Cup-a-soup

woordsoep in een kommetje


Toekomstdromen (26)

Je leerde mekaar kennen bij de drumband, kreeg verkering, trouwde in het dorpshuis met bloemen van ’t Stekje en een taart van Hendrickx en ging op huwelijksreis naar Thailand, Las Palmas, of gewoon naar Terschelling. Weggaan, uitsluitend voor de sensatie van het terugkomen. Om te kunnen zeggen: ‘ik ben blij dat we weer thuis zijn’ als iemand daar naar vroeg. Maar dat was toen thuis nog thuis was, toen Teunis nog leefde. Vorig jaar is ze voor het eerst tien dagen naar Istanbul geweest. Alles gezien: de Blauwe Moskee, de Bosporus, het Topkapi paleis en de Hagia Sofia, natuurlijk. Waarom hij haar nooit verteld heeft dat hij het zo zwaar had, neemt ze hem allang niet meer kwalijk. Maar sinds ze terug is uit Istanboel denkt ze dat ze nooit terug hadden moeten komen, destijds. Er was zelfs een tijd dat ze dacht dat het aan haar lag. Dat hij zijn eenzame gang naar de zolder nooit was gegaan als ze op haar 24ste met hem aan de oever van de Bosporus pootje had durven baden. Op een website voor lotgenoten las ze de bittere woorden van Gekkie72. Die schreef: ‘ik ben bang dat ik hem te veel belemmerd heb’. Na intensief mailcontact hebben ze elkaar in maart voor het eerst in het echt gesproken. Gekkie72 heet in werkelijkheid Yvonne. Als je ze zo ziet zitten op het terras van ‘De Wereld’ zou je niet zeggen dat daar twee vrouwen zitten die volgende week met een zelfgebouwd vlot meedoen aan tobbedansen. Gisela verheugt zich erop. Onder ‘motivatie’ heeft ze in de aanmeldingsbrief in blokletters geschreven: ‘IS IETS DAT IK MIJN HELE LEVEN AL HEB WILLEN DOEN’. Op de avond voor de reis naar Enkhuizen gaat ze nog wel even langs Teunis’graf. Ze wil iets verontschuldigend zeggen, maar de woorden willen niet komen.

Published by admin, on July 24th, 2010 at 10:15 pm. Filled under: Uncategorized, toekomstdromenNo Comments

Groningue cinq points

nvhn

Published by admin, on July 22nd, 2010 at 9:46 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

Solondz’ cynisme

Happiness vond ik (damals in ’99) een fijne film. Het is altijd leuk als een regisseur op een scherpe en intelligente manier durft te spelen met Holywood-clichés zonder dat het meteen ontaardt in een humorloze aanklacht tegen de Amerikaanse film. Solondz (die ik volg sinds ik in een verdwaald zap-moment terecht kwam in Welcome to the dollhouse en verbijsterd bleef hangen) filmt Amerikanen die van de vrachtwagen van de American dream zijn gevallen. Hij is niet de enige. Ook films als Trees Lounge (van Steve Buscemi!), Eternal sunshine of the spotless mind, Revolutionary road, Ghost world, Little Children en zelfs American beauty (om er een paar te noemen) tonen ons het ‘andere Amerika’. Het Amerika van de drinkers, de bowlers, de kassajuffen, de vietnamveteranen, en de naam- en succesloze klerken en vuilnismannen die ook nodig zijn to build a glorious nation.

 

De genoemde films proberen allemaal het poëtische van het bestaan aan de onderkant te laten zien, soms met humor, soms met een ondertoon van bitterheid en altijd met een poging tot integriteit. Geen valse schijn, maar life as it is. Maar het blijft kunst natuurlijk en het moet ook nog eens gefinancierd worden. Dat betekent dat ook de regisseurs van deze – meestal wat kleinere – producties kunstgrepen moeten toepassen om de kijker aan het doek te kluisteren. Een kwestie van balanceren. De filmmakers doen hun best een realistisch(er) beeld te schetsen van de wrede, alledaagse werkelijkheid, maar het moet ook weer niet te dichtbij komen. Om de realiteit in beeld te brengen volstaat het immers een camera en een microfoon op een kruispunt neer te zetten en te kijken wat er gebeurt. Daar komt geen hond naar kijken. Een bioscoopkaartje kost toch acht euro en als je gewoon voor de supermarkt kan gaan zitten voor dezelfde dosis kunstzinnige ontroering, is de aanschaf van een klapstoeltje een betere investering.

 

Gisteren zag ik ‘Life during wartime’, de laatste film van Todd Solondz. Je kan veel over hem zeggen, maar niet dat hij zijn best doet om zijn publiek een avondje onbezorgd romantisch vermaak te bezorgen. Solondz is een van die regisseurs die ons ‘het andere Amerika’ wil laten zien. Zijn invalshoek is negatief op het kwaadaardige af. Zijn personages zijn zonder uitzondering schlemielen die van alles van plan zijn met hun levens, maar daar komt nooit wat van terecht. Naargeestige seks, ouderdom, dood en gebreken, mislukte relaties, (on)schuld en boete, verstoorde ouder-kindrelaties… ik vergeet er ongetwijfeld een paar. Echt gezellig wordt het nooit. In Hapiness stoorde het me niet, omdat het door het hoge tempo en de meedogenloze zwarte humor ontaardde in een geslaagde zwarte komedie. Bovendien herkende je in sommige personages (de eenzame rukker, gespeeld door Ph. Seymour Hoffman en de intens treurige weldoenster Jane Adams) wel iemand uit je kennissenkring. Happiness was een allesbehalve luchtig niemendalletje waar je niettemin flink om kon lachen. (De beroemde vader-zoon scène laat ik even buiten beschouwing).

 

Ook in Life during wartime valt wel wat te lachen. Een keer of drie. De rest van de film gaat vooral gebukt onder Solondz’ dwangmatige pogingen het allertreurigste in zijn personages boven te halen. Dat gaat niet altijd vanzelf. Vandaar dat Solondz bovenop de reeds bekende treurnis die de mens (en Solondz’ protagonisten in het bijzonder) aankleeft regelmatig op zoek moet naar mogelijkheden om het allerergste nog erger maken. Moedwil en misverstand, wat u zegt. De zoon van een pedoseksuele psychiater denkt dat de nieuwe vriend van zijn moeder (een sukkel met een autistische zoon) hem aanrandt en blaast door zijn paniekkreet de nieuwe relatie van zijn moeder op. Die moeder heeft hem gewaarschuwd voor mannen met slechte bedoelingen. ‘Als ze je aanraken, zet je het op een schreeuwen’. Dat hij dat uiteindelijk ook doet als de arme sukkel hem bij wijze van troost omhelst, komt niet als een verrassing. Te bedacht, niet grappig, irritant. In het off Hollywood genre net zo voorspelbaar als de warme omhelzing op het eind van een romantische komedie met Meg Ryan of Julia Roberts.

 

Dat heb ik – als ik eerlijk ben – dan toch liever. Met de strekking ‘het leven is een tranendal’ en ‘nothing now can ever come to any good’ kan ik net zo weinig als met de moraal ‘alles is mogelijk als je je best maar doet’ of ‘liefde overwint alles’. Je mag van een film – van elk kunstwerk eigenlijk – verwachten dat het je intellectueel vermaakt of prikkelt. En dat je wereldbeeld na bewondering even niet helemaal recht op de horizon staat. Als je na afloop alleen maar denkt: goh, die mensen hebben het allemaal ook niet makkelijk, om daarna fijn aan het bier te gaan, is het geen kunst. Geen ramp ook, als het dan tenminste nog bloedstollend vermakelijk was. Ik moest een keer hard lachen. Om die autistische zoon die alle ellende van zijn mede-personages relativeerde met ‘In the end China will take over and none of this will matter’.

