Cup-a-soup

woordsoep in een kommetje


Kadertje in Amerika

VK 19 april 2010. De gedoodverfde Nobelprijswinnaar Kader A. (Niemand kan hem stoppen) staat weer op de zeepkist. En wij, zijn trouwe volgers, hangen weer aan zijn lippen. Dat er zoveel wijsheid in 1 mens kan! Meemaken, erbij zijn!

Kader is in Amerika. Het valt hem op dat daar ook mensen wonen en studeren met een ‘mooie donkere huidskleur’. Hij zegt er niet bij waarom, maar hij schrijft hun namen op en vervolgt: ‘De klas was benieuwd waarom ik de namen van sommige studenten noteerde, maar de namen van anderen niet. Ze zouden nooit kunnen begrijpen dat huidskleur en afkomst in Nederland een ‘issue’ kunnen zijn. Scherp gezien! In Amerika heb je namelijk geen racisme. Ja vroeger, toen Roots nog op tv was. Maar sinds koning Obama zijn volk toesprak met de woorden: ‘en nou ophouden, rotjongens. We zijn toch allemaal gelijk, ja waar of niet dan?’ kun je als zwarte jongen gerust op een boerderij in Alabama aanbellen voor een glas water. In the southbronx en South Central LA (de vogelaarwijkjes van Amerika) spelen zwarte en blanke kleuters gezellig samen in de zandbank. Daar kunnen wij nog van leren!

Niemand veroorlooft zich om de volgende grove opmerking te maken: ‘Oh wat spreek je goed Engels. Hoe lang woon je al in Amerika?’ Dat doen wij in Nederland.” Ik heb dat eerlijk gezegd nooit iemand horen zeggen. Niet in Nederland. Maar ik kom ook wel eens in Amerika. En als je daar een kwartier van de luchthaven een bar binnengaat, is de eerste vraag die je gesteld wordt: ‘where are you from?’ Het aardige is natuurlijk dat degene die het vraagt ook ergens from is. En zo heb je al snel een leuk gesprek met een Libanees, een Hagenees, of een Albanees die Albany (NY) nooit uit is geweest. Basale menselijke nieuwsgierigheid vs. grove desinteresse in iemands achtergrond. Ik weet wel wat ik leuker vind.

In de 21ste eeuw zijn we in dit land nog altijd bezig met achterlijke termen als allochtoon en autochtoon. Pas twee maanden geleden hebben we een stap vooruit gezet en proberen we het woord ‘nieuwkomers’ te gebruiken.

Twee maanden? In mijn Dikke van Dale (uit 2000) staat onder het lemma ‘nieuwkomer’  

1  nieuwaangekomene
  1 a (eufemistisch) allochtoon

Oude wijn in ouwe zakken dus. Potetos potatos tometos tomatos. Wie gelooft nog dat de onrust in PVV-gelederen tot bedaren kan worden gebracht met potjes taalzalf? Voor alle duidelijkheid: ik denk ook dat Amerika beter omgaat met het verschijnsel ‘nieuwkomer’. Maar laten we niet doen alsof je na de landing op LAX of JFK met versgebakken appeltaart wordt opgewacht door de Waltons. Daarvoor moet je bijvoorbeeld eerst langs de US Customs, die iedereen zonder Amerikaans paspoort aan een kruisverhoor onderwerpen. Guilty until proven innocent. Los van de huiveringwekkende politieke correctheid aan de oost- en westkust zijn de beginselen van de apartheid nergens met zoveel succes in de praktijk gebracht als in de Amerikaanse steden en op Amerikaanse scholen. Berkeley is wat dat betreft misschien toch net even anders dan Oxford Mississippi.

Direct na de nieuwkomerszin slaat Kader toe met een techniek die in de filmwereld bekend staat als ‘harde montage’:

‘Europa is oud geworden. Europa interesseert de studenten niet meer, ze zien hun toekomst daar niet liggen. De Europeanen kunnen niet meer een iPhone of iPad ontwikkelen, of iets als internet bedenken. Een Europeaan kan het niet meer in zijn hoofd halen om een wandeling op Mars te gaan maken. Europa is bang en reactief geworden.’

Een passage met een hoog is-dat-nou-wel-zo?-gehalte. Nee, wij kunnen geen iPhone of iPad meer ontwikkelen. Altijd lastig: iets bedenken dat al bestaat. De Amerikanen kunnen de bugaboo niet meer uitvinden evenmin als een zeewering die het water ook daadwerkelijk buiten de dijken houdt. Als het op verpissen aankomt, winnen de Amerikanen ongetwijfeld. Maar om daar de conclusie uit te trekken dat Europeanen bang en reactief zijn? Er is een brede stroom aan publicaties en documentaires (denk aan ‘culture of fear’, of aan Bowling for columbine) die de oorsprong van de inmiddels wereldwijde angst voor van alles en nog niks in de Amerikaanse schoot werpt. En terecht. Amerika is bij uitstek een land waar de angst voor alles wat afwijkt van de witte anglosaksisch protestante kern der natie welig tiert. Als je kinderen in Amerika naar een kinderfeestje gaan, moet je een disclaimer ondertekenen waarin je de ontvangende partij vrijwaart van verantwoordelijkheid voor het geval je kind zich verslikt in z’n cholesterolvrije cheesecake. Geen wonder dat die studenten niet naar Europa willen. Levensgevaarlijk!

Nou kost het nooit veel moeite om Kader te betrappen op wankele argumentatie, slappe bewijsvoering, gebrekkige feitenkennis en onnozelheden. Daar maak ik me alleen maar vrolijk over, zoals je je vrolijk maakt over die Haagse Kees die je soms in discussieprogramma’s op tv ziet. Maar wat mij verbaast is dat Kader (Dr. honoris causa!) klaarblijkelijk in de veronderstelling verkeert dat hij scoort met zijn ‘kritische’ blik op Europa iha en Nederland in het bijzonder. Iedere andere columnist die week na week zulke flagrante lulkoek over de pagina uitsmeert, zou na twee maanden een bedankbriefje krijgen. Zoniet Kader. Ik kan daar twee redenen voor bedenken. 1. Niemand leest zijn column en wie dat wel doet, doet dat alleen om eens een keer lekker te lachen. 2. Eigenlijk vindt de Volkskrantlezer het wel lekker, om zichzelf eens flink te laten bekakken door die exotische man met zijn woeste snor en charismatische blik. Ik neig naar het laatste. De blinde adoratie die veel ‘lezers’ voor Kader koesteren, is niks anders dan vermomde zelfhaat. De neiging om alle verworvenheden van de eigen cultuur te ridiculiseren en alles te verheerlijken wat naar kaneel en verse munt ruikt. De VK-lezer schaamt zich voor Wilders en voor de heilloze weg die hij is ingeslagen. Sterker nog: hij voelt zich medeschuldig aan de bodem van haat en angst waar het Wildersplantje het zo goed op doet. En schuld vraagt om boete. Et voilà: Kaders gat in de markt. Daar komt natuurlijk nog bij dat je in de nadagen van de goed-foutdiscussies uit de voorbije decennia liever aan de veilige kant blijft. Voor je het weet krijg je het verwijt om je oren dat je haat zaait en Wilders in de kaart speelt. Wie wil dat? Ik niet. Ook ik distantieer me zoveel mogelijk van het ‘gedachtegoed’ van de PVV. Maar ik weiger natuurlijk om me bij wijze van aflaat over te geven aan het geraaskal van een boeteprediker als Kader A.

De column van Kader gaat nog verder. Hij heeft (weer eens) een visioen. Visioenen hoeven geen verband te houden met de waarneembare werkelijkheid. Dat is het mooie van visioenen. Quote:

Maar ik heb goed nieuws. De zonen en dochters van de immigranten werken hard, om Nederland mooier te maken dan het is. Ze denken aan topfuncties bij Shell, Philips en Heineken (sic!!) en ze zullen binnen vijftien jaar als ministers van Buitenlandse Zaken, Financiën, Binnenlandse Zaken en Justitie optreden. De tijd van Balkenende is voorbij, de tijd van Geert Wilders is al decennia voorbij. Ik ken enkele jonge slimme immigranten met een donkere huidskleur die hun vizier hebben gericht op het Torentje (sic!!)

Met vizier zal hij wel een ‘klep of schuif ter afsluiting van de openingen van een helm’ bedoelen en geen ‘richtmiddel, inrichting of toestel op de loop van een schietwapen waar men langs of door ziet om te richten’. In het laatste geval hopen we maar dat de AIVD die jongens op tijd in de smiezen heeft. Hoe dan ook: het klinkt manhaftig. Als het jongens met een degelijke opleiding en de benodigde kwalificaties zijn, wens ik ze oprecht succes. En als er immigranten of oudkomers met een lichte huidskleur zijn die het ook denken te kunnen, dan mogen die wat mij betreft ook gerust een poging wagen. Dat de beste moge winnen.

Tot besluit van zijn wekelijkse rondje luchtfietsen gaat hij nog kort in op zijn buitencourantse schrijverschap: ‘in die sfeer gaat Kader Abdolah het Boekenweekgeschenk 2011 schrijven. // Hij is vereerd en wil het mooiste Boekenweekgeschenk ooit schrijven. // Hij ziet het als zijn plicht en hij gelooft in Nederland.’

Onnodig te zeggen dat wij van Maggi ons daar nu al op verheugen.

Published by admin, on April 20th, 2010 at 12:50 pm. Filled under: Kaderdag, UncategorizedNo Comments

Het karretje van Kader

Alles wordt minder, behalve de column van Kader A. in de VK op maandagochtend. Die wordt steeds beter! De parels van maandag 8 maart 2010:

De PVV is in Almere de grote winnaar geworden en werd tweede in Den Haag tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Geert Wilders heeft daar gewonnen. (Goed dat hij het er nog even bijzegt, niet iedereen kijkt elke avond naar het jeugdjournaal).

Ik forceer mezelf om hem in deze tekst te feliciteren, maar het gaat niet, het is lastig. Hij is verzadigd met haat. Geert Wilders heeft een doel, een angstdroom, helaas is zijn angst gebaseerd op de werkelijkheid. Een passage als een achtbaan. Eerst willen feliciteren. Waarom zou je? denkt de lezer. Dat denkt Kader ook. Hij vindt het lastig. Dan maar niet. Want Geert zit vol haat en hij heeft een doel. Maar dat doel is een angstdroom. En die is weer gebaseerd op de werkelijkheid. Is dat dan nog wel een droom, vraagt de lezer, duizelig van de snelle bochten, zich af. Maar het karretje van Kader  schiet zo snel door de ochtendkolommen dat je geen tijd hebt om er bij stil te staan. We razen door naar een verrassend accurate samenvatting van Wilders gedachtengoed: Weg met de hoofddoeken / Weg met de Islam in mijn cultuur / Weg met hen die mijn belastingen opeten (sic-er-de-sic!) / Weg met de moslimmisdadigers / Weg met de Koran / Weg met de moskee / Weg met de baard / Weg met de Marokkaanse rotjongens / Zet commando’s in Pak hen!

