het zijn spannende tijden in Iran en het is altijd goed om de kwestie door de ogen van een insider te bekijken. Helaas weinig nieuws deze week. Maar wel een daverend Kaderiaans slot: “Het regime van Iran heeft barsten opgelopen. / Ik kom overeind. / Ik rouw om hen die vielen.” Het rouwen om hen die bleven staan komt steeds meer in zwang, maar daar is Kader nog niet aan toe.
    3. In de boekenkast van mijn schoonvader vond ik ‘Seksualiteit en klassenstrijd, over de afweer van repressieve desublimatie’.

    Ga je vanavond doen?

    Niks. Nou ja, ’s kijken over er nog wat repressieve desublimatie valt af te weren, ergens. 

    Het boek is het resultaat van de gezamenlijke inspanningen van Meulenhoff, De Bezige Bij en Van Gennep onder de marxistische serienaam ‘permanente kritiek’. Verheugt u allen op een nieuwe soepserie ‘permanente kritiek’ met rauwe citaten uit Seksualiteit en klassenstrijd van Reimut Reiche. (Boek na afloop onder erwoord retour.)

    4. Ook op de radio, OVT, met een gesprek over een gevonden Neanderthalerfossiel. Geinteresseerde vraag van presentator Mathijs Deen: ‘maar hutje bouwen ho maar?’ Antwoord: ‘nee daar hebben we eigenlijk nauwelijks aanwijzingen voor. er zijn een paar structuren die als hut zijn geinterpreteerd, maar onderzoek (…) laat zien dat dat eigenlijk geen hutten zijn.

    5. Ook geschiedenis: Bodega Chez Antoinette in Deventer. Ik kwam er voor het eerst in 1980 toen een pilsje er een gulden en een dubbeltje kostte en je er fantastische nachtbroodjes kon eten. Achter het cafe bevinden zich structuren die wel degelijk als restaurant geinterpreteerd mogen worden. We eten het menu van de patron. Lekker eten met een Portugese twist. De patron meldt zich aan tafel met een boeiende verhandeling over het snuffelgedrag van de noordelijke harder. ‘Je moet die uit het zuiden hebben, je betaalt een euro meer, maar dan heb je niet die gronderige smaak’. Mooi verhaal. De zoon van de patroon komt even later vertellen dat het schelvis was. Geeft niets. In de achterzaal is een bruiloft aan de gang. Abba. Paradise by the dashboard light. Portugese wijn en onderdrukte tranen. Un uomo s’invecchia.

    Published by admin, on June 22nd, 2009 at 8:58 am. Filled under: Uncategorized2 Comments

    aankomst

    aankomst

    de (v.); g.mv.
    1 het aankomen, het bereiken van een plaats, van zijn bestemming

    Published by admin, on June 19th, 2009 at 8:16 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

    Vertrek

    vertrek
    het
    1567 van Mnl. hem vertrecken (zich terugtrekken)
      1 g.mv.
    het vertrekken
    synoniem: afreis
      1 na, voor uw vertrek
      1 hij staat op (zijn) vertrek
      1 datum, plaats van vertrek

    Published by admin, on June 18th, 2009 at 8:59 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

    een vorkje bacalao

    Het eten is spectaculair zeg ik, tegen David Booth, kenner en topfokker op het gebied van Portugese wijn. ‘Mmm,’ zegt hij, ‘ik vind het nogal vlak. En boers.’ Dat laatste bevalt me. Ik hou van boers eten. We krijgen bacalao, drijvend in een vingerdiep plasje vet en rijkelijk bestrooid met uien. Fijnemans! David twittert http://twitter.com/davidboothwine en raadpleegt onophoudelijk zijn I-phone. De ober is mijn vork vergeten. Een mooie gelegenheid om het aanwijswoordenboek andermaal uit de kontzak te vissen. Het werkt! De ober zegt ‘garfo’ en dat brengt mijn parate Portugese woordenschat op zes woorden. Wat mooier is: even later brengt hij ook een vork en zo kunnen we ons tegelijk tegoed doen aan de vette vis en ons verbazen over de klankverwantschap (vast geen toeval) van bacalao en kabeljauw. Leuke vraag wel: hoe zijn die letters zo door elkaar geraakt?