 

Wie vatbaar is voor Solondz’ onversneden cynisme kan beter een krant lezen. Of de film skippen en gewoon bier gaan drinken op het terras voor de bioscoop en luisteren naar de gesprekken van de Amsterdamse jeunesse dorée . I wish I had.

Published by admin, on July 17th, 2010 at 4:25 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

geschiedenis

In 1974 waren we negen. Onze vaders hadden het er weleens over, maar om het historisch belang van een moment in te zien, moet je zelf eerst een beetje historie hebben. In juni 1988 keken we op de Korreweg – een beetje onwennig – naar de halve finale. Na het laatste fluitsignaal keken we elkaar aan. Wat nu? Iemand zette ‘Caroline says’ van Lou Reed op. Het had nergens wat mee te maken, maar we luisterden er bijna eerbiedig naar. Iemand anders kwam met het idee om ergens iets te gaan drinken. We fietsten naar de Grote Markt. Naarmate we dichterbij kwamen, hoorden we steeds meer mensen zingen en schreeuwen. Ook in ons clubje riep iemand zomaar ‘olé’. We keken hem geschrokken aan. De straten rond de Grote Markt waren een kolkende zee van steeds lavelozer brullende oranjefans. Na een halfuur durfde je zelf ook een keer mee te scanderen ‘Marco van Basten!’. Een paar biertjes later stond je ineens in innige omhelzing met een grote stadjer die je op andere uitgaansavonden waarschijnlijk dood had geschopt als je per ongeluk tegen hem aan was gelopen. Nog weer later die nacht zei iemand– die later kunstschilder zou worden – ‘het is een nacht voor grootse dingen. Ik zou nu wel een kind willen verwekken.’ De volgende ochtend kocht ik alle kranten.

 

Een dag of wat later deden we het allemaal nog eens, maar zonder Lou Reed. ‘De druk op het Russische doel neemt toe’ riep iemand die later geluidstechnicus zou worden. J. Kende ik toen nog niet. Hij keek de wedstrijden elders. In  het stadion. Tegen Duitsland en tegen de USSR. Tegen zoveel feest waren onze bankrekeningen niet bestand. Dat bracht ons – flat broke – samen op een ochtend op de stoep voor het academisch ziekenhuis. We slikten drie weken nifedipine, tegen betaling. Zonder schulden begonnen we aan de tweede helft van onze levens. Vol vertrouwen in de finales die nooit meer kwamen.

Published by admin, on July 7th, 2010 at 9:19 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

de slang in de bosjes

Ik doe een cursus. Die wordt voorgezeten door een geleerde vrouw die al bij de eerste bijeenkomst liet weten dat ‘goed onderzoek’ heeft aangetoond dat het merendeel van onze gedachten negatief is. Ons verstand heeft zich ontwikkeld in een evolutiestadium waarin negativiteit ons veel goeds bracht. In die jaren (we spreken ruim voor het eerste paarse kabinet) was overal om ons heen gevaar. De geleerde vrouw gaf het (veelzeggende) voorbeeld van de slang in de bosjes. De gedachte: ik waag me niet te dicht bij die bosjes, want er kan een slang in zitten, heeft een heleboel mensen het leven gered toen er nog daadwerkelijk slangen in onze bosjes zaten. Maar in een maatschappij als de onze, waarin alle wildleven succesvol is verbannen naar dierentuinen en verafgelegen wildparken zouden we met een gerust hart weer de bosjes in kunnen duiken. Tegelijk zouden we misschien eens een grote schoonmaak moeten houden op de stoffige zolder van onze geest. Ik ben van een generatie die negativiteit tot kunst verhief. Jou Division, Birthday Party, The Sound, doem. Een tegenreactie op het misplaatste gestrooi met bloemblaadjes in de jaren zestig en zeventig. Ik bleef liever uit de buurt van de bosjes, omdat je nooit kon weten of er een hippie in zat. Nu ik een bezadigde man met een jasje voor ’t net ben geworden, begrijp ik wel dat het allebei even belachelijk is. Toch heb ik steeds minder de neiging negativiteit en diepzinnigheid met elkaar te verwarren. Wees gerust: ik ga niet meteen roepen dat Kader A. tóch een belangrijk denker is. Maar ik ga wel vaker kijken naar Max Frisch’ wijze vraag die ik allang ‘met een hete breinaald in een plankje’ heb gebrand:

5. wenn sie alles lachen abziehen, das auf kosten von dritten geht: finden sie, daß sie oft humor haben?’

Published by admin, on July 6th, 2010 at 8:27 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

toekomstdromen (25)

Dat zijn vader dominee was, vertelde hij niet aan iedereen. Zijn vrouw wist het. Verder had hij het in een zwak, dronken moment wel eens laten vallen in het gezelschap van zijn academievrienden. Het was nooit meer ter sprake gekomen en hij ging er vanuit dat zijn jaargenoten het weer vergeten waren. In Veenendaal, waar hij was opgegroeid, had hij wel gevoeld hoe de mensen naar hem keken. Dat zou hem in Rotterdam niet meer overkomen. Hij geloofde nergens in. De boedhabeelden naast de schouw waren van Odette. Toch was er altijd dat moment, als hij zijn hand uitstak om een van zijn leerlingen uit het water te trekken. Dan kwam er iets herderlijks over hem. En de galm in het lege zwembad – als de ouders weg waren en de kinderen met bange ogen naar hem opkeken. Dan was hij even niet de zoon van de dominee, maar de dominee zelf. Dat kwam dan wel weer goed als zo´n godverdommes verwend kutjoch niet door het onderwatergat durfde. ‘Je moest eens weten wat ik allemaal niet durf,’ siste hij in zo’n geval. En dan was hij weer gewoon Harwin, de jongen die balletdanser had willen worden. Maar door zijn vader naar de academie voor lichamelijke opvoeding was gestuurd.

Published by admin, on July 4th, 2010 at 7:54 pm. Filled under: toekomstdromenNo Comments

soepreclame

Published by admin, on July 2nd, 2010 at 2:28 pm. Filled under: Uncategorized1 Comment

Maggistraal

atheneumHet boek is er. Maggistraal vormgegeven door Martien Frijns. Een lust voor alle zinnen, het oog in het bijzonder. Maar het ruikt ook lekker. En het goede nieuws is: u kunt het bestellen. Op www.afdh.nl.

Published by admin, on June 25th, 2010 at 9:41 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

Pardon? Ja, paarden.

JH Heldring maakt zich in NRC in navolging van Tjeenk Willink (‘De vicepresident van de Raad van State (…) de op één na hoogste functie in ons staatsbestel, de lezer is gewaarschuwd!’) zorgen over de afnemende talenkennis van de Nederlander. Van zulke masochistische exercities (wij zijn miezers, klein en onbeduidend alles wat wij ondernemen is tot mislukken gedoemd. Het is onze schuld. We zullen alles terugbetalen) krijg ik altijd ‘jeuk op plaatsjes waar je net niet bijkan.’

 

Heldring: ‘<Ons> „gebrek aan talenkennis is een van de (onbedoelde) neveneffecten van de onderwijsvernieuwingen en van de eenzijdige sociaal-culturele gerichtheid op de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk”. Die onderwijsvernieuwingen zijn, zo mag ik er misschien aan toevoegen, meestal door PvdA-ministers ingevoerd.’