Je hebt er lang voor in de rij moeten staan, dus je wil er voluit van genieten. Maar jeetje! we zijn al op een kwart en na de felicitatie-looping glijdt het karretje veel te kalm over de rails. Maar dan ken je Kader niet! Allemaal techniek: de meesterverteller houdt in, en zet al je overtuigingen met een snelle kurkentrekker weer helemaal op de kop:

‘Ik woon niet in Den Haag, maar als de helft van de Haagse bewoners zegt dat ze zich niet veilig voelen, dan voelen ze zich niet veilig.’

‘Je hoeft niet in Den Haag te wonen om tot deze conclusie te komen,’ zegt u. ‘Als twee Hagenezen zich onveilig voelen,’ dan geldt hetzelfde, voegt u eraan toe. Houdt u eigenlijk wel van achtbanen? Mevrouw Maggi zegt in zo’n geval altijd: ‘u hoeft niet in dat karretje te gaan zitten. Je kan ook in de botsautootjes. En daar heeft mevrouw Maggi wel gelijk in, maar dan mis je nog twee hele mooie bochten. Wendingen die het middelpunt met zo’n kracht ontvlieden dat je het gevoel hebt dat je eruit vliegt:

‘Agnes Kant, de afgetreden leider van de SP (wat is Agnes Kant… die knappe blonde gezondheidswetenschapster uit… afgetreden? Waarom vertellen ze mij nooit wat?), zei laatst (riemen vast, damesheren!)

‘Geert Wilders is gevaarlijk’. (O, o, o, o!) Ik ben het met haar eens. Ik reconstrueer haar woorden en kom tot het volgende:

‘Geert Wilders maakt mij gevaarlijk’.

You tiger! denk je, goed zo, laat je tanden maar eens zien! Weer een bocht niet zien aankomen:

Ik ben niet tegen Geert Wilders, hij boeit me zelfs, maar zijn woorden en de haat in zijn stem, wekken woede in mij. Ik wil het niet, maar hij plant haat in mijn vlees (vlees?) met zijn formules.

We zijn er bijna. Wat een opwindende rit was het! En nog is het niet uit! Je kan na zoveel verrassingen niet meer zeggen dat de uitsmijter onverwacht komt, maar zeg niet dat hij zich er met een Jantje van Leiden vanaf maakt. Kosten noch moeite… alles voor de grande finale die de kermisbezoeker nog lang zal bijblijven:

‘Ik vrees voor zoveel haat die hij zaait’

(Fin)

Trillend stap je uit. ‘Nog een keer?’ vraagt de enthousiaste puber die naast je zat. ‘Nou, nee,’ mompel je, volgende week weer, misschien.

Published by admin, on March 8th, 2010 at 11:21 am. Filled under: Kaderdag, UncategorizedNo Comments

Kaders audiëntie

Kader verkneukelt zich in zijn - opmerkelijk helder geschreven - column over zijn bezoek aan de paus. Kader mocht samen met Cees Nooteboom en Caspar Berger naar Rome om de Paus te zien. Nou kun je je natuurlijk afvragen wie zoiets bedenkt. Ik bedoel: je mag drie Nederlanders afvaardigen om met een paar honderd buitenlandse kunstbroeders in de Sixtijnse kapel over kunst te praten. Ik veronderstel dat er zoiets bestaat als een interdisciplinaire werkgroep afvaardiging Nederlandse kunstenaars naar kerkelijk leiders van enig gewicht (in de wandelgangen kortweg I-WANK ). Die werkgroep komt bijeen, stelt een longlist op. Slaapt er nog eens over. Maakt beschaafd ruzie over de  voor dit doel door sommigen controversieel geachte kunstenaar Joep van Lieshout. Prikt een vorkje in een sterrententje en discussieert over de mogelijkheden de internationale allure van de Nederlandse Kunsten voor het voetlicht te brengen. ‘We moeten groot denken,’ zegt de werkgroepvoorzitter (die zelf denkt aan Andre Rieu, of Kluun (religie!) maar dat in dit gezelschap niet hardop durft uit te spreken), ‘wat we zoeken is iemand die kan optreden als ambassadeur voor de gehele Nederlandse kunstzinnige gemeenschap. Hij heeft altijd een brokje in de keel als hij die laatste vijf woorden uitspreekt. ‘Nou, da’s dan duidelijk,’ zegt werkgroeplid G. nog voor de biche alsacienne dans sa sauce bavienne wordt opgediend: Kader Abdolah, Cees Nooteboom, Casper Berger.

Dat ik nooit van Caspar Berger had gehoord, durf ik in dit gezelschap niet hardop uit te spreken. Het ligt aan mij. Hij is beeldhouwer. En als je zijn interpretatie van Michelangelo’s David op zijn website ziet, begrijp je wel waarom I-Wank hem heeft uitgekozen. Nooteboom en Abdolah ken ik allebei wel een beetje. Van Nooteboom zou je kunnen zeggen dat het meer voor de hand had gelegen als hij door de Verenigde Duitslanden zou zijn uitgezonden. Abdolah is een terechte keuze. Je kan van alles vinden (en dat doe ik ook) over zijn Koran-vertaling, maar hij is daardoor voor de paus toch een interessante figuur. Een tussenpersoon, een man die leeft tussen twee religies. Een bruggenbouwer tralalala.

Kader schrijft (VK 23 november, p. 24) ‘Via mijn geheime bron in het Vaticaan heb ik vernomen dat Paus Benedictus XVI iets unieks en persoonlijks aan mij in het bijzonder wilde laten zien, iets dat de moeder, de oorsprong van alle kunsten is. Paus Benedictus XVI wil de jas en de schoenen van Jezus aan me laten zien (…) die hij uit moest doen of af moest staan toen hij dat grote zware kruis op zijn rug moest dragen’.

Die Kader boft toch maar! 255 kunstenaars uit heel de wereld ingevlogen en dan haalt Paus Benedictus helemaal voor jou alleen die jas en die schoenen uit de kast. Dat lijkt en is te mooi om waar te zijn. Op de rechterpagina (VK 24 november, p. 25) staat een foto van de paus omringd door die illustere 255 kunstenaars.Kader is duidelijk herkenbaar. De paus kijkt net even de andere kant op, maar dat zal toeval zijn.  Het onderschift luidt: ‘De drie Nederlandse genodigden (…) zaten op de eerste rij. Abdolah zei na afloop: ‘er was duidelijk oogcontact. Ik was natuurlijk ook de enige die er Oosters uitzag’.

Published by admin, on November 23rd, 2009 at 10:30 am. Filled under: Kaderdag, UncategorizedNo Comments

Herman Brusselsman

Het dubbel-interview (een vondst op zichzelf) met Kader Abdollah was het beste wat vijftig jaar Nederlands-Vlaamse tv-betrekkingen hebben voortgebracht. Weet u nog? Kader die Brusselman konsekwent Brusselsman noemt en over het werk van zijn Vlaamse collega zegt:

“Wat heb ik gezegd: hij schrijft zo mooi over de liefde. Maar VIES! Met poep ermee. Hij sekst, maar met zijn seks is altijd poep. (…) Maar hij kan op elke vrouw ook, ik zeg Hij omdat hij de personage is, op elke Belgische vrouw hij zijn hand legt, elke Belgische vrouw gaat zijn benen wijd opendoen.”

Ik heb maar 1,5, misschien twee van de vijftig boeken van Brusselsman gelezen. Toch reken ik mezelf tot zijn trouwste fans. Dat gaat dan vooral over de interviews, over zijn vermogen onder alle omstandigheden volledig zichzelf te zijn. Kader of geen Kader. In het VK-magazine dit weekend: “In alle bescheidenheid: er zijn maar weinig schrijvers zoals ik (…) Wie heeft er nu een oeuvre van vijftig boeken die vol bullshit staan en die veroordeeld zijn tot het predikaat: het is altijd hetzelfde boek?”
Briljant.

Published by admin, on October 11th, 2009 at 10:18 am. Filled under: Kaderdag, UncategorizedNo Comments

Kader en stoel voor 1 geld

stoelWeinig tijd, want morgen begint de jaarlijkse conferentie van buxusquakers in het Zwitserse Zürich (niet te verwarren met het Friese Zurich, want dat is zonder puntjes). Daar MOET ik als kenner en liefhebber van buxi bij zijn en er is nog veel voor te bereiden. Ik doe zelf mee aan twee workshops en ik verzorg een lezinkje: ‘Expressing our inner self, reflections on the nature of dwarf knot garden hedging’. Iedereen zijn hobby.

- De Kaderzin van de week: ‘Een immigrant moet als een individu gebaseerd op zijn persoonlijke bagage en talent meedoen in de samenleving om eerst veranderd te worden en om daarna te veranderen.’ Begrijpt u wel?

- De stoel van Peter Giesen. Die is zuurstokroze en voor zover ik behalve van het snoeien van buxussen ergens verstand van heb, gekocht bij IKEA. Giesen draagt imitatie slangenlederen schoenen en houdt zijn rechterwijsvinger (Heldring!) langs de wang richting de slaap, terwijl de overige vingers de wilskrachtige kin ondersteunen. Een klassieke pose voor de columnist die weet wat er in de wereld omgaat. Onkarakteristiek is de gulle lach. De meer filosofisch angehauchte columnbakker kijkt liever wat ernstiger de wereld in. Giesen plaatst het aan de ketting gelegde meisje Laura in Nietzchiaans perspectief. Schopenhauer steekt zijn dikke kop ook nog even om de deur. De redactie heeft er een streamer uitgelicht en die luidt: ‘Wie onlust vermijdt, zal ook weinig lust beleven’. Denkt u daar nou vanochtend eens fijn het uwe van.

