
Twee schrijvers (de een ken ik persoonlijk, met de ander ben ik bevriend op facebook) hebben mot. De eerste is – net als ik – geboren in 1964, de tweede in 1983. Inzet is de recensie die 1964 over het boek van 1983 heeft geschreven. Ik heb het boek niet gelezen. De recensie wel. Die is gematigd positief. 1964 is alleen niet volledig overtuigd van de stilistische vaardigheden van 1983. Dat mag. Ik heb lang geleden in groepsverband nagedacht over de functie van literaire kritiek. De uitkomst van toen zal weinig verschillen van het antwoord nu: het informeren van de lezer en het bewaken van het niveau van wat wij noemen: literatuur. 1964 vindt dat het begrip literatuur niet los kan worden gezien van het begrip stijl. 1983 mogelijk ook, maar daar heeft hij wat betreft zijn aanklager te weinig blijk van gegeven.
Nu kan de schrijver van oudsher twee dingen doen:
- zuchten dat zijn beul gelijk heeft en beterschap beloven
- schreeuwen dat de recensent een lul is en zien dat hij dat in de kroeg bevestigd krijgt bij zijn literaire vrienden.
Het kan ook allebei. Sterker nog: dat kan ik iedereen aanbevelen. Een openbaar pak op je lazer is geen feest (lees: http://www.athenaeum.nl/recensies/erik-nieuwenhuis-woordsoep). Maar als je jezelf serieus neemt als schrijver moet je zo’n schrobbering uiteindelijk kunnen nemen voor wat-ie is. Als je geen achting hebt voor de criticus van dienst kun je daarmee altijd bij je vrienden in het café terecht. Bijvoorbeeld door te zeggen dat hij/zij een buffellul of een gratenkut is, die zelf geen deuk in een pakje Leeuwenzegel slaat. Vergeet daarbij niet te vermelden dat die buffelkut je boek niet heeft begrepen. Je vrienden knikken allemaal, want die hebben het helemaal begrepen. Zij wel. Maak plannen om hem een keer met z’n allen op te wachten buiten het literaire schoolplein. Drink er nog een stuk of zes. En ga dan naar huis om aan je nieuwe boek te werken. Denk je, onder het schrijven van je nieuwe boek, nooit meer aan die recensie, dan weet je dat jij gelijk had. Mocht je een week of wat later onder het schrijven iets te binnenschieten uit de recensie waar je in eerste instantie zo pissig over was, dan sla je stilletjes een andere weg in. Natuurlijk is het nooit leuk om toe te geven dat Arjan Peters, Arie Storm of Jeroen Vullings ooit ergens gelijk in heeft. Maar dat hoeft niemand te weten.
Zo was het en God zag dat het goed was. Maar toen kwamen Facebook en Twitter en werd iedereen vrienden met iedereen: schrijver-criticus en schrijver-pur sang, uitgevers, boekhandelaars en thuiskazende tekstdichters. Van alle kanten wordt ons bezworen dat wie niet meedoet een stille publicitaire dood sterft. De criticus brengt zijn vrienden op de hoogte van zijn jongste recensie, de schrijver steekt zijn eigen reet vol veren, draait zich om en zet zijn webcam aan. Ik ook. Ik heb al die eenzame uren niet zitten tikken om mijn boeken uiteindelijk in een rol milieuvriendelijk pleepapier te zien eindigen. Maar wie (m/v) mij – terecht of onterecht – afzeikt, hoeft niet bang te zijn dat ik in het openbaar ga roepen dat hij een klein pikkie heeft, of een bek als een doos frambozen, die te lang in de zon heeft gestaan. De schrijver moet de beul zijn werk laten doen. Gewillig z’n kop op het hakblok leggen en wachten tot de bijl valt. Er zit niks anders op. Als het te gezellig wordt tussen een schrijver en zijn criticus kom je terecht in een literair old boys network waar iedereen mekaar maar op de schouders ramt en de literatuur uiteindelijk aan corruptie tenonder gaat. Je mag als schrijver van alles van de martelende instantie vinden, maar je moet er in het openbaar je bek over houden. En al helemaal op het basischoolplein dat Facebook heet en waar – net als overal op het internet – elke halvabeet zich mengt in discussies waar je liever geen kleine kinderen bij hebt. Waar het nooit veel moeite kost een joelende meute te vinden, die zich ongehinderd door enige kennis van zaken achter jouw vaandel schaart en schande roept op nader aan te voeren gronden. En waar je altijd medestanders vindt die al eens eerder hun lievelingsknikker aan de huidige pispaal verloren en nu gesterkt door de overmacht van de joelers om het hardst meebrullen. De criticus, achternagejaagd tot in het fietsenhok, ziet zich gedwongen harder te roepen om de menigte te overschreeuwen en zegt dingen die hij beter voor zich had kunnen houden. Levendige boel, maar ik hoef u nu niet meer te vertellen dat ik het een onwenselijke tafereel vind. Ik behoor tot een uitstervend ras. De mensen willen applaus. En wie niet klapt, die kan de tering krijgen.