 

Ik zou zeggen: dat ‘veronderstelde gebrek aan talenkennis’, want ook de bekleder van de op een na hoogste functie in ons staatsbestel ontglipt wel eens een gezellig borrelpraatje. De mededeling wordt althans niet onderbouwd door statistieken of getallen. Maar laten we eerlijk zijn: dat wij van na de Mammoetwet minder Franse en Duitse woordenschat paraat hebben dan de gymnasiale en Hogere Burgerschoolse reuzen op wiens schouders wie wankelen, is geen nieuws. De meesten van ons zullen maar zo niet de vier betekenissen van het woord ‘Stufe’ op kunnen hoesten, laat staan dat iemand van ons onvoorbereid kan uitleggen wat de conditionnel van ‘faire’ ook weer was. Toch lijkt het mij wel mee te vallen met die ‘eenzijdige sociaal-culturele gerichtheid’. Als ik tenminste mag aannemen dat we het over de culturele elite hebben. (En waar hebben we het anders over, want toen Heldring en Tj. Willink hun eerste lange broek kregen, was de luxe van een tweede taal ook voorbehouden aan een kleine groep bevoorrechten). Het is eerder zo dat de Verenigde Staten het eeuwig mikpunt zijn van misplaatst dédain van Europese intellectuelen die in elke Franse worst met een AOC-labeltje een bewijs zien van de culturele superioriteit van de oude wereld. Die elk tot film uitgesmeerd stijlexperiment van een regisseur met een Franse achternaam lyrisch bezingen en elke Hollywood-film op voorhand verketteren. Die – ondanks hun gebrekkige kennis van de Franse grammatica – Frans ‘een heerlijke taal’ vinden en de Fransen ‘heerlijke mensen’ die nog weten wat het goede leven is.

    Ik denk dat je met evenveel recht kunt zeggen dat de intellectuele voorhoede in sociaal-cultureel opzicht eenzijdig gericht is op Frankrijk. Dat de taal door toedoen van de boemannen van de PVDA (een mening die ik trouwens volledig onderschrijf) een moeilijk te nemen hobbel is, weerhoudt niemand van openlijk vertoon van francofilie. En dat geeft niks. Van mij hoeft iemand die van gravad laks en Strindberg houdt het Zweeds niet perse in woord en geschrift te beheersen. Sterker nog: ik vind verplicht onderwijs in niet-courante talen een groteske verspilling van overheidsgelden in een tijd waarin gesproken wordt over afschaffing van de basisbeurs. De rol van het Frans als lingua franca voor het internationale intellectuele discours lijkt te zijn uitgespeeld. De belangrijkste wetenschappelijke bladen zijn Engelstalig. En dat is handig, om de eenvoudige reden dat het Engels de taal is die in de westerse wereld het meest gesproken en onderwezen wordt. Ik spreek zelf een aardig mondje Frans en ook in het Duits kan ik me uitstekend redden. Ik vind het ook belangrijk dat een stevige groep hogeropgeleiden deze talen met alle grammaticale ellende van dien onderwezen krijgt. Al was het maar om tegemoet te komen aan de klacht van Tj. Willink, dat wij lijden onder een „vervagend besef” van onze eigen staatsrechtelijke tradities die hij toeschrijft aan ons “gebrek aan talenkennis”.

 

Maar het wordt wel tijd dat we afscheid nemen van het idee dat iemand die het Frans niet beheerst, intellectueel niet voor vol mag worden aangezien. Laten we de zaken niet omdraaien. Ik kom voor mijn werk zeer regelmatig in Frankrijk. Wie mij de namen van tien gestudeerde Fransen kan geven die je in enige andere dan hun eigen taal kunnen uitleggen hoe je een brood bakt, krijgt van mij een zak croissantjes. Duitsers doen het iets beter. De meeste Duitsers hebben ergens in de afgelopen tien jaar geleerd hoe je iemand in het Engels uitlegt waar de boter bij de Aldi staat. En voor beide landen geldt: als je er niet uitkomt, heb je als Nederlander altijd nog voldoende basisvocabulaire door je strot gedouwd gekregen om de stotterende culturele giganten een beetje op weg te helpen.

 

En dan nog dit:

 

Maar ja, ik ben geen Huizinga, die, blijkens zijn correspondentie, even gemakkelijk in het Duits als in het Engels en Frans aan zijn collega’s schreef, terwijl hij toch maar vier maanden aan één buitenlandse universiteit, die in Leipzig, had gestudeerd.’ (Heldring).

 

Dat is, moeten we toegeven, deksels knap van die Huizinga. Toch lijkt de onderliggende suggestie, dat zij, de mannen van de oude taalstempel, hun talen allen voortreffelijk beheersten mij van de flauwekullerige. Behoudens mannen als Kousbroek, Campert, Tj. Willink en Vinkenoog die allemaal in Parijs gewoond, gewerkt en/of gestudeerd hebben, kom je zo goed als nooit iemand tegen die – Schwere Wörter, Vocabulaire essentiel, Grammaire pour tous ondanks – het Frans of Duits spectaculair veel beter beheerst dan wij, na-mammoetse sukkels. Wat er gebeurt als een van die culturele zwaargewichten zich in een internationaal gezelschap in het Engels moet uitdrukken, weten we allemaal; die hilarische mop over Ruud Lubbers komt niet uit de lucht vallen: ‘I fuck horses /  Pardon? / Ja, paarden!’ A chacun son hobby, maar mij lijkt het vooralsnog verstandiger om in te zetten op gedegen onderwijs in de taal van het perfide Albion. Wie Frans, Chinees, Russisch, Zweeds of Swahili wil leren kan daarvoor bij 2000 cursusinstellingen in heel het land terecht.

Published by admin, on May 21st, 2010 at 3:02 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

Handsloper

handsloper-1Dank, H. Hollestelle voor dit nieuwe woord dat voor mij een nieuwe fascinerende wereld opent. De leraar die je hand fijnknijpt bij het betreden van de klas? (’Motshagen van scheikunde, dát was pas een handsloper!’); de voetballer die opzettelijk maar ongemerkt scoort met de hand (’Maradonna is nog altijd ’s werelds bekendste handsloper!’). Of toch maar gewoon: ’sloper die uit overwegingen van beroepseer en ambachtelijkheid het gebruik van machines schuwt.’ (’Bertus Steigerpijp, dat was me verdomme een dijk van een handsloper!’)

Published by admin, on May 19th, 2010 at 8:56 am. Filled under: Uncategorized1 Comment

een voorspelling

waar u me aan mag houden: ‘damschreeuwer’ wordt het woord van 2010, of anders eet ik mijn soep op.

Published by admin, on May 18th, 2010 at 10:17 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

boe!

Het is heel eenvoudig: als je besluit een drugsverslaafde mafkees - zoals er 10.000 in de straten rond de Dam scharrelen - vrij te laten rondlopen, dan loop je het risico dat hij de vos wordt die alle kippen in het hok laat opvliegen. Dat is een van de consequenties van de manier waarop we in Nederland ‘vrijheid’ definieren. Het is statistisch gezien onwaarschijnlijk dat dit de eerste keer is dat een gierende gek de 2 minuten stilte verstoort. Het is wel voor het eerst dat iemand daarmee zoveel paniek weet te zaaien. Ik zou iedereen willen aanraden de beelden op youtube nog eens goed te bekijken. Dan kun je zien wat er gebeurt als je in Nederland heel hard ‘boe’ roept in een menigte. We kennen dit verschijnsel uit de psychiatrie, waar het ‘paniekstoornis’ heet. Zou het een ideetje zijn voor SBS6? De Grote Nationale Angst- en Paniek Therapie?