Published by admin, on August 31st, 2009 at 8:29 am. Filled under: Kaderdag, StoelNo Comments

Diarree

“Ik ken een oude oosterse parabel,” zo meldt Kader ons vandaag en Kader zou Kader niet zijn als hij niet een kwart van zijn column met die oosterse parabel zou dichtplamuren. Klaar is toch maar weer klaar. Dat Kader Oosterse parabels kent is niet echt een verrassing. Dat weten wij, lezers en bewonderaars maar al te goed, want er gaat zelden een Mirza voorbij waarin niet een oude Perzische dichter met een oosterse wijsheid van stal wordt gehaald. Zo weten wij nu dat ze ook in de 7000 jaar oude cultuur van Kaders moederland nooit een program van het concert des levens hebben gekregen. En dat boontje ook in Teheran om zijn loontje komt. Vandaag vraagt Kader onze aandacht voor de parabel van de koning met diarree. Het is heus:

‘Er was eens een koning die hevige diarree kreeg. Wat de medicus ook deed, het mocht niet baten. De dood naderde, uitgeput liet de koning de meest ervaren geneesheer van het land langs komen. De geneesheer gaf hem alle diarreeremmende drankjes die hij kende, maar het hielp niet, het werd zelfs erger. Machteloos zei de geneesheer tot zichzelf: ik moet het tegenovergestelde doen. Ik zal hem juist een diarreeopwekkend drankje moeten geven, misschien zal dat werken.’ Hij nam het risico en gaf de koning een sterk drankje en vluchtte weg. De volgende avond hoorde hij de omroepers: ‘Een blijde tijding! De koning is genezen!’ Conclusie: ik ga het anders doen. Ik ga er niet meer tegenin. Want wie Geert Wilders tegenhoudt, produceert tientallen Geert Wildersen in de toekomst.’ (Woosh!) Raadpleeg nu uw wie-of wat-staat-voor-wat-of-wie-in-de-parabels-van-Kader.

Waarom deze oude Oosterse truc destijds tegen Khomeini weinig heeft geholpen, vermeldt de meesterverteller niet. Ik ben het overigens wel met hem eens. Volledig. Laat Wilders lekker een coalitie vormen. De Christen Unie doet vast wel gezellig mee. En bij SGP en GPV jeuken de handen ook om eens wat aan de dreigende hegemonie van de Moren te doen. Soepvriendin A. belde me op de dag dat het eerste LPF-kabinet werd geinstalleerd. ‘Heb je ze gezien? Die van economische zaken ook?’ Haar stem kraakte van de ingehouden voorpret. Ik probeerde haar enthousiasme te temperen. Dat kan nooit lang duren. Dat denk ik van Wilders ook. Maar je moet hem wel een eerlijke kans geven om zijn kiezers teleur te stellen.

Kader wil koffie met hem drinken en een lange wandeling maken. Als ik Wilders was, zou ik daar toch een beetje mee uitkijken. Je weet nooit wat zo’n woestijnsnor voor oosterse wijsheden in je koffie giet. (Nog te zwijgen van die laxeermiddelen).

O, en dan om nog even in de laxerende sfeer te blijven: ‘’s Avonds zag ik mijn eigen glimlach in de spiegel’. Bet you did, Kader.

Published by admin, on May 18th, 2009 at 9:11 am. Filled under: Kaderdag1 Comment

Kader, Calvijn en de Duitse rijtjes

Ik heb twee weken lang geen krant gelezen. Vroeger was dat ondenkbaar. Toen telde ik graag het vijfvoudige van de Nederlandse prijs neer voor een vier dagen oude Volkskrant. Vandaag begint alles weer gewoon bij het begin. Geloof het of niet: ik heb twee weken niet aan Kader gedacht. Ik weet nog hoe het was om - toen ik nog rookte - zeven uur in een vliegtuig opgesloten te zitten en dan onder de overkapping van JFK je eerste weer te kunnen opsteken. Dat gevoel kreeg ik vanochtend ook een beetje bij het lezen van Mirza. Alsof hij deze bij wijze van warme welkom thuis speciaal voor mij heeft geschreven. Lees mee:

Aanvankelijk dacht ik dat Calvijn (1509-1564) een geboren en getogen Nederlander was en dat het calvinisme een Hollandse geloofsuiting was; iets raars, net als die nationale oranje kleur. Het was daarom een grote ontdekking voor me toen ik ergens las dat hij zelfs nooit een stap op Nederlandse grond heeft gezet. Via welke route vluchtte hij dan van Parijs naar Basel?

Het is een retorische vraag, maar denk er maar eens over na. Je wil van Groningen  naar Leeuwarden, hoe doe je dat zonder Kopenhagen aan te doen?

Verderop: Het calvinisme is eigenlijk een tijdperk waaruit de Prins van Oranje is voortgekomen als ook de grote naoorlogse premiers Willem Drees, Barend Biesheuvel, Joop den Uyl, Dries van Agt, Ruud Lubbers, Wim Kok en met name Jan Peter Balkenende. Zij komen allemaal uit dezelfde school.

De respectievelijke voornamen van Lubbers en Van Agt luiden: Rudophus, Franciscus Marie en Andreas Antonius Maria. Dat wijst er toch een beetje op dat ze op een andere school hebben gezeten dan Balkenende en Biesheuvel. Kattelieke stinkfabrieken!

Naast de late bekering van Dries en Ruud, moeten ook Anton Philips en Freddy Heineken eraan geloven: allemaal groot geworden dankzij de Calvinistische ziel. Een eervolle vermelding voor de grote Calvinistsiche dichteres Vasalis is er ook. Nadat Kader calvinisme heeft gedefinieerd als ‘uit het niets iets groots maken’ mag ook de dichteres Vasalis in de Calvinistische eregalerij:

Is het vandaag of gisteren, vraagt mijn moeder / bladstil, gewichtloos drijvend op haar witte bed. / Altijd vandaag, zeg ik. (M. Vasalis).

Als dat geen calvinistische poëzie is, dan ligt Nederland niet tussen Parijs en Bazel!

Niet zo exquis als Kader, maar toch ook heel lekker is de ingezonden brief van een ‘niet-moslimmoeder van een moslimzoon’ die blij is dat de dader op Koninginnedag geen moslim was. Ze schrijft:

Het laat zich raden met welke berichtgeving we wekenlang te maken hadden gekregen, geconfronteerd zouden zijn als dat wel het geval geweest. Nu echter verbaas ik me over het gebrek aan berichtgeving over hoe om te gaan met het toenemend aantal werkloze en (vooral) alleenstaande (jonge)mannen in onze niet-religieuze, sterk geïndividualiseerde maatschappij, waar familiebanden en sociale omgeving (in tegenstelling tot moslimgemeenschappen) niet meer de kracht en sturing hebben om te voorkomen dat zulke ontsporingen ontstaan.

(…)

Geef les op school over agressiegevoelens, seksuele gevoelens en psychologie, in plaats van het bekwamen van leerlingen in Duitse rijtjes.

Agressiegevoelens en seksuele gevoelens! (’Meneer we hebben een tussenuur tussen agressiegevoelens en verzorging, kunnen we misschien seksuele gevoelens verplaatsen naar maandag en veterstrikken naar morgenochtend, dan kunnen we vanmiddag ons werkstuk flossen en tandenstoken afmaken.) Mevrouw van Caspel denkt dat er nog steeds Duitse rijtjes worden gegeven. Wat schattig!

Bovendien klopt de aanname niet dat die eenzame zwalkers vol agressie en seksuele gevoelens een westers decadent verschijnsel zijn. Je ziet wel eens zo’n groepje jongens in Amsterdam die wel een beetje kracht en sturing vanuit de moslimgemeenschap kunnen gebruiken. Ik denk dat er in de Diamantbuurt en de Van Speijkstraat weinig parate kennis over Duitse grammatica voorhanden is. En op de een of andere manier denk ik dat een serieuze schoolopleiding met wat an-auf-hinter-neben-in über-unter-vor-und-zwischen meer oplevert dan onderwijs in seksuele gevoelens.

Published by admin, on May 11th, 2009 at 9:49 am. Filled under: Kaderdag5 Comments

dinsdag Kaderdag

Boude beweringen, halve waarheden en losse kreten in deze duizendste aflevering van de cursus argumenteren zonder argumenten. De Grote Cursusleider overtreft zichzelf weer eens met de schitterende passage:

“Nederland is zichzelf niet in deze oorlog. Nederlanders zijn uniek wanneer ze aan het maken zijn, wanneer ze hun handen gebruiken, maar Nederland verveelt zich, is haar identiteit kwijtgeraakt in Afghanistan”.

Vervang ‘Nederlanders’ door ‘Smurfen’ en ‘Nederland’ door ‘Smurfenland’ en stel tot uw verrassing vast dat er niets aan het waarheidsgehalte van de zin verandert.

(Terzijde: Nederland en Smurfenland zijn wel onzijdig trouwens, waardoor  zijn identiteit hier meer op z’n plaats is.)

Published by admin, on April 14th, 2009 at 7:18 am. Filled under: Kaderdag, UncategorizedNo Comments

Maandag afkickdag

Zoals beloofd: een kleintje om het af te leren. Obama heeft de bewoners van Iran toegesproken tgv het voorjaarsfeest. Kader over zijn verre vaderland: “Het is een ouderwets staatsbestel dat eigenlijk tot het verleden zou moeten behoren, dat als het ware verwijderd moet worden, maar we hebben nu al van Irak en Afghanistan geleerd dat we de onderdrukkers niet eenvoudig af kunnen zetten. Er is een harde werkelijkheid die we moeten accepteren: de ayatollahs zijn een historisch feit.” Na zijn ere-doctoraat in de Theologie zet Kader sterk in voor een doctoraat in de analyse van internationale betrekkingen. Huiswerk voor de volgende keer: noteer drie dingen in de waarneembare werkelijkheid die geen historisch feit zijn.

Published by admin, on March 23rd, 2009 at 10:10 am. Filled under: Kaderdag2 Comments

Maandag Kaderdag (10 en slot)

Welkom lezers, bij deze tiende, laatste, en extra feestelijke aflevering van Maandag Kaderdag. Onze man in de krant heeft zijn goochelaarshoed op de kop gezet en doet om ons te plezieren nog een keer al zijn kunstjes. Kader is op het boekenbal geweest. Daar heeft hij iets heel ergs gedaan, maar daar komen we nog op. We beginnen met wat kleine amuses: 

In Parijs of in New York is het ondenkbaar om een feest te organiseren waar de belangrijkste figuren van het dorp, zoals de pastor, de burgemeester, de rector van de school, de juf, de meester, de baas van het Leger des Heils en de dorpsdichter tegelijk aanwezig zijn.

Een enumeratie, ook wel: ‘opsomming’. Kader is er gek op, net als op kolomlange citaten. Het zijn toch zeshonderd woorden en zelfs een meesterverteller zit er wel eens om verlegen. Zo’n opsomming heeft iets poëtisch en daardoor ben je als lezer misschien geneigd wat minder kritisch naar de inhoud te kijken. Wij kunnen het ons niet veroorloven ons te laten meevoeren op de golven van Kaders muze. Wij lezen gewoon wat er staat:

1. Parijs en New York zijn dorpen, net als Amsterdam

2. In Parijs en New York kun je geen feest organiseren waarbij de voornaamste ingezeten aanwezig zijn.

Het eerste zien we door de vingers. Als je weleens op het Empire State Building hebt gestaan en in de richting van de voormalige Twin Towers hebt gekeken, weet je dat NY zich in weinig onderscheidt van andere dorpen zoals Nijswiller of Ermelo. Maar of je in NY en Parijs de pastor en de burgemeester etc. niet op een feestje bij elkaar zou kunnen krijgen? Mij lijkt het sterk. Als Amerikanen en Fransen ergens goed in zijn, is het in gala’s waar glimlachende hotshots zich in het zweet netwerken. Maar gesteld dat het waar zou zijn. Waarom zou je er melding van maken? Wij eten graag een zilveruitje bij de boerenkool, Parijzenaren en New Yorkers niet. Wie kan het wat schelen?