    Published by admin, on June 17th, 2009 at 6:16 pm. Filled under: Uncategorized1 Comment

    lokaal aardewerk

    100kleinenegertjes2Wat Reve ooit over het Vlaams schreef: ‘het is meer zoals het wordt uitgesproken’ geldt in veel sterkere mate voor het Portugees. Ik kan er maar heel af en toe een dun touwtje aan vastknopen. Fijn dus dat de PR-afdeling van Van Dale zo vriendelijk was mij het Van Dale aanwijswoordenboek toe te sturen. In de supermarkt vanochtend trok ik hem uit de kontzak omdat ik de yoghurt niet kon vinden. Op blz. 38 staat een foto van een tafel vol ontbijtspullen. Daaronder een bekertje vruchtenyoghurt. Maar die had ik al gevonden. Ik wou gewoon een literpak voor door de muesli. We kwamen met wat gebaren uit op een beker van een halve liter. Met behulp van het internationale teken voor pottenbakkerij en de afbeelding van een rode kom op blz. 32 bereikten we de pottenbakkerij van Redondo. Mooi lokaal aardewerk met geschiedenis. Ik kocht er vogelfluitjes voor mijn kinderen. Met behulp van het aanwijswoordenboek kreeg ik de betekenis van deze roodgeëikelde negertjes niet boven water. Een Engelstalige bezoeker vertelde dat ze geluk brengen. Ik durfde er geen te kopen. Dom. Ik heb ze wel gefotografeerd. Stiekem.

    Published by admin, on June 16th, 2009 at 3:50 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

    ‘Geef mij mijn bril’

    Ik ga - ik word ook maar gestuurd - zonder literaire bijbedoelingen naar Portugal. Ik ben een beetje rusty on my Pessoa (moet altijd aan zoete damesdrankje denken als ik zijn naam hoor) en probeer me te elfder ure nog snel wat te documenteren (bluff your way in Pessoa).

    Op wikipedia vind ik deze hartverscheurende zinnen over de denkende dichter:

    Hij sterft (niet onvrijwillig) op 30 november 1935, aan alcoholvergiftiging (leverkoliek), en zijn laatste gesproken woorden (in het Portugees) luidden: “Geef me mijn bril!” (wat doet denken aan Goethes bede om licht). Zijn legendarische laatste versregel was: “Geef mij nog wat wijn, want het leven is niets”. Zijn laatste geschreven woorden vond men op een vel papier op zijn onafscheidelijke aktetas : “I know not what tomorrow will bring”.

    Nou, ik ook niet. 35 graden in de schaduw, denk ik. Klaag’lijke gezangen uit huiskamercafees, straatarm maar altijd bereid het weinige te delen, de geur van gedroogde vis. Misschien meer daarover de komende dagen. Anders is woordsoep vrijdag weer terug. Over Goethes laatste woorden is nog wel wat te zeggen, trouwens. Dat heb ik ook al wel eens gedaan. Geeft het, ik doe het gewoon nog eens:

    Thomas Bernhard beweert dat Goethe op zijn doodsbed verkeerd werd verstaan. In werkelijkheid zei hij:  ‘Mehr nicht’

    Published by admin, on June 14th, 2009 at 10:32 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

    De floppyjaren (8)

    In de trein op weg naar huis las ik een boek, waarin de hoofd­persoon zich met een kettingzaag een weg baant door een zee van vrienden en onbekenden. Naast deze eigenaardige lief­hebberij doorpriemt de man hier en daar ook een enkel oog of schedeldak met een ‘icepick’, waarna hij de levenloze lichamen van zijn slachtoffers met veel zorg voor dosering en gebruik van de juiste kruiden toebereidt en met uitsluitend de beste wijnen wegspoelt. Een meisje dat tegenover me zat had het ook gelezen. In het korte gesprek dat we over het boek hadden bleek dat we geen van beiden ooit een kettingzaag of ‘icepick’ met eigen ogen hadden gezien. Aangekomen in Kluft bleek mijn Juncker New Yorker met werkende trommelremmen en verlichting, reflec­terende banden (nieuw, zestien gulden elk) drie versnel­lingen alsook het slot (Axa, achtentwintig gulden vijf­tig) niet meer op de plek te staan, waar ik hem twee dagen ervoor had achtergelaten. (En als je naar de poli­tie gaat, dan lachen ze je uit en zeggen dat ze wel wat belangrijkers te doen hebben. Eerlijk meegemaakt) .