Ik ga niet zeggen dat 1964 gelijk heeft en 1983 niet. Ik had als criticus de eer aan mezelf gehouden en op facebook niet gereageerd op de strontdouche waar men een recensent tegenwoordig op schijnt te mogen trakteren. Maar in mijn tijd maakten intellectuelen nog verschil tussen argumenten ad hominem en inhoudelijke argumenten. Dat 1983 1964 op facebook willens en wetens bekakt en laat bekakken, is een teken des tijds. Wie een negatieve recensie op zo’n manier onschadelijk denkt te kunnen maken, laat zien dat hij weinig opheeft met de louterende waarde van serieuze literaire kritiek. (EN, 298 FB-vrienden)
addendum (voor wie denkt dat ik overdrijf)
TS Oom 1964 needs to get laid
WS Wie is 1964?
1983 Een man met een meningkje.
TS Nee, echt. Het is al bijna 18 jaar geleden en hij begint flink onrustig te worden – zo memorabel waren die 5 seconden toen ook weer niet. Ik heb gehoord dat hij vannacht je 1983 Ik ga vanaf nu turven hoe vaak 1964 het woord ‘Joop Beker*’ gebruikt. <*vriend van 1964>
TvA Geestig, hij besprak in het jaar nul eens een roman van mij en was niet blij. Ik las tien jaar later een roman van zijn hand en was des te blijer: zijn hand bleek een stuk minder vast dan de mijne.
1983 Ik heb *** ook gelezen.
TS Na bijna 18 jaar turven (nog 23 dagen!), is het zijn tweede natuur geworden. Dat kun je een mens toch niet kwalijk nemen. Over een krappe maand bereikt zijn onthouding de stemgerechtigde leeftijd. De hamvraag is: hoe gaan we dit vieren?
TvA wat een lor was dat. Maar goed, interessanter: is een marginaal romanschrijver geloofwaardig als recensent?
1983 Naar mijn mening absoluut niet. Voorbeelden te over, neem de man van het parool.
TvA Ik zal echter de marge zoeken en de heer 1964 een smaakvolle voortzetting van zijn carriere toewensen.
1983 Niets liever, T, ik gun 1964 eindelijk eens de wereld.
TvA was het niet CP die, jawel, Big Andries (van Big Brother!) begeleidde bij diens eerstegraadsbevoegdheid docent Nederlands? Mooie trivia.
BK Hoe vertel je een mens op een vriendelijke wijze dat je na het lezen van deze recensie er vrijwel zeker van bent dat de recensent in kwestie bijzonder meedogenloos uit zijn mond heeft gestonken toen hij aan het typen was?
R houdt wel van een mooie, intelligente en inhoudelijke discussie tussen schrijvers, lezers en recensenten (en begrijpt dat hij hier weinig te zoeken heeft).
1983 @ T & R, het is veel erger, het gaat weer eens om niets, de tijd dat het om iets ging ligt ver achter ons. Het is toch ook idioot dat de ‘recensent’ (als we 1964 uberhaupt zo kunnen noemen) en de auteur kunnen bekvechten op Facebook… Als 1964 niet op facebook zou zitten had ik er nooit iets over willen zeggen.
BvP Een recenserende schrijver degradeert tot recensent, iemand met criteria.
AL Een man met maar liefst 3! P’s en 4 E’s in zijn naam en zou je sowieso niet serieus moeten nemen, hedenavond niet, morgenochtend niet en alle nog te komen dagen niet.
Ook gek op honden? Doe mee aan Beneful Blafbusters en zorg ervoor dat jouw hond de nieuwste ster wordt in de Beneful Blafbusters movie!.Vind ik leuk · 1.643 mensen vinden dit leuk.