De film American beauty begint met een scene waarin Kevin Spacey zich onder de douche staat af te trekken. De kijker hoort de stem van Lester Burnham, het hoofdpersonage, zeggen: ‘kijk mij nou eens: ik sta me af te trekken terwijl ik naar country luister. Toen ik nog op school zat, haatte ik zulke troep. Het gekke is: dit is voor mij het hoogtepunt van de dag. Vanaf hier gaat het alleen nog bergafwaarts.’
Ik vond het een mooie film, de openingsscene incluis. Maar ik herken me niet in deze scène. Als ik onder de douche vandaan kom, ligt de Volkskrant op de mat. Of andersom. En als ik Kader heb gelezen, verlang ik weer naar de douche of naar de nieuwe Kader. ‘Het leven is een aaneenschakeling van pleziertjes,’ zoals mijn oude vader altijd al zei.
Vandaag, 16 februari, kunnen we het douchen eigenlijk wel overslaan. Mirza opent met een beresterk:
‘Crisis, we horen het overal, elke avond zien we op tv serieuze heren het erover hebben, elke ochtend lezen we het in de krant en worden we er op straat, in de trein en in het vliegtuig op geattendeerd.’
(‘Ding dong. Dames en heren, reizigers die ons in Zwolle gaan verlaten, denkt u bij het verlaten van de trein nog even aan de crisis?
Krgght. This is your captain speaking. We vliegen op 30.000 foot hoogte. Als u links kijkt, ziet u de top van de Mont Blanc in diepe crisis gehuld.’)
Het kan niet anders of Abdolah heeft – naast Annie MG Schmidt en Rutger Kopland – ook nog de werken van dominee Gremdaat in zijn bagage. Want na de klassieke opening vervolgt ds. Mirza met de niet retorisch bedoelde vraag:
‘Wat moeten we in deze slechte economische tijden?’
Je veert op. Net je kleine kapitaal van Icesave terug en op de economiepagina en zelfs in de deftige avondkrant kunnen ze je niet zo snel vertellen wat je nou met je geldje moet. Maar meneer Kaktus weet het wel:
‘Anderen zeggen: we hebben het met z’n allen gedaan (sic!) en zijn daarom gezamenlijk verantwoordelijk. Stel dat dat laatste waar is, wat kunnen we dan doen om het tegen te houden? Het antwoord staat op een billboard langs de A50: ‘Stop de recessie! Koop!’
In werkelijkheid staat er: ‘stop de recessie! Koop een porsche // A50 afslag 18 Heteren’. .png)
Omdat Kader zelf van de opbrengst van zijn meesterwerken een heel vlot autootje rijdt, is hij op hoge snelheid langs het billboard geflitst en is het geestige tweede deel van de oproep hem ontgaan. Geefnie-isnie-erg. Als hij de impliciete belofte maar nakomt de door hemzelf opgeworpen vraag te beantwoorden.
‘Wat moeten we in deze slechte economische tijden?’
Als de nood het hoogst is, is Mirzaman nabij! In de vijfde alinea al gaat de doos met chocolaatjes helemaal open:
‘Ik ken nog een wijsheid: ‘Recessie geeft de gelegenheid om op een andere manier te gaan denken. Verliezen is niet het einde van alles, maar het einde van een bepaalde manier van denken. Wie ergens valt, staat ergens anders weer op. Dat is de wet van het leven’.
En toen werd Kader ineens filosofisch. Ik heb niet zo lang geleden ontdekt dat je op www.tegelspreukmaker.nl je eigen spreuktegel kunt laten maken. De jarigen in mijn kennissenkring mogen zich alvast in hun handen wrijven. ‘Wie ergens valt, staat ergens anders weer op.’ Helaas heb ik veel zeikerds in mijn kennissenkring die zich dan weer gaan afvragen of dat wel zo is. Ten eerste valt er ook wel eens iemand die nooit meer opstaat (De dood! De Dood!), ten tweede valt er ook wel eens iemand (zelf gezien, gisteren nog) die op dezelfde plek weer opstaat en ten derde weten mijn zeikerige voetbalvrienden dat verliezen niet altijd het einde van een bepaalde manier van denken betekent. Als dat zo was, zou Duitsland in 2008 niet weer het EK hebben gewonnen.