    Published by admin, on June 13th, 2009 at 10:49 pm. Filled under: floppyjarenNo Comments

    tijd en plaats van mijn bekering

    In een recensie van een boek over Rilke, stelt de bespreker W. Otterspeer dat ‘Wie ooit door Rainer Maria Rilke (1875 -1926) werd betoverd (…) waarschijnlijk de plaats en de tijd nog wel (kent) zoals het bij echte bekeringen betaamt. Voor de een zijn het de onuitwisbare beelden die Rilke weet op te roepen. Die blinde man op de brug, rechtop, ‘grauw als de grenssteen van een naamloos rijk’, dat jonge meisje in een carrousel, ‘met een nog nauwelijks begonnen profiel’.

    Het gaat om onderstaande gedichten (gejat van picture-poems.com/rilke en http://www.bachlund.org/Das_Karussell.htm)

    Het geestige is dat ik nooit helemaal in Rilke ben geraakt. Dat was, net als zeilen en cricket, niet iets voor mij dacht ik. Dankzij Otterspeer lees ik nu over die blinde en dat meisje met haar nauwelijk begonnen profiel. Ik hap naar adem. Willem heeft gelijk: ik zal me de tijd en de plaats van mijn bekering nog lang herinneren.

    Pont du Carrousel

    Der blinde Mann, der auf der Brücke steht,
    Grau wie ein Markstein namenloser Reiche,
    Er ist vielleicht das Ding, das immer gleiche,
    Um das von fern die Sternenstunde geht,
    Und der Gestirne stiller Mittelpunkt.
    Denn alles um ihm irrt und rinnt und prunkt.

    Er ist der unbewegliche Gerechte,
    In viele wirre Wege hingestellt;
    Der dunkle Eingang in die Unterwelt
    Bei einem oberflächlichen Geschlechte.

     

    Das Karrusel

    Mit einem Dach und seinem Schatten dreht 
    sich eine kleine Weile der Bestand 
    von bunten Pferden, alle aus dem Land, 
    das lange zögert, eh es untergeht. 
    Zwar manche sind an Wagen angespannt, 
    doch alle haben Mut in ihren Mienen; 
    ein böser roter Löwe geht mit ihnen 
    und dann und wann ein weißer Elefant. 

    Sogar ein Hirsch ist da, ganz wie im Wald, 
    nur daß er einen Sattel trägt und drüber 
    ein kleines blaues Mädchen aufgeschnallt. 

    Und auf dem Löwen reitet weiß ein Junge 
    und hält sich mit der kleinen heißen Hand, 
    dieweil der Löwe Zähne zeigt und Zunge. 

    Und dann und wann ein weißer Elefant. 

    Und auf den Pferden kommen sie vorüber, 
    auch Mädchen, helle, diesem Pferdesprunge 
    fast schon entwachsen; mitten in dem Schwunge 
    schauen sie auf, irgendwohin, herüber - 

    Und dann und wann ein weißer Elefant. 

    Und das geht hin und eilt sich, daß es endet, 
    und kreist und dreht sich nur und hat kein Ziel. 
    Ein Rot, ein Grün, ein Grau vorbeigesendet, 
    ein kleines kaum begonnenes Profil -. 
    Und manchesmal ein Lächeln, hergewendet, 
    ein seliges, das blendet und verschwendet 
    an dieses atemlose blinde Spiel… 

    Published by admin, on June 12th, 2009 at 9:14 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

    wachten voor de brug

    Op de zijkant van de auto staat een logo met een afkorting (SQL?) en een bedrijfsslogan (connecting things). Er zitten twee jongemannen in,  jongens nog eigenlijk. De brug staat open. Ik sta met vijftig andere fietsers te wachten. De automobilisten hebben - in overeenstemming met de tekst aan de onderzijde van de brug - hun motoren uitgeschakeld. De jongemannen ook. Maar de muziek staat nog aan. Volume Paradiso zaterdagochtend 0.45 u. Ze schreeuwen boven de muziek uit, de raampjes staan open.