Kader dus. Die heeft de eerste 150 woorden binnen, denkt dat gaat lekker en gooit er nóg een opsomming achteraan. En gelijk heeft-ie. Als er een kapot gaat, heb je d’r mooi nog een achter de hand. Bovendien hou je zo de mentaal uitgedaagde lezer aan boord, die het beeld niet al bij de eerste keer doorgrondde.

Het Boekenbal is zo’n feest, een interessant eigenzinnig boekenfeest waar de burgemeester van Amsterdam, de Minister van Cultuur, de Minister van Justitie met zijn dochter (sic!), de chef van de politie, acteurs filmregisseurs, nieuwslezers, schrijvers, dichters, uitgevers en zakenmannen allemaal op een avond samen zijn. Van een afstand bekeken is het eigenlijk alles wat we hebben in Nederland, en dat allemaal in die kleine schouwburg.

Moet u ook denken aan Multatuli’s bumpersticker ‘Van de maan af  gezien, zijn wij allen even groot?’ Hoever weg moet je gaan staan, wil je denken dat het clubje boekenbaltijgers ‘alles (is) wat we hebben in Nederland’?

 In 2006 schreef Kader ook al een eigenzinnig verslag over het damalige Boekenbal. Een belangrijke overeenkomst met die column zijn de zelffelicitaties. Ik denk niet dat Kader aan de lectuur van Jip, Janneke, Kopland en Hermans het beeld heeft overgehouden dat de inwoners van zijn tweede vaderland dat prettig vinden. Maar van valse bescheidenheid zal nooit iemand hem beschuldigen:

1. (Kader tegen Harry M.): “‘U ziet er goed uit, beter dan vorig jaar, gezonder. Wat heeft u gegeten het afgelopen jaar en waar bent u geweest? U ziet er jonger uit. Toch niet naar een Arabisch land?’ Zijn vriendin kuste me drie keer voor mijn ware woorden.

2Ik zag Jan Siebelink: ‘Ik ben bezig met uw Violen, elke ochtend twee hoofdstukjes voordat ik het bed verlaat. Vanochtend bladzijde 301: Niet dwalen, Heer! Laat mij niet hulpeloos varen. Ps 119:5.’ Beter dan dit kon ik Siebelink niet groeten.

3. ‘Dit jaar heb ik iets moois gedaan, iets wat ik een keer eerder in het vaderland gedaan heb.

De gewiekste name dropper Kader A. laat nooit na het gezelschap van de allergrootsten te zoeken. Tenminste, van degenen die dat in zijn ogen zijn. Kader heeft geen oog voor de kruimels. In de twee columns noemt hij Conny Palmen, Freek de Jonge, Jan Siebelink, Gerard Reve, WF Hermans, Gerrit Kouwenaar en natuurlijk Kader de Grote. Harry Mulisch is dit jaar ook weer van de partij.  Und dann, Damen und Herren, kommen die Grosse Kamele!

 ’Toen ik Harry Mulisch tegen kwam, stopte ik en groette hem plechtig, drukte zijn hand, boog me voorover en zette een kus op de hand die nooit meer wilde schrijven. Ik verraste mezelf met mijn onverwachte actie.” 

Mij verrast het niks. Een pathetische geste van een geoefend poseur. Als je drie jaar geleden al tegen Mulisch durfde te zeggen dat hij er goed uitziet, jonger, dat hij zeker ‘naar een Arabisch land’ op vakantie is geweest, dan verbaast het je alleen dat het dit jaar bij zoenen is gebleven. En voor wie denkt: wat een boel eer voor een ‘kabbalistische tegelzetter’*: Sinterkader is in zijn grote boek ook Willempje Frederik en Gerardje Kornelis niet vergeten hoor!

Bij Mulisch boog ik mijn hoofd ook voor nog twee grote naoorlogse schrijvers die er niet meer waren: Willem Frederik Hermans en Gerard Reve. Deze drie hebben samen een hoog niveau in de Nederlandse literatuur bereikt die andere schrijvers waarschijnlijk nooit meer zullen halen.’

Je hoort ze jenseits verlegen giechelen en je ziet ze blozen: ‘nou nou Kader, wat een vleierij, da’s allemaal echt te veel eer hoor!’

 Nu moet ik ophouden. De dokter en mijn vrouw willen dat ik me weer op de tuin ga storten. Bezigheden die de bloeddruk ontzien. Jammer is het wel. Op aanraden van collega Peppelenbos (leest allen zijn kale Martin Ros-citaten) zal ik de komende maandagen nog wel enkele opvallende Kaderzinnen zonder begeleidend commentaar op woordsoep plaatsen. U mag het voortaan zelf doen. U heeft nu gezien hoe het moet. En dat iedereen het kan.

* naam en adres van de bedenker van deze dodelijke kwalificatie bij de redactie bekend.

Published by admin, on March 16th, 2009 at 1:33 pm. Filled under: Kaderdag, Uncategorized1 Comment

Maandag Kaderdag (9)

In het tropenmuseum in Amsterdam kun je vanuit een fatboy naar een filmpje kijken waarin een Perzische verteller verhaalt over twee geliefden die elkaar eerst niet, maar uiteindelijk dan toch weer wel krijgen. In het paradijs. Het filmpje is (gok ik) gemaakt in een theehuis in Teheran en het is adembenemend om de spanning op de gezichten van de Iraanse toeschouwers te zien. De verteller vertelt aan de hand van afbeeldingen op een groot, handgeschilderd bord. Die man is een meesterverteller en als zodanig een collega van zijn uitgevlogen landgenoot Kader A. die in de Volkskrant van hedenochtend hetzelfde doet, zonder aanwijsbord.

Ik neem aan dat er mensen zijn die het verhaal waar Kader op trakteert prachtig vinden (zo heel anders dan die spruitjeslucht die van de Nederlandse literatuur afwalmt), daarom hier Kaders letterlijke samenvatting:

‘Sam, de legendarische Perzische koning krijgt een zoon, Djal, maar het kind is helemaal grijs. De koning schrikt van dit ‘duivelskind’ en geeft de opdracht het te doden, maar de knecht doodt het niet. Hij laat Djal stiekem achter in de bergen. De vogel Simorg neemt de baby met zich mee naar zijn nest en voedt hem. Djal groeit op in de bergen en wordt een bijzondere jongeman. Op een nacht droomt de koning dat zijn zoon nog leeft en dat hij in de bergen met de vogels woont. Met berouw en vreugde klimt de koning de bergen in. Hij vindt zijn zoon en zet een kroon op zijn hoofd.’

Het gaat nog verder! Djal wordt verliefd op een dame die Roedabe heet.

‘Midden in de nacht gooit Roedeba toch haar lange zwarte gevlochten haar uit het raam van het kasteel naar beneden en Djal klimt erlangs naar haar kamer.’ 

dat blijft niet zonder gevolgen, natuurlijk.

‘maar het kind is groot en de bevalling is onmogelijk. Roedabe worstelt met de dood. Opeens herinnert Djal zich dat de vogel Simorg hem een van zijn veren heeft gegeven, te gebruiken in geval van nood. Djal verbrandt de veer, Simorg verschijnt en laat Djal weten wat hij moet doen: ‘Geef Roedabe veel wijn. Snijd met dit mes haar zij open, haal het kind eruit en naai de wond dicht.’

Zo gezegd, zo gedaan.

‘het wonderkind wordt geboren, zijn naam is Rostam, hij wordt later de redder van de Perzische glorie en de bewaker van het rijk. De literaire vogel Simorg heeft ons onsterfelijk gemaakt.’

Dit is geschreven, dit is gedaan. Kader Abdolah is mijn naam. Tip tap top, de datum heeft een hoedje op! Maar wat moeten wij d’r mee? Bij ons groeien de kindertjes niet aan de zijkant. En zelfs als we zulke cultuurspecifieke verschillen wegpoetsen, blijft het ook voor een spruitjeshater lastig je te identificeren met iemand die van een vogel de goede raad aanneemt om zijn zwangere vrouw vol wijn te gieten en vervolgens open te snijen. De stand van zaken mbt de Perzische glorie is niet iets waar ik op maandagochtend perse over geinformeerd hoef te worden. ‘Heb jij de krant? Kijk es effe gauw hoe het er voorstaat met de Perzische glorie.’ Quizvraag: Wat deed Kader nou besluiten ons vanochtend te verrassen met een verhaal over een kindermoordenaar, een meissie met mooi zwart haar, een wijnovergoten keizersneetje en de Perzische glorie?

De vogel. Precies! Die Simorg is een vogel. En het thema van de boekenweek is? Tjielp, tjielp. Als je dat weet, begrijp je de Kaderzin van de week ook beter:

‘Vogels hebben de Perzische identiteit gered van een zekere ondergang: ze hebben een doorslaggevende literaire bijdrage geleverd aan de vaderlandse geschiedenis’.

Ik mag van MH Benders (en mezelf) niet meer zeiken over kleinigheidjes “die Mijnheer Woordsoep is waarschijnlijk een kalende veertiger die de hele dag op zijn Bic pen zit te kauwen, speurend naar online spelfoutjes” maar ik hecht er toch belang aan vast te stellen dat er in Kaders hervertelling maar sprake is van 1 vogel. Wie die andere vogel(s) is/zijn die de vaderlandse geschiedenis hebben beinvloed, komen we niet te weten. Ik ben een nuchtere Nederlander. Ik kan me moeilijk inleven in een wereld waarin vogels doorslaggevende literaire bijdragen leveren. Dat is een tekortkoming, ik weet het. Wat kan ik anders zeggen dan: we gaan eraan werken. Als de tijd het toelaat, mag u bij woordsoep nog deze week een bijdrage van een Vondelparkse HB-parkiet verwachten. Eentje die in z’n eentje de Nederlandse identiteit van de ondergang gaat redden. Nieuwe rubriek: de parkiet spreekt. Tevens aankondiging van het tiende en laatste deel van Maandag Kaderdag. Ik heb mijn punt wel gemaakt, dacht ik.