We zijn pas op een derde van de column, maar het is nog lang niet op. Welnee! Het begint net. Kader trapt het pedaal van zijn Porsche nog eens lekker in:
“Ik weet dat velen miljoenen hebben verloren, dat er bedrijven failliet zijn gegaan en dat mensen werkloos zijn geworden. Maar een crisis hoort bij het leven en is als groente gezond voor de mens. (www.tegelspreukmaker.nl etc.).
Van het concert des levens krijgt niemand een program. Mijn oom Arie (1920) en tante Mar (1913!) gaan hun derde gezonde crisis in. Ik weet nu wat hun geheim is. Groente! Ik ben het trouwens nog eens oprecht met Kader eens ook. Een griepje zo nu en dan versterkt de weerstand, bij wijze van spreken. Maar als het waar is (en die geluiden hoor je toch ook wel) dat we afstevenen op een crisis naar het model van de Jaren Dertig, dan is ‘gezond’ misschien toch een beetje te positief gedacht. Vraag dat maar aan oom Arie en tante Mar.
We moeten verder. Ik sla een hele alinea over. We hoeven deze week niet voor elk dubbeltje te bukken. We parkeren de bolide en gaan winkelen met Kader:
“De C-1000-supermarkten worden per dag door duizenden bezocht, Albert Heijn is nog altijd overvol, in de Aldi (sic!) moet je soms twintig minuten in de rij staan, H&M is vol, in kledingwinkel Zara hebben de kassamedewerkers geen minuut rust en in de Bijenkorf koopt men vier, vijf zes artikelen tegelijk. En bij de Hema en de V&D is het gezelliger dan ooit.”
Te beginnen bij de laatste zin: dat geldt ook voor Kaders column. Ik kom nooit bij de Bijenkorf, H&M of V&D en van Zara heb ik zelfs nog nooit gehoord. Gelukkig heb ik Mirza. Ik hoef niks te missen. Je vraagt je wel af waar Kader de tijd vandaan haalt. De Koran vertalen, boodschappen doen bij de Aldi, Mirza schrijven, voorlezen in de Openbare Bibliotheek in Westervoort en tussendoor nog op het NOS-journaal vertellen dat je blij bent dat “Kader Abdollah de geschiedenis heeft meegemaakt”. Hij wel! denk je jaloers. Over die mensen die maar zo vier, vijf, zes artikelen tegelijk afrekenen bij de Bijenkorf kun je alleen je hoofd maar schudden. Ik moet toegeven dat ik mezelf er ook wel eens aan bezondig. Het gaat gewoon sneller dan ze een voor een af te rekenen, zo zei mij laatst een econoom.
Moedig voorwaarts:
‘Ik heb voor het eerst ook meegedaan met de massa; in korte tijd kocht ik een nieuwe laptop, een pak, een paar schoenen en een printer. Afgelopen zaterdag ging ik langs de autodealer om gewoon even te kijken.’
Let wel: in korte tijd. Niet allemaal tegelijk hoor. En voor het eerst. Kader is een zuinig mens. De twee tientjes die hij van de stichting Schrijver, School en Samenleving voor elk optreden in de Nederlandse bibliotheken krijgt, zijn in de loop van het afgelopen jaar aangegroeid tot een mooi kapitaaltje. Geen vetpot. Maar een paar nieuwe schoenen, dat kan er inmiddels wel van af. Zijn schaamte is oprecht en te prijzen: het is kuddegedrag waar je je als schrijver verre van moet houden. Als alle schrijvers zomaar – net als de massa – schoenen, printers, laptops, auto’s en pakken gingen kopen, wie moest dan al die mooie boeken schrijven? En je kan van Kader zeggen wat je wil, maar hij koopt ze tenminste niet met vier, vijf of zes tegelijk. En auto’s al helemaal niet. Want toen hij ‘om gewoon even te kijken’ bij de Porschedealer binnenliep, kwam niemand met z’n luie reet uit zijn stoel om Kader te helpen. En zo eindigt de meesterverteller deze aflevering van Mirza met de omineuze passage:
‘Pardon, heeft u misschien even tijd voor mij’, vroeg ik. Niemand had tijd.’
Ik weet niet wat u doet, maar ik ga eerst eens even lekker douchen.