    Wat heb jij gestemd?

    Ik heb niet gestemd

    Homo!

    Wat nou? En jij dan?

    Groenlinks!

    Loser!

    Hoezo loser?

    Die willen Turkije erbij hebben

    Nou en?

    We hebben hier al die Polen al. Als we ergens geen behoefte aan hebben is het aan nog meer gastarbeiders.

    Naast me staat een man op een blauwe huurfiets. OV-fiets staat erop. Ik kan zien dat hij zich opvreet van ergernis. Zuchten. Zo nu en dan een felle blik zijwaarts. Hij zegt niks. De brug gaat open. De jongens verdwijnen richting Surinameplein. Die gaan iets connecten ergens.

    Published by admin, on June 11th, 2009 at 8:45 am. Filled under: Uncategorized1 Comment

    Stiller in Schrijven over Brouwers

    Schrijver, essaybakker, amateur-botanicus, vriend en hoofdredacteur Stiller, Louis bespreekt in het jongste nummer van Schrijven Jeroen Brouwers’ vloekschrift Siyphus’ bakens. Ik lees: ‘Het is Brouwers niet alleen om zijn eigen hachje te doen. Het gaat hem om iets groters - iets wat ons, schrijvers, alemaal aangaat. Namelijk: de onverschillige, vaak oneerbiedige houding die de staat aanneemt ten opzichte van zijn grote schrijvers. Brouwers memoreert fijntjes hoe het Multatuli en zijn oeuvre verging, hoe Couperus, Reve en Hermans altijd moesten vechten om officiële erkenning (…) Hoe benepen is de Nederlandse overheid altijd geweest waar het de ondersteuning van schrijvers betreft. Een staatspensioen zoals in Frankrijk? Ondenkbaar in Nederland. Als Grote Schrijver (en dat is Brouwers zeer zeker), krijg je AOW en verder niks. ”

    (…)

    Al lezende begrijp je steeds meer waar het de oude meester eigenlijk om te doen is. Om de gehele Nederlandse cultuur, en vooral de staatscultuur, die zo gemakzuchtig en weinig eerbiedig met de Nederlandse Literatuur en zijn beoefenaars omgaat. (…) En dat is de grote verdienste van dit boek. Dat het voor eens en voor altijd aantoont hoe literatuur- en kunstvijandig dit land eigenlijk is.”

    Ik citeer deze (kleine) tweehonderd woorden hier met het volstrekt tegenovergestelde van wat je noemt: instemming. Mijn stelling op woordsoepmening.nl is vandaag: er wordt juist te makkelijk met beurzen voor orgasmevertragend proza* gestrooid. De staat (mooi ouderwets woord!) heeft wel betere doelen om zijn dure crisisgeldje aan te besteden. En vooral: schrijvers moeten niet in de watten worden gelegd door de staat. De macht en de literatuur moeten niet bij elkaar op schoot. Het moet wringen tussen die twee. U mag reageren. (Maar dat doet u vast niet).

    Het is vandaag straatspeeldag. Ik ga voetballen. Ongesubsidieerd. Nu, daar is een schande!