Published by admin, on March 9th, 2009 at 11:27 am. Filled under: Kaderdag, UncategorizedNo Comments

Maandag Kaderdag (8)

Het moet natuurlijk niet zo zijn dat je met een lantaarntje op zoek moet naar de gebreken en onvolkomenheden in Mirza. Als Kader tegen zijn gewoonte in een keer een prima stuk heeft geschreven, dan moet je dat ook gewoon kunnen zeggen. Helaas is dat vandaag weer niet het geval.

Drie kandidaten voor de Kaderzin van de week:
1. “Niets is voor eeuwig, maar mochten we ooit zonder kranten komen te leven, dan zou dat voor de mensen die de krant hun leven lang hebben gelezen een unieke en markante gebeurtenis zijn.”

Ja, dat lijkt mij ook. Afgezien van de omslachtige formulering is het ook nog eens een waarheid als twintig koeien. Zonder meel wordt het leven ook anders voor mensen die elke ochtend met een bruine boterham ontbijten. Uniek en markant, wat u zegt.

2. “Door mijn eigen ervaring kan ik het als volgt samenvatten: de krant is de kroon op het hoofd van de mens.”

Dat lijkt op een metafoor. (Let ook op het metrum!) Maar wat zou-di er mee bedoelen? Ik vouw zelf wel eens een hoed van de krant en zet die dan op mijn kop. Maar dat leidt nooit tot een koninklijke ervaring. Ik denk dat het hoofd hier staat voor ‘de inspanningen van de menselijke geest’ en dat de kroon dan het kersje op de taart is. Ik probeer maar wat. Maar als dat zo is, wat is dan de status van al die mooie boeken die Kader en velen met hem hebben geschreven? En welke krant, trouwens? (De geschoolde Kader-watcher weet het antwoord natuurlijk: Kaders eigen krant, de Volkskrant die hij (quote:) ‘twee uur per dag’ leest.)

3. “We [Kader en zijn vrienden, RW] bestudeerden de knipsels en probeerden te raden waar de tekst over ging. Het werd een uitzonderlijke beoefening van de democratie.”

De eerste zin begrijp ik helemaal. Van raden waar de tekst over ging, heb ik vanaf de eerste Kaderdag mijn hobby gemaakt. De tweede zin is ingewikkelder. In het Amerikaans-Engels heb je een mooi woord voor zulke zinnen: ‘Woosh!’ Er hoort een gebaar bij: je laat je hand met grote snelheid vlak over je hoofd scheren, ten teken dat de boodschap je boven de pet gaat. (Pas op dat je de kroon er niet af stoot!). Ik kom er niet helemaal uit. Ik neem aan dat Kader te goeder trouw is en ons niet bewust met een kluitje hermetische poëzie het riet in probeert te sturen. Maar als je je de democratie voorstelt als een verzameling mensen die gezamenlijk over een krantenknipsel gebogen proberen te raden waar een tekst over gaat, dan ben je mij kwijt. Dat voorvoelden Kader en zijn eindredacteur ook wel en daarom hebben ze er toch maar ‘een uitzonderlijke beoefening’ van gemaakt. Ah! Zo bedoelt u. Een beetje zoals achteruitrijden met twee groene trapskelters ook een uitzonderlijke beoefening van de democratie is. Nee, dan begrijpen we elkaar.

Tot zover de zinnen. Helaas heb ik niet de tijd om twee uur de krant te lezen en me dan nog eens twee uur aan het worshippen van mijn maandagse idool te wijden. Toch wil ik nog een inhoudelijk puntje aanroeren. Kader stelt in ‘De krant als kroon’ voor om ‘immigranten een gratis of goedkoper krantenabonnement aan’ te bieden. Sympathiek idee. Op vertoon van een dubbel paspoort tweede krant gratis. Naar mijn idee is de prijs niet de voornaamste drempel voor minderjarigen en allochtonen bij de aanschaf van een krant. Bovendien vraag ik me af of ze bij de abonnementenadministratie wel zo gelukkig zullen zijn met het bijhouden van de immigrantenstatus van de nieuwe ambonezen. Dat kan nog een hoop hilarische taferelen opleveren. Maar dat zijn praktische overwegingen en daar is in het poëtisch universum van Kader weinig vraag naar. Hij ziet het al voor zich: een gezin van Riffijnen waar de krant met Gummbah naar boven op een Perzisch kleedje ligt. “Het zal veel betekenen en ook veel veranderen. Het zal zeker geen wegwerpkrant worden. Wel zal het meer status geven als bijvoorbeeld De Volkskrant in hun huis op tafel ligt. En op zich een bijzondere gebeurtenis in de geschiedenis van de krant.” (Doek. Applaus).

‘Een bijzondere gebeurtenis,’ op zich wel, maar achteruitrijden met twee groene trapskelters etc… Fotosuggestie voor het VK-magazine over twee weken: maak een foto van een immigrant met De Volkskrant op z’n hoofd.

Published by admin, on March 2nd, 2009 at 2:12 pm. Filled under: Kaderdag3 Comments

Maandag kaderdag (7)

1. Natuurlijk ben je wel eens bang dat de bron opdroogt. De nacht van zondag op maandag is nooit een rustige. Stel dat Kader ineens besluit er de brui aan te geven. Geen zin meer, te druk, paar’len voor de zwijnen… Sterker nog: de kans dat het hele instituut Volkskrant ophoudt te bestaan is allang niet meer denkbeeldig. Uiteindelijk zal zelfs de zon niet meer in staat zijn voldoende energie te leveren om het leven op aarde mogelijk te maken. Aan alles komt een eind, ook aan Mirza. Als je optimistisch bent, kun je zeggen: kom kom er is nog zoveel te genieten in de wereld. Denk aan al die interviews met Connie Palmen die je nog niet gelezen hebt! Je kan elk weekend wel ergens gaan kijken naar een dichter die zich op didgeridoo laat begeleiden. En als alles op is, kun je ook altijd nog op de weblog ‘De man van taal’ terecht. Allemaal waar. Maar het is toch een beetje alsof je tegen een crack-verslaafde zegt dat koffie ook een opwekkend effect heeft, of je iemand die gestopt is met roken uitlegt dat hij een appel moet gaan eten als hij zin heeft in een sigaret.

2. We zijn niet alleen! Marius Z. (die Zeven van zijn achternaam heet) stuurde me Yasha uit de VPRO-gids van 7 februari. Hij suggereert dat woordsoep de column van Grunberg heeft gekaapt en verantwoordelijk is voor de volgende regels:
De vraag blijft hoe Abdolah aan zijn column in de Volkskrant is gekomen? Abdolah staat op de loonlijst van de Mossad. De bewijzen liggen hier en wie wil kan ze inzien. (…) Sterker nog: de zouteloze stukjes van Abdolah en zijn treurige boeken, waaruit blijkt dat hijzelf eigenlijk de profeet Mohammed is, zijn geschreven door een medewerker van de Mossad in de kerncentrale in de Negevwoestijn. En dat alles om de moslims en de Perzen belachelijk te maken.’ Onnodig te zeggen dat deze verdachtmaking niet uit de koker van Marcus Maggi komt. Wij houden ons aan de feiten. Die zijn al hartverscheurend genoeg.

3. Toch stellen we met plezier vast dat verzet tegen het georakel van Mirza langzaamaan op gang begint te komen. Ook Elsbeth Etty, en M. Februari slikken de honinggebakjes van Abdolah niet meer helemaal voor zoete koek. Een gevaarlijke ontwikkeling, want een genie moet zijn werk ongehinderd kunnen doen. Je zou toch niet willen dat Kader zich intellectueel geremd voelt in het schrijven van zijn prachtcolumn op de maandagochtend? Ik wil niet in een positie raken waarin ik onder pseudoniem steunbetuigingen moet gaan sturen naar de Volkskrant met de oproep ‘laat Kader zijn karwei afmaken’. Voorlopig is er overigens nog geen reden tot grote zorg, want de Mirza van 23-2-2009 is er weer een voor de Feinschmecker.

4 “Barack Obama stuurt 17.000 extra troepen naar Afghanistan.” Dat zijn bij elkaar een heleboel soldaten, meer dan de 30.000 waar de Amerikaanse bevelhebber in Afghanistan om had gevraagd als we er vanuit gaan dat een troep uit meer dan een persoon bestaat. Slakkenzout natuurlijk, maar wel een teken dat de eindredactie rustig aan heeft gedaan. Dat belooft veel onversneden Kader. En die komt sneller dan verwacht:
Wees alert Balkenende, wees op je hoede Wouter Bos, haal het niet in jullie hoofden om extra troepen naar Afghanistan te sturen. Bereid je van tevoren goed voor om een duidelijk en stevig antwoord aan Obama te geven: ‘Op deze manier doen we het niet meer’.
Zo! Als dat niet ‘duidelijk en stevig’ is, dan weten wij niet meer wat duidelijk en stevig is. (Waar is trouwens de minister van defensie, us Eimert, die mag toch ook wel iets duidelijks en stevigs zeggen tegen Obama?) Zouden Bos & Balkenende Mirza in de krant moeten lezen, of krijgen ze de tekst standaard ge-cc’d? Hoe dan ook: het is bekend dat de columns van Kader op menig ministerie circuleren als leidraad voor goed bestuur. Bos kennende heeft hij vanochtend zijn hele adresboek de inspirerende tekst ‘Bereid je van tevoren goed voor, Kader A.’ ge-sms’t. En terecht!

Wat verder opvalt vandaag is de ‘wij-vorm’ waarin Kader Abdolah zich vandaag tot de lezer richt. Als verzamelaar en liefhebber heb ik een klein en incompleet Kader-archiefje. Daarin bewaar ik een Mirza van 15 april 2002 (online te lezen op http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article926506.ece/Verraad). Een gevalletje geslaagd inburgeren. Vandaag schrijft hij: ‘Wij gingen naar Afghanistan om wegen, bruggen en scholen te bouwen, maar zijn nu verwikkeld in een ‘face to face’ oorlog met de meest extreme moslimfanatici’. Geen speld tussen te krijgen. Vreemd alleen dat hij zich vandaag met een gemeenzaam ‘wij’ verbroedert met de Nederlanders over wie hij in 2002 schreef:

Neem de Dutchbatters, bij voorbeeld. Volgens de norm moesten ze de Bosnische moslims beschermen, maar zodra ze het gevaar roken, rees de oude vraag: ‘Waarom moeten wij ons in gevaar brengen voor een ander?’
Met deze redenering hebben de Nederlanders veel bereikt, maar soms als het mis gaat, gaat het totaal mis. Tijdens de jodenvervolging pleegden velen hetzelfde verraad: ‘waarom moeten we die joden beschermen?’
Daarom zijn ze niet betrouwbaar
.”

