Ik kwam in de krant het woord ‘koeioneren’ tegen. Ik moet altijd aan rundvee denken als ik dat woord ergens zie staan. Ik keek in de Dikke Digitale of dat terecht was. Nee. Het komt van het Franse coionner dat ‘voor gek zetten’ betekent. Van D. vermeldt ook nog het Italiaanse ‘coglionare’. Ik heb un lunedi azurro bij meneer Rinaldi en mevrouw Tofoletto Italiaanse taalkunde gevolgd. Het beeld van de grazende koe vervaagde en maakte plaats voor een bungelend zakje ballen. Coglione betekent ‘kloten’. Coglionare lijkt mij dan ook wat sterker dan ‘uitlachen’, de vertaling van Van D.
In het hedendaags Nederlands is koeioneren
1 op plagerige wijze de baas spelen over –
2 iem. het leven zuur maken
synoniem: sarren, treiteren
In 2009 keren we terug naar de ouderwetse wereld van de hoed en de pet. Als u - net als ik - een geboren petdrager bent, neem u dan vandaag nog voor u in 2009 niet te laten coglioneren. Kent u trouwens het woord ‘opklooien’? Volgens de Dikke betekent het o.a. ’opjuinen’, zich op stang laten jagen. Een beetje wat Peter R. de Vries (de gouden Coño van 2008 volgens de Volkskrant van hedenochtend) probeerde te vermijden toen Freek de Jonge hem in Nova in de haren vloog. Ik zou zelf het zwaarbebrilde, pragmatische geweten van de natie hebben genomineerd. Maar mijn mediainvloed is beperkt. Wel kan ik u nog vertellen dat Coño en coglione etymologisch verwant zijn.