    *grap geleend van drs Abels

    Published by admin, on June 10th, 2009 at 10:50 am. Filled under: Uncategorized7 Comments

    De floppyjaren (7)

    Uit luidsprekers buiten de laatste van die vier tempels die ik bekijk, schalt sfeervolle muziek. Het is een drukte van belang. Kaalgeschoren monniken in oranje jurken en vrouwen in witte gewaden lopen in en uit. Mensen die elkaar zo te zien in geen jaren hebben gezien begroeten elkaar uitbundig. Nieuwsgierig naar de kern van het gezellige feest, wring ik me langs de lange stoet wachtenden naar binnen. Een loodware geur van lotusbloemen slaat me tegemoet. In een nis zit een soort gamelan-orkest. En dan pas zie ik, over de hoofden van de wachtrij, dat onder een groen-geel-rood knipperend aureool een man ligt opgebaard. Het feest blijkt een rouwceremonie te zijn. De rouwenden wachten geduldig tot ze aan de beurt zijn om de overledene met een bloem of een reepje goudfolie de laatste eer te bewijzen. Een foto van de betreurde monnik straalt boven de baar. De sfeer is respectvol, maar grote uitbarstingen van droefenis ontbreken. De menigte vertrouwt erop dat hij weer eens stap verder op weg naar het Nirwana is.

    Published by admin, on June 8th, 2009 at 8:49 am. Filled under: floppyjarenNo Comments

    De floppyjaren (6)

    Op vierentwintig december kreeg ik van een sombere man in een feestwinkel een pak in handen geduwd. Alles was compleet, zei hij, en als er iets kwijt zou raken, zou hij mij daar persoonlijk voor aansprakelijk stellen. Ik fietste door de koude wind naar huis en hees me in het rode pak dat de man me had meegegeven. Ik zette de muts op, klungelde een kwartier met de witte baard en bekeek mezelf in de spiegel. ‘Je eigen moeder zou je niet herkennen,’ zei ik met zo laag mogelijke stem.

    ‘Vier uur werken, acht uur uitbetaald,’ had Sharon gezegd. Dat klonk aanlokkelijk, evenals het traditionele ‘neutje’ dat voor me klaar stond, als ik alle pakjes met het logo van een vliegmaatschappij had uitgedeeld. ‘Ik doe het,’ zei ik, zo vrolijk als ik kon. Ze drukte me een kaartje met een adres in handen. ‘Nog een ding,’ zei ze, toen ik net de deur uit wilde gaan, ‘je bent toch wel goed met kinderen hè?’ ‘Ik ben helemaal te gek met kinderen,’ zei ik. (1997)

    Published by admin, on June 7th, 2009 at 9:19 am. Filled under: floppyjarenNo Comments

    De floppyjaren (5)

    Meneer de Eerste doet ook mee

     Meneer De Eerste leest in de krant. Een verhaal over een hond. Een hond die ‘Vader Jacob’ kan blaffen. Een knappe hond, denkt meneer De Eerste. Dan kijkt hij naar een foto. Een plaatje van een aap. ‘Aap valt met zijn step,’ staat er. De aap is gebotst. Tegen een boom. De step is kapot. De aap is gewond, denkt meneer De Eerste. Zijn kont is he-le-maal rood. Maar dat was al zo. De aap is een baviaan. Die hebben altijd een rode kont. Er is ook een brandweerman. Die haalt de aap uit een boom.

     Meneer De Eerste heeft geen tijd. Geen tijd voor een verhaal over een aap. Meneer De Eerste zoekt de puzzel. Meneer De Eerste wil een puzzel maken. Wie de puzzel oplost krijgt een prijs. Een boek of een step. De step is de eerste prijs. Die gaat meneer De Eerste winnen. Zeker weten. Meneer De Eerste wint altijd. Hij vult een antwoord in. Met een potlood. Dan kan hij gummen. Als het fout is. ‘Hoe heet een beest dat hinnikt?’. Meneer De Eerste vult het in. ‘EZEL’ schrijft hij. Het is fout. Hij moet gummen. Dan heeft hij het goed. Het moet ‘PAARD’ zijn. Nog een vraag. ‘Waar zit je op?’ Meneer De Eerste denkt aan de aap. Hij vult ‘KONT’ in. Het is waar. Maar het is niet goed. Hij pakt zijn gum. Dan vult hij ‘STOEL’ in. De puzzel is af. Het is een puzzel voor kin-de-ren. Meneer De Eerste mag niet mee-doen. Hij jokt dat hij acht is. Dat is niet erg eer-lijk. Maar hij wint wel. Zie zo, denkt hij. Een mooie step.