In 2002 loste Kader het ‘verraad van de Nederlanders’ in Srebrenica op met een oud Perzisch medicijn: een gedicht en een glimlach. Nu, zeven jaar later, heeft hij een nog beter plan (lezen jullie mee, Wouter en Jan-Peter?):
We moeten scholen gaan bouwen, wegen aanleggen, universiteiten en ziekenhuizen oprichten, verpleegsters onderwijzen, de vrouwen leren lezen en schrijven, voetbalstadions bouwen, de Afghaanse cinema stimuleren, kranten drukken, goedkope tv’s produceren, radio’s en koelkasten voor de boeren fabriceren, een miniplaybackshow organiseren, fabrieken neerzetten, banen creëren, de Afghaanse boer een handje helpen om aardappels te verbouwen, voor de scholieren in de dorpen stevige fietsen maken, computer- en internetclubs oprichten, eetcafés stimuleren en de Afghaanse schrijvers en dichters ruimte geven om hun boeken te publiceren.’

Die miniplaybackshow is geestig, eerlijk is eerlijk. Maar voor de rest denk je toch: now why didn’t I think of that? Scholen, universiteiten, cinema, kranten, koelkasten aardappels, fietsen eetcafés! Geef nou zelf ook eens toe, gemene Amerikaanse oorlogshitsers, blindelings volgende Nederlandse politieke schoothondjes: dat is toch allemaal een stuk sympathieker dan dat geschiet en gesmijt met bommen? ‘Ik ben een dochter van Mullah Omar en ik doe Britney Spears na.’ En na afloop gaan we met z’n allen een lekkere vette bek halen in eetcafé Mirza. Je dacht dat Abdolah zijn recente meesterwerken ‘De Koran’ en ‘De boodschapper’niet meer zou overtreffen. Wacht maar tot ‘Global politics in 12 easy steps’ (uitgeverij De Geus, verwacht in oktober 2010) uitkomt. Jammer dat je in de VS geboren moet zijn om daar president te worden. Maar als we op tijd beginnen met lobbyen, moet Secretaris-Generaal van de VN toch haalbaar zijn. We ain’t seen nothing yet!

Published by admin, on February 23rd, 2009 at 10:59 am. Filled under: Kaderdag, UncategorizedNo Comments

Maandag Kaderdag (6)

De film American beauty begint met een scene waarin Kevin Spacey zich onder de douche staat af te trekken. De kijker hoort de stem van Lester Burnham, het hoofdpersonage, zeggen: ‘kijk mij nou eens: ik sta me af te trekken terwijl ik naar country luister. Toen ik nog op school zat, haatte ik zulke troep. Het gekke is: dit is voor mij het hoogtepunt van de dag. Vanaf hier gaat het alleen nog bergafwaarts.’

 

Ik vond het een mooie film, de openingsscene incluis. Maar ik herken me niet in deze scène. Als ik onder de douche vandaan kom, ligt de Volkskrant op de mat. Of andersom. En als ik Kader heb gelezen, verlang ik weer naar de douche of naar de nieuwe Kader. ‘Het leven is een aaneenschakeling van pleziertjes,’ zoals mijn oude vader altijd al zei.

 

Vandaag, 16 februari, kunnen we het douchen eigenlijk wel overslaan. Mirza opent met een beresterk:

 

Crisis, we horen het overal, elke avond zien we op tv serieuze heren het erover hebben, elke ochtend lezen we het in de krant en worden we er op straat, in de trein en in het vliegtuig op geattendeerd.’

 

(‘Ding dong. Dames en heren, reizigers die ons in Zwolle gaan verlaten, denkt u bij het verlaten van de trein nog even aan de crisis?

Krgght. This is your captain speaking. We vliegen op 30.000 foot hoogte. Als u links kijkt, ziet u de top van de Mont Blanc in diepe crisis gehuld.’)

 

Het kan niet anders of Abdolah heeft – naast Annie MG Schmidt en Rutger Kopland – ook nog de werken van dominee Gremdaat in zijn bagage. Want na de klassieke opening vervolgt ds. Mirza met de niet retorisch bedoelde vraag:

 

Wat moeten we in deze slechte economische tijden?

 

Je veert op. Net je kleine kapitaal van Icesave terug en op de economiepagina en zelfs in de deftige avondkrant kunnen ze je niet zo snel vertellen wat je nou met je geldje moet. Maar meneer Kaktus weet het wel:

 

Anderen zeggen: we hebben het met z’n allen gedaan (sic!) en zijn daarom gezamenlijk verantwoordelijk. Stel dat dat laatste waar is, wat kunnen we dan doen om het tegen te houden? Het antwoord staat op een billboard langs de A50: ‘Stop de recessie! Koop!

 

In werkelijkheid staat er: ‘stop de recessie! Koop een porsche // A50 afslag 18 Heteren’. porsche_billboard

Omdat Kader zelf van de opbrengst van zijn meesterwerken een heel vlot autootje rijdt, is hij op hoge snelheid langs het billboard geflitst en is het geestige tweede deel van de oproep hem ontgaan. Geefnie-isnie-erg. Als hij de impliciete belofte maar nakomt de door hemzelf opgeworpen vraag te beantwoorden.

 

‘Wat moeten we in deze slechte economische tijden?’

 

Als de nood het hoogst is, is Mirzaman nabij! In de vijfde alinea al gaat de doos met chocolaatjes helemaal open:

 

Ik ken nog een wijsheid: ‘Recessie geeft de gelegenheid om op een andere manier te gaan denken. Verliezen is niet het einde van alles, maar het einde van een bepaalde manier van denken. Wie ergens valt, staat ergens anders weer op. Dat is de wet van het leven’.

 

En toen werd Kader ineens filosofisch. Ik heb niet zo lang geleden ontdekt dat je op www.tegelspreukmaker.nl je eigen spreuktegel kunt laten maken. De jarigen in mijn kennissenkring mogen zich alvast in hun handen wrijven. ‘Wie ergens valt, staat ergens anders weer op.’ Helaas heb ik veel zeikerds in mijn kennissenkring die zich dan weer gaan afvragen of dat wel zo is. Ten eerste valt er ook wel eens iemand die nooit meer opstaat (De dood! De Dood!), ten tweede valt er ook wel eens iemand (zelf gezien, gisteren nog) die op dezelfde plek weer opstaat en ten derde weten mijn zeikerige voetbalvrienden dat verliezen niet altijd het einde van een bepaalde manier van denken betekent. Als dat zo was, zou Duitsland in 2008 niet weer het EK hebben gewonnen.

 

We zijn pas op een derde van de column, maar het is nog lang niet op. Welnee! Het begint net. Kader trapt het pedaal van zijn Porsche nog eens lekker in:

 

Ik weet dat velen miljoenen hebben verloren, dat er bedrijven failliet zijn gegaan en dat mensen werkloos zijn geworden. Maar een crisis hoort bij het leven en is als groente gezond voor de mens. (www.tegelspreukmaker.nl etc.).

 

Van het concert des levens krijgt niemand een program. Mijn oom Arie (1920) en tante Mar (1913!) gaan hun derde gezonde crisis in. Ik weet nu wat hun geheim is. Groente! Ik ben het trouwens nog eens oprecht met Kader eens ook. Een griepje zo nu en dan versterkt de weerstand, bij wijze van spreken. Maar als het waar is (en die geluiden hoor je toch ook wel) dat we afstevenen op een crisis naar het model van de Jaren Dertig, dan is ‘gezond’ misschien toch een beetje te positief gedacht. Vraag dat maar aan oom Arie en tante Mar.

 

We moeten verder. Ik sla een hele alinea over. We hoeven deze week niet voor elk dubbeltje te bukken. We parkeren de bolide en gaan winkelen met Kader:

 

De C-1000-supermarkten worden per dag door duizenden bezocht, Albert Heijn is nog altijd overvol, in de Aldi (sic!) moet je soms twintig minuten in de rij staan, H&M is vol, in kledingwinkel Zara hebben de kassamedewerkers geen minuut rust en in de Bijenkorf koopt men vier, vijf zes artikelen tegelijk. En bij de Hema en de V&D is het gezelliger dan ooit.”

 

Te beginnen bij de laatste zin: dat geldt ook voor Kaders column. Ik kom nooit bij de Bijenkorf, H&M of V&D en van Zara heb ik zelfs nog nooit gehoord. Gelukkig heb ik Mirza. Ik hoef niks te missen. Je vraagt je wel af waar Kader de tijd vandaan haalt. De Koran vertalen, boodschappen doen bij de Aldi, Mirza schrijven, voorlezen in de Openbare Bibliotheek in Westervoort en tussendoor nog op het NOS-journaal vertellen dat je blij bent dat “Kader Abdollah de geschiedenis heeft meegemaakt”. Hij wel! denk je jaloers. Over die mensen die maar zo vier, vijf, zes artikelen tegelijk afrekenen bij de Bijenkorf kun je alleen je hoofd maar schudden. Ik moet toegeven dat ik mezelf er ook wel eens aan bezondig. Het gaat gewoon sneller dan ze een voor een af te rekenen, zo zei mij laatst een econoom.

 

Moedig voorwaarts:

 

‘Ik heb voor het eerst ook meegedaan met de massa; in korte tijd kocht ik een nieuwe laptop, een pak, een paar schoenen en een printer. Afgelopen zaterdag ging ik langs de autodealer om gewoon even te kijken.’

 

Let wel: in korte tijd. Niet allemaal tegelijk hoor. En voor het eerst. Kader is een zuinig mens. De twee tientjes die hij van de stichting Schrijver, School en Samenleving voor elk optreden in de Nederlandse bibliotheken krijgt, zijn in de loop van het afgelopen jaar aangegroeid tot een mooi kapitaaltje. Geen vetpot. Maar een paar nieuwe schoenen, dat kan er inmiddels wel van af. Zijn schaamte is oprecht en te prijzen: het is kuddegedrag waar je je als schrijver verre van moet houden. Als alle schrijvers zomaar – net als de massa – schoenen, printers, laptops, auto’s en pakken gingen kopen, wie moest dan al die mooie boeken schrijven? En je kan van Kader zeggen wat je wil, maar hij koopt ze tenminste niet met vier, vijf of zes tegelijk. En auto’s al helemaal niet. Want toen hij ‘om gewoon even te kijken’ bij de Porschedealer binnenliep, kwam niemand met z’n luie reet uit zijn stoel om Kader te helpen. En zo eindigt de meesterverteller deze aflevering van Mirza met de omineuze passage:

 

‘Pardon, heeft u misschien even tijd voor mij’, vroeg ik. Niemand had tijd.’

 

Ik weet niet wat u doet, maar ik ga eerst eens even lekker douchen.

