Het karretje van Kader
Alles wordt minder, behalve de column van Kader A. in de VK op maandagochtend. Die wordt steeds beter! De parels van maandag 8 maart 2010:
De PVV is in Almere de grote winnaar geworden en werd tweede in Den Haag tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Geert Wilders heeft daar gewonnen. (Goed dat hij het er nog even bijzegt, niet iedereen kijkt elke avond naar het jeugdjournaal).
Ik forceer mezelf om hem in deze tekst te feliciteren, maar het gaat niet, het is lastig. Hij is verzadigd met haat. Geert Wilders heeft een doel, een angstdroom, helaas is zijn angst gebaseerd op de werkelijkheid. Een passage als een achtbaan. Eerst willen feliciteren. Waarom zou je? denkt de lezer. Dat denkt Kader ook. Hij vindt het lastig. Dan maar niet. Want Geert zit vol haat en hij heeft een doel. Maar dat doel is een angstdroom. En die is weer gebaseerd op de werkelijkheid. Is dat dan nog wel een droom, vraagt de lezer, duizelig van de snelle bochten, zich af. Maar het karretje van Kader schiet zo snel door de ochtendkolommen dat je geen tijd hebt om er bij stil te staan. We razen door naar een verrassend accurate samenvatting van Wilders gedachtengoed: Weg met de hoofddoeken / Weg met de Islam in mijn cultuur / Weg met hen die mijn belastingen opeten (sic-er-de-sic!) / Weg met de moslimmisdadigers / Weg met de Koran / Weg met de moskee / Weg met de baard / Weg met de Marokkaanse rotjongens / Zet commando’s in Pak hen!
Je hebt er lang voor in de rij moeten staan, dus je wil er voluit van genieten. Maar jeetje! we zijn al op een kwart en na de felicitatie-looping glijdt het karretje veel te kalm over de rails. Maar dan ken je Kader niet! Allemaal techniek: de meesterverteller houdt in, en zet al je overtuigingen met een snelle kurkentrekker weer helemaal op de kop:
‘Ik woon niet in Den Haag, maar als de helft van de Haagse bewoners zegt dat ze zich niet veilig voelen, dan voelen ze zich niet veilig.’
‘Je hoeft niet in Den Haag te wonen om tot deze conclusie te komen,’ zegt u. ‘Als twee Hagenezen zich onveilig voelen,’ dan geldt hetzelfde, voegt u eraan toe. Houdt u eigenlijk wel van achtbanen? Mevrouw Maggi zegt in zo’n geval altijd: ‘u hoeft niet in dat karretje te gaan zitten. Je kan ook in de botsautootjes. En daar heeft mevrouw Maggi wel gelijk in, maar dan mis je nog twee hele mooie bochten. Wendingen die het middelpunt met zo’n kracht ontvlieden dat je het gevoel hebt dat je eruit vliegt:
‘Agnes Kant, de afgetreden leider van de SP (wat is Agnes Kant… die knappe blonde gezondheidswetenschapster uit… afgetreden? Waarom vertellen ze mij nooit wat?), zei laatst (riemen vast, damesheren!)
‘Geert Wilders is gevaarlijk’. (O, o, o, o!) Ik ben het met haar eens. Ik reconstrueer haar woorden en kom tot het volgende:
‘Geert Wilders maakt mij gevaarlijk’.
You tiger! denk je, goed zo, laat je tanden maar eens zien! Weer een bocht niet zien aankomen:
Ik ben niet tegen Geert Wilders, hij boeit me zelfs, maar zijn woorden en de haat in zijn stem, wekken woede in mij. Ik wil het niet, maar hij plant haat in mijn vlees (vlees?) met zijn formules.
We zijn er bijna. Wat een opwindende rit was het! En nog is het niet uit! Je kan na zoveel verrassingen niet meer zeggen dat de uitsmijter onverwacht komt, maar zeg niet dat hij zich er met een Jantje van Leiden vanaf maakt. Kosten noch moeite… alles voor de grande finale die de kermisbezoeker nog lang zal bijblijven:
‘Ik vrees voor zoveel haat die hij zaait’
(Fin)
Trillend stap je uit. ‘Nog een keer?’ vraagt de enthousiaste puber die naast je zat. ‘Nou, nee,’ mompel je, volgende week weer, misschien.



Apple stuurt een reclamemailtje: 