     Meneer De Eerste is al oud. Zo oud als je opa. Mis-schien nog wel ouder. Stel je voor! Je opa op een step. Hij geeft de step niet weg. ‘Je weet maar nooit,’ zegt hij.

    Published by admin, on June 6th, 2009 at 9:29 am. Filled under: floppyjarenNo Comments

    Daar komt Tsjêbbetje

    Tsjêbbe Hettinga is een Friese dichter. Zijn gedichten en voordracht dwingen respect af, ook bij verwonderde Hollanders voor wie Achterhoeks, Stellingwerfs en Fries 1 grote boerse pot nat zijn. Op youtube kun je horen hoe zijn voordracht klinkt.

    Op literatuurlog vond ik een übergeniale persiflage:

    Dat je er grappen over kunt maken, zegt overigens niets over de poëzie van Hettinga. Als je van ome Piet (Gerbrandy) vijf sterren krijgt, dan is dat allemaal wel in orde. In de hedenochtendse Volkskrant wordt Tsjêbbes nieuwe bundel zeer lovend besproken. Ik vaar altijd blind (no pun intended) op het oordeel van Us Piet, maar het geciteerde vers van vanochtend overtuigt me niet meteen: (in vertaling. Van Piet G?)

    Draag me de heuvels in, jij beer, en bind
    me aan een boom.
    Laat de sterren getuigen hoe jouw
    Kogels mij raken en
    Leg me neer mij de wonde vachten van
    je lange jacht
    (sic!)

    De laatste twee regels lijken mij een rare vertaling van

    ‘Lis my del by de wûne fachten fan dyn
    lange jacht’

    Volgens mij staat er gewoon: ‘bij de gewonde vachten van de lange jacht’.

    Het gedicht heet ‘wylde kninen’ en dat is op zichzelf natuurlijk prachtig. Maar het is ook wel een klodder poëzie uit de bekende doos. Eros en Thanatos, mythologietje met een Fries rietje. Maar erger vind ik het dat de begeleidende foto van Tsjebbe op de filmset van Sil de strandjutter lijkt te zijn gemaakt. Het is een en al optjochend Frysk Bloet, te beginnen met de boerencarnavalspet en de woeste snor (jij beer!!), de kwelders op de achtergrond, het ontbreken van bebouwing (die je wel degelijk hebt in Friesland, zelf gezien!). Hollanders denken bij het kijken naar zo’n foto: ha leuk folklore! Haal de accordeon, trek een fles beerenburg open en dans met ons de horlepiep. Op het youtube-filmpje is het precies eender. Een interview op het strand (met onbedoeld oergrappige laagvliegende straaljagers), een praam uit ‘de Kameleon houdt koers!’ vaart voorbij  en er wordt veel getuurd naar de horizon. Clichés over Friesland en het dichterschap wisselen elkaar af. Onwillekeurig denk je aan Voskuils volksculturele uitstapjes naar het Drentse platteland (’Hoor ik daar den haverklop?’) Al die vrolijke folklore maakt dat ik het lastig vindt me te concentreren op de taal. Het is moeilijk een dichter serieus te nemen die zichzelf als een doos originele Fryske dûmkes in de markt laat zetten. Ik kan er niets aan doen, maar bij het aanschouwen van die foto (die ook op de DVD ‘Het licht van de zee’ prijkt) ga ik vanzelf ‘Daar komt Tsjebbetje’ zingen, ook al lijkt hij op deze plaat meer op bromsnor.