Published by admin, on May 5th, 2010 at 10:10 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

Meh: hot for words

mehDag in dag uit (didu@vk.nl) wil graag de integrale tekst van Mêh van het Grunnegse pretpunkorkest ‘de boegies’ hebben. Ze konden die tekst - zo lezen we - op internet niet vinden. Dat moet een grap zijn. Een dubbele grap: ten eerste omdat de vijfde treffer in google een youtube-filmpje is, ondertiteld voor doven en slechthorenden. Ten tweede omdat die tekst bestaat uit het eindeloos herhalen van 1 betekenisloos woord. Mêh, inderdaad. Ik ging op aanraden van de dichter Voos eens kijken. Een teletijdmachine-ervaring. Terug in het Groningen van de jaren ‘80. Ik kwam nogal eens in Simplon waar deze jongens vaak met een flesje Dommelsch rond de bar joolden. Memory lane, altijd leuk. Ook leuk: youtube geeft nog een treffer onder het lemma ‘meh’. Ik was haar al eens eerder tegengekomen, maar ik heb nooit eerder de moeite genomen echt te gaan kijken. Het doet denken aan thenakednews, een Canadese site die (in de begindagen van het internet) bloedserieus kijkende mooie vrouwen het nieuws liet voorlezen. Onder het voorlezen kleedde de nieuwslezeres zich langzaam uit, zodat ze ter hoogte van een aanval met kruisraketten op Bagdad poedelbloot in de camera blikte. Hot for words gaat - voor zover ik nu heb kunnen beoordelen - minder ver. Toch is het mooi dat zoiets bestaat. Al ben ik bang dat ik wel kan inpakken als de Nederlandse Brigitta Maggi opstaat.

Published by admin, on May 3rd, 2010 at 11:03 am. Filled under: Uncategorized3 Comments

woordsoep, het boek

soepboekDonderdag as gaat het boek naar de drukker. Een keuze uit ca. 150 woordsoepen. Voor alle duidelijkheid: geen uit de soep gelepelde oude posts van dit weblog, maar uit heldere bouillon gebrouwen reflecties, associaties, herinneringen, beschouwingen en verhalen uit de keuken van Marcus Maggi. Ademstokkend mooi vormgegeven door Martien Frijns en onder kundige redactie van Paul Abels, het duo dat ook tekende voor de prachtboeken van A.L. Snijders. Met een warme aanbeveling en een voorwoord van Ton den Boon, de hoofdredacteur van de Dikke van Dale. Niet helemaal toevallig, want de lemmata die dagelijks at random uit ‘zijn’ woordenboek op mijn beeldscherm ploppen zijn de kluiven waaruit woordsoep wordt getrokken. Hou deze pagina in de gaten voor nieuws over dit unieke boek. Of doe eens gek en bestel het alvast op http://www.afdh.nl/detailboek.aspx?Boek_ID=56

Published by admin, on April 26th, 2010 at 12:44 pm. Filled under: Uncategorized3 Comments

Kadertje in Amerika

VK 19 april 2010. De gedoodverfde Nobelprijswinnaar Kader A. (Niemand kan hem stoppen) staat weer op de zeepkist. En wij, zijn trouwe volgers, hangen weer aan zijn lippen. Dat er zoveel wijsheid in 1 mens kan! Meemaken, erbij zijn!

Kader is in Amerika. Het valt hem op dat daar ook mensen wonen en studeren met een ‘mooie donkere huidskleur’. Hij zegt er niet bij waarom, maar hij schrijft hun namen op en vervolgt: ‘De klas was benieuwd waarom ik de namen van sommige studenten noteerde, maar de namen van anderen niet. Ze zouden nooit kunnen begrijpen dat huidskleur en afkomst in Nederland een ‘issue’ kunnen zijn. Scherp gezien! In Amerika heb je namelijk geen racisme. Ja vroeger, toen Roots nog op tv was. Maar sinds koning Obama zijn volk toesprak met de woorden: ‘en nou ophouden, rotjongens. We zijn toch allemaal gelijk, ja waar of niet dan?’ kun je als zwarte jongen gerust op een boerderij in Alabama aanbellen voor een glas water. In the southbronx en South Central LA (de vogelaarwijkjes van Amerika) spelen zwarte en blanke kleuters gezellig samen in de zandbank. Daar kunnen wij nog van leren!

Niemand veroorlooft zich om de volgende grove opmerking te maken: ‘Oh wat spreek je goed Engels. Hoe lang woon je al in Amerika?’ Dat doen wij in Nederland.” Ik heb dat eerlijk gezegd nooit iemand horen zeggen. Niet in Nederland. Maar ik kom ook wel eens in Amerika. En als je daar een kwartier van de luchthaven een bar binnengaat, is de eerste vraag die je gesteld wordt: ‘where are you from?’ Het aardige is natuurlijk dat degene die het vraagt ook ergens from is. En zo heb je al snel een leuk gesprek met een Libanees, een Hagenees, of een Albanees die Albany (NY) nooit uit is geweest. Basale menselijke nieuwsgierigheid vs. grove desinteresse in iemands achtergrond. Ik weet wel wat ik leuker vind.

In de 21ste eeuw zijn we in dit land nog altijd bezig met achterlijke termen als allochtoon en autochtoon. Pas twee maanden geleden hebben we een stap vooruit gezet en proberen we het woord ‘nieuwkomers’ te gebruiken.

Twee maanden? In mijn Dikke van Dale (uit 2000) staat onder het lemma ‘nieuwkomer’  

1  nieuwaangekomene
  1 a (eufemistisch) allochtoon

Oude wijn in ouwe zakken dus. Potetos potatos tometos tomatos. Wie gelooft nog dat de onrust in PVV-gelederen tot bedaren kan worden gebracht met potjes taalzalf? Voor alle duidelijkheid: ik denk ook dat Amerika beter omgaat met het verschijnsel ‘nieuwkomer’. Maar laten we niet doen alsof je na de landing op LAX of JFK met versgebakken appeltaart wordt opgewacht door de Waltons. Daarvoor moet je bijvoorbeeld eerst langs de US Customs, die iedereen zonder Amerikaans paspoort aan een kruisverhoor onderwerpen. Guilty until proven innocent. Los van de huiveringwekkende politieke correctheid aan de oost- en westkust zijn de beginselen van de apartheid nergens met zoveel succes in de praktijk gebracht als in de Amerikaanse steden en op Amerikaanse scholen. Berkeley is wat dat betreft misschien toch net even anders dan Oxford Mississippi.

Direct na de nieuwkomerszin slaat Kader toe met een techniek die in de filmwereld bekend staat als ‘harde montage’:

‘Europa is oud geworden. Europa interesseert de studenten niet meer, ze zien hun toekomst daar niet liggen. De Europeanen kunnen niet meer een iPhone of iPad ontwikkelen, of iets als internet bedenken. Een Europeaan kan het niet meer in zijn hoofd halen om een wandeling op Mars te gaan maken. Europa is bang en reactief geworden.’

Een passage met een hoog is-dat-nou-wel-zo?-gehalte. Nee, wij kunnen geen iPhone of iPad meer ontwikkelen. Altijd lastig: iets bedenken dat al bestaat. De Amerikanen kunnen de bugaboo niet meer uitvinden evenmin als een zeewering die het water ook daadwerkelijk buiten de dijken houdt. Als het op verpissen aankomt, winnen de Amerikanen ongetwijfeld. Maar om daar de conclusie uit te trekken dat Europeanen bang en reactief zijn? Er is een brede stroom aan publicaties en documentaires (denk aan ‘culture of fear’, of aan Bowling for columbine) die de oorsprong van de inmiddels wereldwijde angst voor van alles en nog niks in de Amerikaanse schoot werpt. En terecht. Amerika is bij uitstek een land waar de angst voor alles wat afwijkt van de witte anglosaksisch protestante kern der natie welig tiert. Als je kinderen in Amerika naar een kinderfeestje gaan, moet je een disclaimer ondertekenen waarin je de ontvangende partij vrijwaart van verantwoordelijkheid voor het geval je kind zich verslikt in z’n cholesterolvrije cheesecake. Geen wonder dat die studenten niet naar Europa willen. Levensgevaarlijk!