Published by admin, on February 16th, 2009 at 2:47 pm. Filled under: Kaderdag, Uncategorized3 Comments

Maandag kaderdag (5)

Je bent eindredacteur bij de Volkskrant en je houdt van je werk. Je weet dat de gecombineerde gave van helder denken en tegelijk leesbaar schrijven een zeldzaamheid is. Gelukkig ben jij er nog! Met stofkwast en beitel ontdoe je het stuk van stof en onrechtmatigheden. Je reconstrueert de bedoeling van de schrijvende denker en lijmt alles weer aan elkaar. Als je klaar bent, ziet niemand meer dat de gereconstrueerde dinosaurus ooit in losse botten verspreid over het zand lag. Kader is je grootste uitdaging. Niet alleen worden de knoken los in een zak aangeboden, het blijken bij nadere beschouwing ook nog eens de onderdelen van zes verschillende beesten, uit vier verschillende ijstijden en geen van allen is compleet. Je spuugt in je handen en vlak voor de sluiting (de voorman van de drukkerij heeft al twee keer gebeld waar je blijft) kijk je tevreden naar het resultaat. Het beest heeft een kop, een romp en een staart en als je met je vinger langs de knoken glijdt, voel je nog maar weinig oneffenheden. Je denkt aan de Volvo Amazone die thuis in de garage staat en waar je al zoveel tijd en liefde in hebt gestoken. Daar moet nog een hoop aan worden geschuurd en gesleuteld. Maar thuis heb je gelukkig geen deadline. En weer belt de voorman en je weet dat je niet nog eens kunt roepen dat je er bijna klaar mee bent. Op hoop van zegen dan maar. En zo staat er tot vreugde van velen op maandagochtend weer zo’n voortreffelijke kaderzin op pagina 11: 

 

‘De sjah van Perzië had ons opzettelijk onwetend gewild’.

 

Je hoeft vandaag niet met een vergrootglas op zoek naar de parels:

 

‘Toen het leger begon te schieten en er doden vielen, riep de ayatollah: ‘De daken op!’ en men klom in het donker de daken op en riep: ‘Weg met de Sjah! Allaho Akbar!’

 

Je ziet het voor je. De roepende ayatollah en men op de daken.

 

Maar ook een zin als

 

‘Wat voorbij is, is voorbij en wat er overgebleven is, is het bewind van de geestelijken en zij gaan niet weg’

 

is een juweel van oosterse wijsheid. (Het doet denken aan een documentaire over een Zen-klooster die ik ooit zag. Een zen-leerling vraagt aan de meester: ‘Meester, waarom is het kloosterdak ’s winters wit en in de zomer groen? De meester denkt lang na en zegt: ’s winters sneeuwt het en in de zomer laat de zon de sneeuw op het dak smelten, waardoor het mos weer zichtbaar wordt’. De leerling buigt diep en dankt de eerwaarde meester voor zijn wijsheid.

Toch valt er op de wijsheid van meester Kader wel wat aan te merken. Want als niet-ingewijde westerling vraag je je toch af waarom Kader de huidige Perzen niet vraagt om in het donker de daken op te gaan. Hij heeft misschien niet helemaal het charisma en de ‘satellieten, vliegtuigen en tv’ waar Khomeini destijds over kon beschikken. Maar hemeltje! Kader is toch ook niet helemaal van de straat? ‘Chevalier dans l’Ordre des arts et des lettres’ en schrijver van het ‘op één na beste Nederlandse boek, na ‘De ontdekking van de hemel’’. Hij mag Ruud Lubbers zelf tot zijn schare bewonderaars rekenen. Noblesse oblige, waar of niet?

 

Maar de vraag is natuurlijk: waarom zou hij? Is het daar, in the old country, allemaal wel zo erg als de Amerikanen ons willen laten geloven? Goed, er bungelt wel eens een homoseksueel halsje aan de machtige galg van de ayatollahs en toegegeven: er wordt wel eens een schrijver geïntimideerd die vervolgens liever in Zwolle (!) gaat wonen dan in Teheran. Maar dat zijn verwaarloosbare, persoonlijke details.

 

Kader: ‘Dertig jaar is voorbij, ik moet nu beter inzicht kunnen hebben. Ik moet mijn persoonlijke afkeer jegens het regime even aan de kant zetten. We mogen Iran niet als een volledig fout en gevaarlijk land zien. (…) Iran is een belangrijke stabiele macht in het Midden-Oosten geworden. We kunnen dit feit niet ontkennen.’

 

Wat belangrijk en stabiel in de wondere wereld van Kader A. betekent, kunt u nalezen in het jaarboek Iran 2008 van Amnesty International: Voor de luie geesten onder u, een kleine tip van de Iraanse sluier:

 

‘Afwijkende meningen werden nog steeds door de overheid onderdrukt. Journalisten, schrijvers, wetenschappers en vrouwen- en gemeenschapsactivisten waren het slachtoffer van willekeurige arrestaties, reisverboden, sluiting van hun niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) en pesterijen. Gewapende oppositie, voornamelijk door Koerdische en Baluchi-groeperingen, duurde voort, evenals overheidsrepressie van minderheidsgroeperingen in Iran. Discriminatie van vrouwen was nog steeds stevig verankerd in de wet en in de praktijk. Marteling en andere vormen van mishandeling waren wijdverbreid in gevangenissen en detentiecentra. Beperkende veiligheidsmaatregelen die in april werden aangekondigd, leidden tot een sterke stijging van het aantal executies; ten minste 335 mensen werden geëxecuteerd, onder wie mensen die minderjarig waren ten tijde van hun misdrijf. Veroordelingen tot dood door steniging en tot amputatie en geseling werden nog steeds uitgesproken en uitgevoerd.’

 

Afijn. Dat wist of vermoedde u al. Maar wat we met z’n allen nog steeds niet weten: waarom meent het Volkshoofd dat hij de lezers van zijn krant een plezier doet met het bizarre zeeslangenproza van Oom Abdolah? Het antwoord (lees ook het commentaar van lezeres Inge bij de voorbeschouwing) is natuurlijk: omdat het niemand wat kan schelen, omdat niemand hem leest. (Behalve dan die arme eindredacteur. Ik hoop wel dat ze hem er een speciale toeslag voor geven.) Kader is een soort omgekeerde Rushdie. Die werd door een massa gelovigen doodgewenst, zonder dat ooit iemand zijn boek had gelezen. Abdolah wordt door een zelfde menigte op handen gedragen, zonder dat iemand zich ooit werkelijk in zijn werk heeft verdiept. Dat zijn de boze tijden waarin wij leven.

Published by admin, on February 9th, 2009 at 1:56 pm. Filled under: Kaderdag, UncategorizedNo Comments

maandag Kaderdag (voorbeschouwing)

Natuurlijk zijn er mensen die zich afvragen: waarom doe je dit? Waarom richt je je pijlen op die arme man die al zoveel te verduren heeft gehad? Als je je opwindt over schrijvers met een ongerechtvaardigde sterstatus, dan kun je je toch ook op Mulisch, of Kluun werpen? En trouwens: waarom besteed je zoveel energie aan het uitkleden van een toch al blote keizer? Lastige vragen. Om Kluun kan ik eerlijk gezegd wel lachen. (Als hij tenminste ophoudt altijd zo eerbiedig over zijn buurman Afth te spreken.) Mulisch raakt wel een gevoelige snaar, maar die is al overtuigender om de oren geslagen door groter mannen dan Marcus Maggi. Maar de kern is dit: Kluun en Mulisch en Marja Brouwers zijn niet alom tegenwoordig. Die schrijven zo nu en dan een boek, daar ontstaat wat ophef over en dan zijn we er weer even van verlost. Met Kader is het anders. Je slaat tijdens de APK in de Opel-garage een blad uit de leesportefeuille open en zeven millennia Perzische wijsheid staren je vaderlijk aan. Je hebt een abonnement op een ochtendkrant en elke maandag weer trekken je ogen naar dat ene hoekje waar diezelfde zevenduizend jaren wijsheid van de pagina afstralen. Je leest wel eens een boek. Je zet de tv aan om twee levende schrijvers met elkaar in discussie te horen en daar is hij weer, de Jan des Bouvrie van de Nederlandse literatuur. En overal, van Plus-magazine tot Trouw, van Volkskrant tot VPRO wordt er in superlatieven over hem gesproken. Misschien houdt u van voetbal. Dan moet u zich voorstellen welke gevoelens in u zouden opborrelen als Klaas-Jan Huntelaar op de bank moet blijven, terwijl de aanvoerder van het kroegteam van cafe Kachel na vier schoten op eigen doel (gelukkig altijd naast, want voetballen kan hij niet) bij Studio Sport mag komen vertellen waar het naartoe moet met het Nederlandse voetbal. dat zou u ook niet leuk vinden. Begrijpt u?

Published by admin, on February 9th, 2009 at 10:32 am. Filled under: Kaderdag3 Comments

Maandag Kaderdag (4)

Kader is op z’n best als er met alle goeie wil van de wereld geen touw aan zijn beweringen valt vast te knopen. Le Kader pour le Kader, een schuimbekkend woordcarnaval waar liefhebbers van hermetische poëzie van watertanden. Maar zo bont maakt hij het vandaag helaas niet. Toch valt er voor de Kaderwatcher ook deze ochtend weer veel te genieten.

Te beginnen bij de verrassende keuze van het gedicht ‘Herinnering aan Holland’ van de dichter Hendrik Marsman. Kader is onze gids in de wonderlijke wereld van de poëzie en diept uit een obscuur hoekje in zijn krakende boekenkast een fijn kleinood op dat anders voor ons verborgen zou zijn gebleven. Abdolah is een man van het woord, en niet te benepen zijn ontdekkingen met ons te delen. En omdat wij, argeloze volkskrantlezers natuurlijk nooit van die Marsman (1899-1840) en zijn herinneringen hebben gehoord, citeert hij maar meteen tweederde van het gedicht. Dat hij boomgaarden schrijft waar bij Marsman ‘boomgroepen’ stond, moeten we hem maar vergeven. En als we dan toch onze hand al naar ons hart bewegen voor een grootmoedig strijkgebaar, dan zullen we hem ook zijn clichématige gedichtkeuze maar niet euvel duiden. In de bloemlezing ‘Domweg gelukkig in de Dapperstraat’, Kaders vademecum in de Nederlandse poëzie, vond hij zo snel geen toepasselijker gedicht.

Dat hij vervolgens uit de geciteerde regels ’Herinnering aan Holland’ besluit: ‘Wat een rust en stilte in dit gedicht, en de pijn is voelbaar’ is wel een beetje een verrassing. Die pijn, bedoel ik, want die komt in de geciteerde regels niet voor. Maar er is geen tijd om je daarover te verbazen. Kader heeft gesproken en we schakelen meteen door: ‘Het is een puur Hollands vers, Nederland in de tijd (1936) dat het water nog rampen kon veroorzaken en er nog geen Marokkanen, Turken en Surinamers in dit land woonden. Nederland was klein en vrijwel in zijn geheel voor haar blanke inwoners. Een tijd waarin A. Roland Holst in alle rust dichtte: ‘Laten wij zacht zijn voor elkander, kind / want, o de maatloze verlatenheden, /die over onze moegezworven leden /onder de sterren waaie’ in de oude wind’

Een mooi gedicht. Het verscheen voor het eerst in ‘Voorbij de wegen’ (1920) voor literatuurhistorische haarklovers misschien een andere tijd dan het 1936 van Marsman, maar laten we nog even zacht zijn voor Kader.