    Published by admin, on June 5th, 2009 at 10:54 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

    De floppyjaren (4)

    ‘het is onzinnig het leven lief te hebben en het niettemin met alle kunst­grepen waar je over beschikt naar je eigen kamp proberen over te halen, het proberen te winnen voor de ver­fijndheden en melancho­lie, voor de hele zieke adel van de literatuur. Het rijk van de kunst groeit en dat van de on­schuld en gezondheid wordt kleiner op aarde. Wat er nog van over is, dient men zo zorgvuldig mogelijk in stand te houden, en mensen die veel liever in paarde­nboeken met momentop­namen kijken, zou men niet tot de poëzie moeten willen verleiden!’
    Thomas Mann, Tonio Kröger

     

     

    Published by admin, on June 4th, 2009 at 2:51 pm. Filled under: floppyjarenNo Comments

    De floppyjaren (3)

    Amerika is Amerika. Dat betekent dat je om de vijftig kilometer een dorp
    tegenkomt waar de Wendy’s, Taco Bells, McDonalds, KFC’s en Ranchero Grills
    elkaar in keurige rijtjes afwisselen. Alles ziet er overal en altijd hetzelfde
    uit. Met uitzondering van het diepe Zuiden. Hier zie je langs de doorgaande weg
    vooral armoedige hutten, pick-uptrucks van waaruit allerlei rommel wordt
    verkocht en massa’s rondhangende zwarten die maar wat zitten te roken of met
    een bezem door de rotzooi zwabberen. Het idee van een georganiseerd en schoon
    smalltown USA houdt eigenlijk alleen stand in het Noord-Oosten en het
    Noord-Westen. Om kort te gaan: het is hier een geweldige en gewelddadige
    klotezooi. Maar dat heeft - ondanks de onvermijdelijke zenuwen die daar het
    gevolg van zijn - wel wat. Het doet bij vlagen niet onder voor West-Afrika.
    Zoals vanmiddag, toen Jan ons na een verkeerd genomen afslag een zwarte wijk
    inreed. Voor je het weet sta je tussen de shotgun-shacks naar adem te happen,
    oog in oog met tientallen glazig kijkende, lamlendige zwarten. Weer een
    kilometer verderop vind je een motel dat bewaakt wordt alsof het een
    strafgevangenis is. “Contrast!” roepen we de hele tijd tegen elkaar. Zo krijg
    je nog eens waar voor je geld. Zoveel clichees als je opkunt.

    (december ‘99)

    Published by admin, on June 4th, 2009 at 7:10 am. Filled under: floppyjarenNo Comments

    De floppyjaren (2)

    Mogelijkheden (5)

     

    Het NGPK is toegankelijk voor iedereen die interesse heeft in parkie­ten. Het zelf hebben van vogels is niet verplicht. De prijzen die de kwekers onder elkaar hanteren liggen tussen de vijfendertig en vijfen­zeventig gulden per parkiet. Zo is het een hobby die voor iedereen in principe mogelijk is.

    Published by admin, on June 3rd, 2009 at 11:38 am. Filled under: Uncategorized, floppyjarenNo Comments

    Marcus Maggi, de floppyjaren

     

    floppy disks

    floppy disks

     

     
    Ik heb mijn floppy’s overgezet naar de harde schijf. Bij de afvalscheiding kom je soms iets tegen waarvan je niet meer weet dat JIJ dat hebt geschreven (beginnende ouderdom). Meestal denk je: als dit maar niet uitlekt. Soms denk je: best aardig. “In Zwitserland leerde ik Helmut kennen. Helmut loopt al vijfentwintig jaar met een handkar door Europa. Hij gaf me een hand. “Ich bin der Helmut,” zei hij, “ich bin Alkoholiker und will nicht geheilt werden.” Ik trok een week met hem en Jens, een zevenentwintigjarige dominee uit Essen op. Op de laatste avond van ons samenzijn raakten we in gesprek over godsdienst. Helmut vertelde hoe hij zich als kleine jongen verheugd had op zijn eerste communie. “Ein Riesenspektakel” had hij verwacht. Maar er was niks gebeurd. Daarna vroeg hij Jens wat die in de aanbieding had. “De onvoorwaardelijke liefde van God,” zei Jens “en de wetenschap dat ik er niet alleen voor sta.” Daarna zeiden ze allebei een poos niks. Ik zat ertussen en had de indruk dat ze elkaar begrepen.

    Published by admin, on June 2nd, 2009 at 9:14 pm. Filled under: Uncategorized, floppyjarenNo Comments