Nou kost het nooit veel moeite om Kader te betrappen op wankele argumentatie, slappe bewijsvoering, gebrekkige feitenkennis en onnozelheden. Daar maak ik me alleen maar vrolijk over, zoals je je vrolijk maakt over die Haagse Kees die je soms in discussieprogramma’s op tv ziet. Maar wat mij verbaast is dat Kader (Dr. honoris causa!) klaarblijkelijk in de veronderstelling verkeert dat hij scoort met zijn ‘kritische’ blik op Europa iha en Nederland in het bijzonder. Iedere andere columnist die week na week zulke flagrante lulkoek over de pagina uitsmeert, zou na twee maanden een bedankbriefje krijgen. Zoniet Kader. Ik kan daar twee redenen voor bedenken. 1. Niemand leest zijn column en wie dat wel doet, doet dat alleen om eens een keer lekker te lachen. 2. Eigenlijk vindt de Volkskrantlezer het wel lekker, om zichzelf eens flink te laten bekakken door die exotische man met zijn woeste snor en charismatische blik. Ik neig naar het laatste. De blinde adoratie die veel ‘lezers’ voor Kader koesteren, is niks anders dan vermomde zelfhaat. De neiging om alle verworvenheden van de eigen cultuur te ridiculiseren en alles te verheerlijken wat naar kaneel en verse munt ruikt. De VK-lezer schaamt zich voor Wilders en voor de heilloze weg die hij is ingeslagen. Sterker nog: hij voelt zich medeschuldig aan de bodem van haat en angst waar het Wildersplantje het zo goed op doet. En schuld vraagt om boete. Et voilà: Kaders gat in de markt. Daar komt natuurlijk nog bij dat je in de nadagen van de goed-foutdiscussies uit de voorbije decennia liever aan de veilige kant blijft. Voor je het weet krijg je het verwijt om je oren dat je haat zaait en Wilders in de kaart speelt. Wie wil dat? Ik niet. Ook ik distantieer me zoveel mogelijk van het ‘gedachtegoed’ van de PVV. Maar ik weiger natuurlijk om me bij wijze van aflaat over te geven aan het geraaskal van een boeteprediker als Kader A.

De column van Kader gaat nog verder. Hij heeft (weer eens) een visioen. Visioenen hoeven geen verband te houden met de waarneembare werkelijkheid. Dat is het mooie van visioenen. Quote:

Maar ik heb goed nieuws. De zonen en dochters van de immigranten werken hard, om Nederland mooier te maken dan het is. Ze denken aan topfuncties bij Shell, Philips en Heineken (sic!!) en ze zullen binnen vijftien jaar als ministers van Buitenlandse Zaken, Financiën, Binnenlandse Zaken en Justitie optreden. De tijd van Balkenende is voorbij, de tijd van Geert Wilders is al decennia voorbij. Ik ken enkele jonge slimme immigranten met een donkere huidskleur die hun vizier hebben gericht op het Torentje (sic!!)

Met vizier zal hij wel een ‘klep of schuif ter afsluiting van de openingen van een helm’ bedoelen en geen ‘richtmiddel, inrichting of toestel op de loop van een schietwapen waar men langs of door ziet om te richten’. In het laatste geval hopen we maar dat de AIVD die jongens op tijd in de smiezen heeft. Hoe dan ook: het klinkt manhaftig. Als het jongens met een degelijke opleiding en de benodigde kwalificaties zijn, wens ik ze oprecht succes. En als er immigranten of oudkomers met een lichte huidskleur zijn die het ook denken te kunnen, dan mogen die wat mij betreft ook gerust een poging wagen. Dat de beste moge winnen.

Tot besluit van zijn wekelijkse rondje luchtfietsen gaat hij nog kort in op zijn buitencourantse schrijverschap: ‘in die sfeer gaat Kader Abdolah het Boekenweekgeschenk 2011 schrijven. // Hij is vereerd en wil het mooiste Boekenweekgeschenk ooit schrijven. // Hij ziet het als zijn plicht en hij gelooft in Nederland.’

Onnodig te zeggen dat wij van Maggi ons daar nu al op verheugen.

Published by admin, on April 20th, 2010 at 12:50 pm. Filled under: Kaderdag, UncategorizedNo Comments

de kerk van Eeuwigdurende Ontevredenheid

krokodinalenZijn er jongetjes misbruikt door katholieke noodseksuelen? Ik betwijfel het geen moment. Is het uitsluiten van homoseksuelen van de kattelieke liturgie tegen de wet? Vast wel. Maar ik dacht dat we het daar al eens over hadden gehad. Hermans kreeg in 1952 een proces aan zijn broek vanwege anti-katholieke passages in ‘Ik heb altijd gelijk’. Reve dreef als homoseksueel openlijk de spot met de katholieke kerk. Tijdens het bezoek van de paus aan Nederland (in 1985) merkte hij op dat elke poppenkast een Jan Klaasen nodig heeft. Ook toen (25 jaar geleden, damesheren) was de RK-kerk al geen invloedrijk instituut meer. Hoeveel praktiserende katholieken kent u? Ik ken er geen een. Letterlijk: nul. Het oproer tegen de bewoners van de toffelmoonse berg die toffelmoonse pap eten uit toffelemoonse napjes verbaast me dan ook. Het is alsof iemand plotseling aandacht vraagt voor de misdaden van de Hoeken tegen de Kabejauwen. (Ook geen lieverdjes!). En nu kunt u zeggen: ja, maar er is niemand meer die daar levendige herinneringen aan bewaart. En dat is zo. Maar er zijn zoveel gelegenheden geweest om de misstanden in de RK-kerk aan de kaak te stellen. En die gelegenheden zijn ook allemaal benut. Waarom we dan nu, nu het uitgeteerde kadaver van de dader al een halve eeuw plat op de grond ligt met z’n allen tegen het stuiptrekkende lichaam van de kerk van Rome moeten gaan schoppen is mij een raadsel. Ik heb er wel een verklaring voor. Ik hou het erop dat gevoelens van onvrede (aangewakkerd door de kerk van Eeuwigdurende Ontevredenheid, de grootste kerk van Nederland) een uitweg zoeken. Het liefst zouden de leden van de congregatie van onlustigen hun pijlen richten op de moslimgemeenschap. Want als je ergens moet wezen voor openlijke homohaat en seksueel misbruik voor alle leeftijden, is het daar wel. Maar niemand heeft zin om op een druilerige ochtend onder een wit laken met een mes in zijn borst de komst van de lijkschouwer af te wachten. Dat begrijp ik heel goed. Toch zou het in het kader van de geloofwaardigheid meer voor de hand liggen om het volksfeest tegen georganiseerde religie voor een andere deur te houden. En als je dat niet durft, moet je niet voor de uitgestorven gebouwen van de paapse gemeenschap tegen een groepje bange bejaarden gaan schreeuwen dat ze schijnheilig zijn. Wat je zegt, ben je dan lekker zelf.

Published by admin, on April 5th, 2010 at 10:46 am. Filled under: Uncategorized1 Comment

Koskenkorva

Altijd leuk: de eerste dagen in een land waar een taal gesproken wordt die je niet beheerst. Ik weet allang dat het Fins geen taal is die je als indo-germaan ooit tot in de finesses zult leren beheersen en doe dan ook weinig moeite. Het bedienend personeel in mijn hotel is van Thaise komaf. Grappig genoeg ken ik meer woorden in het Thais, dan in het Fins. Het heeft wel iets geestigs om iedereen in Finland met een stalen gezicht te begroeten met een beleefd ’sawadee’. Maar ‘hei’ werkt ook prima. In alle eerlijkheid: in vier dagen tijd ben ik niet verder gekomen dan ‘kittos’ en ‘koskenkorva’. Het eerste betekent: dank u, het tweede is een lokale vodka-varieteit. 38 procent. Precies genoeg om je te doen vergeten hoe koud het hier in Lapland nog altijd is.

