
- toetsingscommissie
Het was een boekpresentatie zoals boekpresentaties zijn: de dichteres beschaafd en met humor ingeleid door een beschaafde en geestige uitgever (’Als u nu eerst eens allemaal even lekker gaat roken’); een beschaafd en aandachtig luisterend publiek (kom er verdomme nog eens om), beschaafd applaus, bij vlagen luid en altijd gemeend.
De voertaal was Nederlands, maar de bundel heet Wondpoeier en de dichteres heeft hem in het Gronings geschreven. Die dichteres heet Aly Freije. Ik ken haar wel (ik ga zelden op de bonnefooi naar presentaties van Grunnegtoalige dichtbundels).
Omdat ik haar ken, zie ik dat ze zich niet oppompt om de vragen van de (alweer beschaafde) interviewer te beantwoorden. Ik zie ook dat ze liever zou wandelen in de Morvan dan hier voor het oog van honderd mensen vragen te moeten beantwoorden als: ‘wat komt bij jou eerst, de taal of het beeld?’
Het is een goeie vraag, zeker omdat Freije (ik mag trouwens best Aly zeggen) de keuze heeft of ze in het Grunnegs of in het Nederlands wil dichten. Eigenlijk moet je zulke vragen stellen met wat te drinken erbij in een uitgestorven buurtcafé en niet in een vol cultuurhuis. Maar Aly doet haar best en ze komt er goed uit. Eerst zijn er de beelden, dan komt pas de taal. En die taal is - anders dan je van zo’n struise Oldambts/Hogelaandse boerendochter zou verwachten - in de eerste instantie meestal het Nederlands. Geschreven Gronings is voor Aly een verworven tweede taal.
Daar kan ze aardig mee uit de voeten. Om een Gronings cliché te gebruiken: die poëzie van Freije is goed binnen te houden.
Het kost me - na dertien jaar Grunn - meer moeite om haar gedichten te lezen dan ik had verwacht. Dat heeft als voordeel dat je langer boven passages blijft hangen en dieper in de taal moet porren. Op de terugweg naar Amsterdam (nylons onaangeroerd in de rugzak) las ik ‘Zummer aan de schellingwouderdijk’, dat ze ’s middags had voorgelezen:
“We leggen kussens op ‘t dekzaail
de zun slagt vonkensliepsels
in n wienglad, dien schitterogen,
as ook wind zuk bie ons deel legt
het aanker holdt ons bie de grond”
Dat lijkt mij - behalve een liefdesverklaring ook een brok poëtica van heb ik oe doar.
En moet je dit lezen!!! (strofe uit ‘veenwichtje’)
Heur swaarte lief, t haalske
Mit strop tot haarde
Vörmen terogge brocht,
Kwam aiwen loater
Boven,
Het veen lugt nait.
(Luggen = liegen).
Van de dokter mag ik er 1 per dag.
1. Wat verder opviel: Aly spreekt Nederlands met haar directe familie. Na de dood van haar ouders hield het Gronings in eerste instantie zomaar op.
2. De (Duitse) voorzitter van de jury die Aly de Freudenthalprijs gaf, was aanwezig. Ik zat naast hem. Toen zijn naam viel, sprong hij kwiek in de benen en stak zijn hand op naar zijn fellow-Nedersaksen. Zijn vrouw had een routekaartje van internet geprint dat ze tot het eind van het programma in handen hield.
3. De hapjes waren voortreffelijk+. Geen bitterballen, maar dreuge worst, lauwwarme quiche, grove leverworst (de originele Appingedammer, meen ik) en hartige soesjes.
4. De presentatie vond plaats in het huis van de Groninger Cultuur. Dat ‘huis’ is gevestigd in een kantoorkolos waarin ook de toetsingscommissie euthanasie is gevestigd. (de dood! de dood!)
5. De uitgevers verdwenen - even na zessen - in een opvallend grote, zwarte auto. Een PC Hoofttractor zouden wij in Mokum zeggen. Hoe zou zoiets in Grunn heten? Een Zwoanestroat trekker?
Als je hier klikt kun je zien hoe mooi ook het omslag is.