En dan komt het: ‘H. Marsman en Adriaan Roland Holst zijn al lang geleden heengegaan, maar stel dat we de kranten van deze tijd aan hen zouden kunnen overhandigen Hun haren zouden overeind komen bij het lezen van de harde toon van de discussie, de uitspraken van Geert Wilders en de betogen betreffende het Israël-Palestina-conflict.

Dat Marsman dweepte met het fascisme weet Abdolah natuurlijk niet. En evenmin dat de prins der dichters hem trakteerde op vrolijke brieven waarin hij schreef “`Ik dank de heldere weergoden van mijn ras, dat het jaargetijde van de joden-met Schillerkragen is weggewaaid’. En dat Marsman ook nog eens tekende voor de regels `mijn gezel is een jood/ wien slaap den mond spalkt/ hij riekt naar het kwade’, dat stond allemaal niet in Kaders exemplaar van ‘Domweg gelukkig’. Maar ik zeg u: de jaren ‘20 en ‘30 waren achteraf beschouwd op een bepaalde manier toch ook wel een beetje een roerige tijd. En het zou inderdaad aardig zijn om te lezen wat Jany en Hennie van Hamas hadden gevonden. Maar Kader is niet oprecht in zulke vragen geïnteresseerd. Die voert Jany en Hennie liever op als fictief Unox-rookworst-dichtersduo om zijn vreugde over de verkiezing van Ramsey Nasr uit te jubelen. En dan zijn we waar we willen zijn. Kader op z’n kaderst. Plaats wat losse oncontroleerbare of ongecontroleerde uitspraken in associatief verband achter elkaar, verbindt er een niet op het voorafgaande gestoeld politiek correct meninkje of conclusietje aan en klaar is Kader.

‘Wow, wat een verademing. Een aardverschuiving in de Nederlandse poëzie. Nederland is veranderd. Nederland is volwassen geworden.’

schrijft hij 

en

‘Nasr was de juiste keuze voor deze tijd. Hij kan de Nederlandse poëzie versterken met krachtige, oosterse, Arabische beeldspraak.’

Natuurlijk voel je dankbaarheid als je zoiets leest. Eindelijk volwassen! Het is alleen wel spijtig dat het compliment komt van iemand die (lees ook het geestige verslag van Kaders laatste publieksspektakel op http://coenpeppelenbos.blogspot.com/) keer op keer met Jip en Janneke komt aankakken als het over de Nederlandse literatuur gaat. Weet u wat ik denk (‘and here he bent forward and whispered’): ik denk dat Abdolah het vooral over zichzelf heeft. Met een reut citaten van Stitou, Nasr en Darwish bewerkstelligt hij dat u als volkskrantlezer en belastingbetaler denkt: toch maar goed dat we zo’n fidele snor in ons midden hebben die ons versterkt met krachtige oosterse, Arabische beeldspraak.

Verderop in de krant lees ik: ‘Wat is nou erger: een leider die overal mee wegkomt, of een volk dat alles pikt’. Ongeveer die vraag zou ik dan weer graag stellen aan de massa’s lezer(s)essen die zich verdringen voor nog eens een gesigneerd exemplaar uit Abdolala’s onmetelijk oeuvre. “Wat is nou erger: een schrijver die overal mee wegkomt, of een lezerspubliek dat alles pikt?”

 

Kadercitaat van de week: (over Ramsey Nasr): ‘Dankzij zijn Palestijnse achtergrond staat hij in contact met de pijn, het verdriet, het geweld, het gemis en zijn ouderlijk huis’.

Published by admin, on February 2nd, 2009 at 2:44 pm. Filled under: Kaderdag2 Comments

Maandag Kaderdag (3)

De week lijkt zo goed te beginnen. Ik sla de krant open en zie dat Abdollah het over Wilders heeft in zijn week’lijkse column. Ik wrijf me in de handen. Maar de oogst is teleurstellend. Er staat maar een (un) echte Kaderzin in (”Het is een teken van gebrek aan kennis van een gemeenschap.”) Een echte Kaderzin herken je aan de combinatie van stelligheid, (harde vuist op tafel, zo zit het!) terwijl het door het bubbelige taalgebruik volkomen onduidelijk is waar die stelligheid betrekking op heeft. Ik zal het maar eerlijk zeggen: de hierboven geciteerde zin vind ik niet eens een sterk voorbeeld. Die heb ik met een lantaarntje moeten zoeken. En wat nog erger is: de strekking van Kaders column (Moslims in Nederland mogen blij zijn dat Wilders ze op de kaart heeft gezet) onderschrijf ik. Teleurstellend. Begrijpelijk ook. Het niveau dat Abdollah week in week uit tentoonspreidt is voor een sterveling niet vol te houden. Het kan niet altijd kaviaar zijn.

Published by admin, on January 26th, 2009 at 10:37 am. Filled under: KaderdagNo Comments

Maandag Kaderdag (2)

Het is niet goed, dat weet ik ook wel. Maar als ik op maandagochtend om 6 u. de brievenbus hoor klepperen, ben ik meteen klaarwakker. Maandag Kaderdag! De aanstaande inauguratie van Obama, de wapenstilstand in de Gazastrook… ik raas er doorheen op zoek naar de ongezeefde waarheden van Kader Abdolah. Einfach herrlich! Mijn gezin lijdt er wel een beetje onder. Mijn vrouw wil gewoon koffie en krant en geen schuimbekkende tirades. De kinderen houden zich angstig schuil en draaien het volume van ‘Kikker en zijn vriendjes’ een beetje op. Eigenlijk zouden we met z’n allen in therapie moeten, of in een praatgroep voor gezinnen van mannen met een Kaderprobleem. Ik overweeg wel eens Mirza over te slaan. Maar de verleiding is te groot, de beloning te machtig. Maandag 19 januari 2009:

“Dubai betekent kopen en verkopen en handelen op de beurs. Wat wil je nog meer, niets, er bestaat niets meer. (sic!)

“In deze onstuimige tijd heb ik dankzij mijn vrienden de kans gehad om het doolhof van Dubai en de mechanismen van de wereldcrisis van dichtbij te mogen meemaken. Ook zij hadden in bouwprojecten geïnvesteerd die nu waren stilgezet. De politie was op zoek naar de projectontwikkelaar die opeens verdwenen was. Dubai is een ongewoon land, neem de kentekens van de auto’s als voorbeeld. Deze beginnen bij nummer één, in bezit van de kalief.”

Wereldcrisis, politie, kentekens, kalief, hopsakee. “Ik ben Kader en ik doe mijn spreekbeurt over Dubai.”

Maar het slot is het allermooist:

“Naast de dierbare herinneringen aan vrienden, heb ik twee mooie dingen onthouden: de zon en de Perzische Golf die als een gulle koning en koningin aan iedereen leven en warmte geven.”  

Zo eindigt Kader twee kolommen vol bittere kritiek op de hoogmoed en hebzucht van de hedendaagse projectontwikkelaar. Je ziet mevrouw Theunissen (abonnee sinds 1955) opklaren boven haar ochtendthee. Wat een lieve man is het toch en wat kan hij het mooi zeggen! Je ziet ze zo voor je, die gulle koning en koningin!

Voor mij is het slot een harde klap. Ik moet weer een week wachten op de nieuwe Mirza. Vrienden proberen je te troosten door te zeggen: kop op, wie weet staat er morgen een halve pagina Welt und All-beschouwing van Michael Zeeman in de krant. Hoezeer ik me daar op kan verheugen, het is niet hetzelfde.

Published by admin, on January 19th, 2009 at 9:46 am. Filled under: KaderdagNo Comments

Maandag Kaderdag!

Abdolah

Abdolah

Op maandag moet je de Volkskrant in huis hebben, want dan staat de wekelijkse column van Kader Abdolah erin. Die van vandaag is weer helemaal fijn. Abdolah maakt zich boos over ‘een stoet van opiniemakers, die (…) blind en doof achter Israël staan’.  We citeren:

“De opiniemakers die blindelings elke daad van Israël verdedigen, terroriseren in dit land de media. Ze gebruiken geweld met hun pen.”

Wie die opiniemakers zijn, zegt Abdolah er niet bij.  Anderhalve kolom gaat het van je ‘zij zijn dit’ en ‘zij doen dat’ zonder dat er 1 keer iemand met naam en toenaam wordt genoemd. Dat doet Kader altijd als-ie boos is. En dan heb je als Kader-watcher een fijne dag. Of het waar is wat hij zegt is - zoals gewoonlijk weer - een tweede. Ik lees toch ook wel eens een krant. En ja, N. Marbe heeft weliswaar een tamelijk kritische column over Hamas geschreven. (Waar geen gelogen woord in stond, trouwens.) Maar daarop volgde een storm van protest. Thomas ‘opinio’ von der Dunk laat zich zeer kritisch uit over Marbe en de Gaza-kwestie. En Mohamed Rabbae denkt er ook het zijne van. Als het over de Palestijnen gaat, is ook Drs. Van Agt uit Berg en Dal nooit ver weg.  Maar voor zulke signalen heeft Kaders schotelantennetje geen decoder:

“Onopgemerkt dwingen ze een zware censuur af over anderen. Ze argumenteren niet, ze gillen en bedreigen. Een recent voorbeeld was hun gezamenlijke actie tegen de parlementariër Harry van Bommel, ze hebben hem bijna gewurgd in de kranten, alleen omdat hij tegen de invasie van Israël in de Gazastrook was. Het is een bizarre democratie in dit land. Laat hen doen wat ze willen, laat ze terroriseren, de geschiedenis is niet bang voor bedreigingen.”

Propaganda naar beproefd Iraans recept. Waar Nederlandse opiniemakers (ik weet nog steeds niet wie dat zijn, echt niet) over vallen, is dat Van Bommel meeloopt in een vrolijke optocht waarin luid ‘Hamas, alle joden aan het gas’ wordt geroepen. Als ik een opiniemaker was, zou ik daar ook wel wat van vinden.

Ik heb geen verstand van politiek. Ik kijk alleen naar de manier waarop Abdolah zijn hartenkreten de wereld in brult. Warrig, wollig, ongenuanceerd, leugenachtig en ongedocumenteerd. Volgende week weer een nieuwe column. Ik verheug me er nu alweer op.

Published by admin, on January 12th, 2009 at 11:42 am. Filled under: KaderdagNo Comments