Published by admin, on March 26th, 2010 at 12:13 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

F. Bolkestein Poëzieprijs

Naar zojuist bekend is gemaakt door een woordvoerder van de VVD komen de liberalen met ingang van 2011 met een eigen poëzieprijs. De tweejaarlijkse prijs, vernoemd naar de liberale staatsman en denker F. Bolkestein, wordt uitgereikt aan de dichter die - zoals het persbericht vermeldt - ‘in zijn of haar werk hetzij in rondelen, hetzij in de vorm van shakespeare sonnetten, disticha of kwartrijnen op overtuigende wijze het liberale gedachtengoed en het oorspronkelijk Nederlandse rivierenlandschap weet te smeden tot een rijmend en metrisch kloppend geheel.’ De prijs (453 euro en een bronzen bokaal van kunstenares E. Terpstra) lijkt in de eerste instantie bedoeld als alternatief voor de Ida Gerhardtprijs waar Bolkestein als jurylid aan verbonden was. Deze week werd bekend dat Bolkestein uit onenigheid over Gerhardt-laureaat, Alfred Schaffer, uit de jury stapte. Afgelopen dinsdag tekende de Volkskrant hierover al uit Bolkesteins mond op: ‘Een aanfluiting, dat deze bundel de prijs krijgt en in het geheel niet in de geest van Ida Gerhardt, de vormvaste en klassieke dichteres die in 1997 stierf, en wier naam aan deze prijs is gegeven’. Zelf blijkt hij Hester Knibbe te hebben voorgedragen. Maar naar algemeen wordt aangenomen zal de strijd om de eerste Terpstrabokaal vooral gaan tussen de Groningse dichters JP Rawie en voormalig dichter des Vaderlands D. van Wissen. PVV-kamerlid Hero Brinkman laat desgevraagd weten dat hij Bolkesteins actie ‘een leuk initiatief ‘ vindt, maar wijst er tegelijk fijntjes op dat hij Bolkesteins timing ‘op z’n zachtst gezegd verdacht’ vindt. In kringen van dichters van het vrije vers is onrust ontstaan over de nieuwe poëzieprijs. Een hermetisch dichter (naam en adres bij de redactie bekend) laat telefonisch weten dat hij vreest ‘dat zijn bundels straks op de loeiende brandstapels van de vormvaste reactie zullen branden’. Zover zal het waarschijnlijk niet komen. Toch vragen ook wij ons af of de klassieke dichteres die in 1997 stierf blij zou zijn geweest met Bolkesteins geroffel op de vormtrommel.

Published by admin, on March 19th, 2010 at 12:03 am. Filled under: Uncategorized6 Comments

(lees: lezen)

In mijn vademecum ‘Gezin en gezondheid’ staat een mooi plaatje van een lezende jongen met daaronder de tekst ‘goede boeken bouwen het karakter op van de jeugd’. ‘Gezin en gezondheid’ is een boek uit de jaren vijftig met een opzichtige christelijke ondertoon. Als ik die wegdenk, word ik heel gelukkig van de plaatjes van de gezonde ‘moeders der natie’, de ‘kennis vergarende’ studenten en de ‘geleerden in laboratoria’ die de volksgezondheid in dit prachtwerk uitbeelden. De Volkskrant citeert vanochtend M. Februari die op het boekenbal een praatje heeft gehouden:

Februari brak juist een lans voor het recht om niet te hoeven lezen als je jong bent (…) Niet met macht, maar met gezag moeten jonge lezers veroverd worden’

Ik was er niet bij. Maar ik hoor het haar zeggen. Ik lees de zaterdagkrant soms vrij oppervlakkig, maar voor M.F. ga ik altijd even zitten. Februari is iemand wier gezag ik vrijwel klakkeloos accepteer. Ook nu weer. Het literatuuronderwijs is vaak een raar, heilloos circus. Je moet jongeren niet dwingen ‘De Avonden’ te lezen en te waarderen. Je moet ze alleen wel duidelijk maken dat de werkelijkheid groter is dan het hokje waar Microsoft, TMF en Dolce & Gabbana e tutti quanti ze hebben opgesloten. En dat literatuur (lees: lezen) een van de middelen is om achter de muren van dat hokje te kijken. En dat de wrede en grimmige waarheid zich niet altijd laat vangen in 260 lettertekens of minder. Een lijst met 25 boeken vol gemurmel over de relatieproblemen en weltschmertz van vieze oude mensen boven de dertig is misschien niet het aangewezen middel om de jonge lezer uit z’n hok te jagen. Maar uiteindelijk moet de veelgeprezen mondigheid van de jonge generatie wel ergens een inhoudelijk anker hebben. Non-fictie en goede jeugdliteratuur lijken mij daartoe de aangewezen middelen. Weg met de borstkloppers die ‘op hun 14e Nabokov lazen’ en weg met de sukkels die het op hun 44ste nog steeds niet hebben gedaan.

Published by admin, on March 10th, 2010 at 12:10 pm. Filled under: Uncategorized3 Comments

Het karretje van Kader

Alles wordt minder, behalve de column van Kader A. in de VK op maandagochtend. Die wordt steeds beter! De parels van maandag 8 maart 2010:

De PVV is in Almere de grote winnaar geworden en werd tweede in Den Haag tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Geert Wilders heeft daar gewonnen. (Goed dat hij het er nog even bijzegt, niet iedereen kijkt elke avond naar het jeugdjournaal).

Ik forceer mezelf om hem in deze tekst te feliciteren, maar het gaat niet, het is lastig. Hij is verzadigd met haat. Geert Wilders heeft een doel, een angstdroom, helaas is zijn angst gebaseerd op de werkelijkheid. Een passage als een achtbaan. Eerst willen feliciteren. Waarom zou je? denkt de lezer. Dat denkt Kader ook. Hij vindt het lastig. Dan maar niet. Want Geert zit vol haat en hij heeft een doel. Maar dat doel is een angstdroom. En die is weer gebaseerd op de werkelijkheid. Is dat dan nog wel een droom, vraagt de lezer, duizelig van de snelle bochten, zich af. Maar het karretje van Kader  schiet zo snel door de ochtendkolommen dat je geen tijd hebt om er bij stil te staan. We razen door naar een verrassend accurate samenvatting van Wilders gedachtengoed: Weg met de hoofddoeken / Weg met de Islam in mijn cultuur / Weg met hen die mijn belastingen opeten (sic-er-de-sic!) / Weg met de moslimmisdadigers / Weg met de Koran / Weg met de moskee / Weg met de baard / Weg met de Marokkaanse rotjongens / Zet commando’s in Pak hen!

Je hebt er lang voor in de rij moeten staan, dus je wil er voluit van genieten. Maar jeetje! we zijn al op een kwart en na de felicitatie-looping glijdt het karretje veel te kalm over de rails. Maar dan ken je Kader niet! Allemaal techniek: de meesterverteller houdt in, en zet al je overtuigingen met een snelle kurkentrekker weer helemaal op de kop:

‘Ik woon niet in Den Haag, maar als de helft van de Haagse bewoners zegt dat ze zich niet veilig voelen, dan voelen ze zich niet veilig.’

‘Je hoeft niet in Den Haag te wonen om tot deze conclusie te komen,’ zegt u. ‘Als twee Hagenezen zich onveilig voelen,’ dan geldt hetzelfde, voegt u eraan toe. Houdt u eigenlijk wel van achtbanen? Mevrouw Maggi zegt in zo’n geval altijd: ‘u hoeft niet in dat karretje te gaan zitten. Je kan ook in de botsautootjes. En daar heeft mevrouw Maggi wel gelijk in, maar dan mis je nog twee hele mooie bochten. Wendingen die het middelpunt met zo’n kracht ontvlieden dat je het gevoel hebt dat je eruit vliegt:

‘Agnes Kant, de afgetreden leider van de SP (wat is Agnes Kant… die knappe blonde gezondheidswetenschapster uit… afgetreden? Waarom vertellen ze mij nooit wat?), zei laatst (riemen vast, damesheren!)

‘Geert Wilders is gevaarlijk’. (O, o, o, o!) Ik ben het met haar eens. Ik reconstrueer haar woorden en kom tot het volgende:

‘Geert Wilders maakt mij gevaarlijk’.

You tiger! denk je, goed zo, laat je tanden maar eens zien! Weer een bocht niet zien aankomen:

Ik ben niet tegen Geert Wilders, hij boeit me zelfs, maar zijn woorden en de haat in zijn stem, wekken woede in mij. Ik wil het niet, maar hij plant haat in mijn vlees (vlees?) met zijn formules.

We zijn er bijna. Wat een opwindende rit was het! En nog is het niet uit! Je kan na zoveel verrassingen niet meer zeggen dat de uitsmijter onverwacht komt, maar zeg niet dat hij zich er met een Jantje van Leiden vanaf maakt. Kosten noch moeite… alles voor de grande finale die de kermisbezoeker nog lang zal bijblijven:

‘Ik vrees voor zoveel haat die hij zaait’

(Fin)

Trillend stap je uit. ‘Nog een keer?’ vraagt de enthousiaste puber die naast je zat. ‘Nou, nee,’ mompel je, volgende week weer, misschien.

Published by admin, on March 8th, 2010 at 11:21 am. Filled under: Kaderdag, UncategorizedNo Comments

taalpathologie

In de aanloop naar het verschijnen van het Grote Soepboek stuit ik in de Dikke Digitale op een schitterend woord:

taalpathologie
taal•pa•tho•lo•gie
de (v.)
1 richting binnen de taalkunde die gestoord taalgedrag bestudeert

gestoord taalgedrag. En de krokussen in de geveltuin staan ook nog eens in bloei. Wat heerlijk allemaal!

Published by admin, on March 5th, 2010 at 1:03 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

Oops I did it again

toch een beetje feestelijk altijd, zo’n stemdag. Vroeger, bij de Maggi’s thuis, was het een soort Poolse Landdag. Het begon ermee dat partijgenoot R. een paar weken vantevoren een raamaffiche langsbracht. R. kreeg koffie en met het hele gezin schaterden we om die domme Wiegel met z’n dikke kapitalistenkop. Op de dag zelf - feestelijker dan Koninginnedag - reden geluidswagens door de stad. In de bestuurder herkende je partijgenoot R. Je stak een gebalde vuist op. Later mocht je met je vader naar het stemlokaal waar een andere partijgenoot je breed glimlachend opwachtte. Ons kende ons en ons had het politieke gelijk voelbaar aan onze zijde. Zo is het niet meer. De enige politicus die ik op first name basis ken, staat op de lijst van een partij die zich voor mij in het politieke Delta-kwadrant bevindt. Mijn grootmoeder werd ontslagen vanwege haar ‘rode trekjes’. Een beroemd familieverhaal dat ik koester, net als het verhaal van mijn overgrootvader aan de andere kant, die geen tijd had om het huwelijk van zijn dochter bij te wonen, omdat de plaggenhut die hij voor haar bouwde nog niet af was. Dat is de bagage waarmee de oude Maggi zich vanochtend naar het stembureau sleepte. En nou weet ik ook wel dat de wereld er sindsdien niet in alle opzichten op vooruit is gegaan. En dat de sociaal-democratie anno 2010 niet meer het eerste antwoord is op de problemen van deze tijd. Maar als het potloodmoment aanbreekt en je staat daar zo in zo’n hokje en je overweegt even serieus om wat anders te stemmen, dan komen die beelden weer terug. Mijn hand trekt automatisch naar links. Je probeert een zorgvuldige afweging te maken. Toch maar eens afrekenen met de regentencultuur, de draaikonterij, het biefstuksocialisme? En zo ja, wie gaat het dan beter doen dan Lodewijk Asscher? D’66? SP? Groen Links? De VVD zelfs? Ik maak het hokje rood. Lijst 1, nr. 1. Oops, I did it again. Zo gaat het al bijna dertig jaar. Daar sta ik, ik kan niet anders.

Published by admin, on March 3rd, 2010 at 4:57 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

kitesurfreisje

in het kader van ‘de week van de verbijstering’ een paar citaten uit een bekend landelijk ochtendblad met een katholieke achtergrond:

‘Ik had net een opdracht bij ING afgerond en dacht: ik heb hard gewerkt en ga nu op vakantie.’ Maar toen zij en haar dochter terugkwamen van hun kitesurfreisje naar Bonaire, was er nog steeds geen zicht op werk. Een rondreis in een Landrover door Zuid-Afrika, Botswana en Zambia volgde. ‘En toen dacht ik: in de zomer komen er sowieso geen opdrachten binnen. Dus laat ik er maar het beste van maken. Ik hou erg van reizen, dus we zijn nog naar New York, Marokko, Spanje en Portugal geweest.’

Het stuk eindigt met: ‘Je hoeft geen medelijden met me te hebben, hoor. Ik red me wel, desnoods verkoop ik mijn motor.’ Eerder in het stuk heeft ze de spaarrekening van haar 6-jarige dochter geplunderd (’Maar ik betaal haar terug met rente’).

‘Uiteindelijk heb ik in 2009 geen oester minder gegeten. Ik koop ze nu alleen in de viswinkel.’

Nou kun je zeggen: wat dapper dat ze dat allemaal in de krant durft te vertellen, die ‘Amsterdamse blondine’ (42). Maar bewondering is niet de eerste emotie die zich aandient. Het is natuurlijk al heel griezelig dat alleen de afgrond van een bijna-failliet de Amsterdamse blondine tot reflectie over haar hersenloze consumptiedrift kan bewegen ‘Ik ben me bewuster geworden van de waarde van geld. Dat is een goede les.‘ Maar nog veel griezeliger en tijdgeestiger wordt het waar ze zegt: ‘Maar het zal nog wel even duren voordat ik op het oude niveau zit.’

Nobody ever learns anything. Ik moet even naar buiten. Ademhalen. Aan leuke dingen denken. En even langs de bibliotheek voor een portret van Calvijn. Dat ga ik kopiëren en boven mijn werktafel hangen. En daarna ga ik kitesurfen, want ik heb ook recht op een beetje plezier.

Published by admin, on February 26th, 2010 at 10:43 am. Filled under: Uncategorized1 Comment

nalatenschap

pleerolIedereen die weleens een moppie schrijft, zal ooit met de gedachte hebben gespeeld: wat als mijn meesterwerk na mijn dood uit de la wordt gehaald en alsnog  zijn weg naar de uitgever vindt? Alle schrijvers (er zijn geen uitzonderingen) zijn ijdeltuiten. Als je denkt dat er tegen een achtergrond van drie Chinese muren vol boeken nog iemand zit te wachten op jouw gefröbel in de marge, dan is bescheidenheid niet je meest in het oog springende karaktereigenschap. Punt. Maar ik denk wel dat er schrijvers zijn die geen roem voorbij het graf nastreven. Waarom zouden ze ook? Niemand kan ze meer lof toezwaaien of hun werk onder de zoden moffelen. Nou ja, het kan wel, maar de schrijver neemt het allemaal niet meer waar. Toch is de gedachte dat iemand na je dood in jouw spullen graait onverdraaglijk. Een van de kenmerken van ijdelheid is de neiging de regie in handen te willen houden. De spiegel bij de kapper is er niet voor de kapper, maar voor de bezorgde klant die elke beweging van de barbier nauwgezet wil volgen. Als je doodgaat, geef je de sleutel van je schrijfla uit handen. Een verstandig mens ruimt zijn laatje bijtijds leeg. Zo voorkom je dat een in een vlaag van (liefdes)verdriet geschreven draak alsnog ingelijst of (nog erger) als nagelaten gedicht in een verzamelbundel verschijnt. Breek jij daar nou je mooie soepkoppie niet over, Maggi, denkt u. En terecht. De kans dat de duister-romantische verzen die ik op mijn 22ste schreef (’hij kon de dood niet langer vrezen’) het eerste rondje papierbak overleven is verwaarloosbaar. Maar de kans dat dagboekaantekeningen en brieven in handen raken van de verkeerde persoon, die er spartelend van het lachen mee aan de haal gaat, is toch onverteerbaar. Je goede naam gaat anderhalve generatie mee. Er zijn dingen die je je kleinkinderen wilt besparen. Wat hun kinderen van je vinden doet er niet zoveel meer toe. Maar ik zou het (superbia!) leuk vinden als mijn kleinkinderen over mij zouden zeggen, wat mijn huisgenoot T. over zijn grootvader zei: ‘een wonderlijke figuur. Hij heeft zelfs een boek geschreven.’ Leuker dan: ‘een eersteklas mafkees. Toen-ie doodging hebben ze in zijn bureaula een onleesbare homo-erotische roman in brieven gevonden, gericht aan de kroonprins van Denemarken. Hier moet je kijken, kun je lachen!’ Die roman - voor alle duidelijkheid - bestaat niet. De waarheid is misschien nog wel erger. Maar daar komt niemand ooit achter. Ik heb schoon schip gemaakt. Mijn jeugdwerk komt u hooguit nog tegen als de anonieme lettertjes die je soms ziet op goedkoop gerecycled wc-papier. Een troostrijke gedachte dat je zo met je nagelaten werk toch nog iemand een plezier kunt doen.

Published by admin, on February 19th, 2010 at 10:04 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

letter-to-the-editor-madman

Ik zal u mijn teleurstelling niet verhelen: ik ben een letter-to-the-editor-madman (ph. Roth), die veel boze brieven schrijft, die hij uiteindelijk niet verstuurt. De onderstaande had ik wel aangeboden aan de forumpagina van de Volkskrant. Ze wilden hem niet hebben. En dan doe je maar wat elke gek met een internetverbinding doet: je zet hem op je eigen website.

Hell, brought to you by X-Box

In Het Vervolg (6 februari) probeert Peter Van Ammelrooy een paar misverstanden over gamen uit de wereld te helpen. Een dapper gebaar, ter verdediging van al diegenen wier favoriete tijdverdrijf dagelijks het mikpunt is van spelbrekers die in de Wii, playstation en X-box het zoveelste werktuig van de duivel zien. Van Ammelrooy probeert met zijn stuk de ongeruste ouders van potentieel gameverslaafde jongeren gerust te stellen. Ik ben zo’n ongeruste ouder en hoe graag ik me ook zou laten opbeuren, mij overtuigt hij met dit artikel niet.

De uitdagende kop boven het stuk zet meteen de toon: ‘Nee moeder, ze worden er heus niet agressief van’. Dat doet denken aan de reclame van Peijnenburg, waarin een opgewekte stem herhaaldelijk roept: ‘nee, nee, er zit geen vet in ontbijtkoek.’ Dat kan kloppen. Maar er zit wel suiker in, veel suiker. En daar worden moeders lievelingetjes ook vet van. Van Ammelrooy lijkt zijn stuk naar Peijnenburgs recept te hebben geschreven: ontken de negatieve aspecten die eenvoudig te ontkennen zijn, en verzwijg de andere. De minpunten die hij wel aanroert (1. verslaving, 2. gezondheidsproblemen, 3. verlies aan sociale contacten, 4.gebrekkige intellectuele ontwikkeling, 5. gewelddadige inhoud en 6. navolging van het geweld, 7.schade aan de kinderziel, 8. sponsoring door de wapenindustrie 9. gebrek aan artistieke inhoud) ondergraaft hij met argumenten die op z’n zachtst gezegd niet helemaal zuiver zijn. ‘Cheaten’ heet dat in gamers-jargon. Ik noem drie voorbeelden:

- De kwestie rond de kwalijke effecten van gamen op de lichamelijke gezondheid hangt hij volledig op aan de vaststelling dat de ‘Engelse ziekte’ weer de kop op steekt. Dat blijkt, zo laat hij overtuigend zien, nogal mee te vallen. Over overgewicht, (4-5% van de Nederlandse jongeren lijdt aan obesitas, in de afgelopen 10 jaar is hun aantal verdubbeld) heeft hij het niet. Prof. dr. Hollander van de faculteit bewegingswetenschappen van de VU vatte dat probleem in een interview in 2005 kernachtig samen: ‘ze eten te veel en ze bewegen te weinig’. Zelfs met het veelgeprezen Wii-sports moet je nog flink doorboksen om je ontbijtkoekje te verbranden.

- De passage over het gebrek aan artistieke inhoud wordt uit hetzelfde deeg gekneed. Hij geeft drie voorbeelden van games die hij rekent tot de ‘hogere’ cultuuruitingen.

(1). Shigeru Miyamoto kreeg voor Donkey Kong en Super Mario een lintje en werd zo lid van de ‘Ordre des Arts et de Lettres’.

(2) Er is een game dat Dante’s inferno heet, ‘gebaseerd op het epos van Dante Alighieri’ (‘very loosely based,’) en

(3) in Engeland wordt zelfs mogelijk een ringweg vernoemd naar Lara Croft ‘onbetwist een internationaal cultureel fenomeen’. (Dat laatste kan ook gezegd worden van de vogeltjesdans, maar dat terzijde).

Geen kwaad woord over Donkey Kong. Maar als dit de hogere cultuuruitingen zijn waar de gamewereld sinds Pong (1972) en Pacman (1980) aanspraak op maakt, dan ben ik niet onder de indruk.

- Een derde en laatste voorbeeld van selectief waarnemen vinden we in de redenering ‘Games waarin je de slag om Waterloo nabootst of als burgemeester een stad bestiert (SimCity) scherpen het tactische en strategisch inzicht. Schaken is toch ook een spel?’

Zeker. Pim-pam-petten ook. Maar afgezien van de vraag hoeveel van onze jongeren een stad bestieren of Waterloo naspelen (ze zullen er zijn, ik ken ze niet) en zonder in te gaan op de vraag hoeveel strategen en tactici ons landje nodig heeft, moeten we vaststellen dat het zichtbare deel van de gamende natie heel andere veldslagen speelt. Van Ammelrooy noemt ‘Grand theft auto’ als gewelddadig spel en citeert uit een ‘top twintig van meest verkochte games’. In die top 20 zou GTA met een veertiende plaats het eerste spel met een gewelddadige inhoud zijn. Ik heb dat lijstje niet kunnen vinden. Maar na wat gegoogle kwam ik wel een heleboel andere lijstjes tegen, waarop de fantasierijke namen van andere games in de top 10 voorkomen. Ik noem er een paar: Modern warfare, Assassins Greed, God of War, Smackdown. Zonder uitzondering games waarin geweld met veel ziek genoegen voor detail een hoofdrol speelt. Een 14-jarig familielid liet me een jaar of wat geleden kennis maken met de hogere cultuuruitingen uit ‘Grand theft auto’ met de mededeling: ‘moet je kijken! Hij is al dood, maar als je op het lijk blijft schieten, gaat hij helemaal spastisch liggen trillen.’ Ik zag het. Dat brengt me op een punt dat Van Ammelrooy helaas laat liggen. Beschaving. Of je perse blij moet zijn met een kind dat ‘De olijke tweeling op kostschool’ leest, weet ik niet. Maar een kind dat (groep 3, bijna zeven, waar gebeurd)  in het kringgesprek over toekomstdromen meldt dat het later ‘sniper’ wil worden, groeit mijns inziens wel op in een heel rare wereld. ‘Je houdt het toch niet tegen,’ zei de moeder van de 14-jarige. Ik ben bang dat ze gelijk heeft. Je kunt moeilijk op tegen de miljarden die de game-industrie besteedt aan gelikte trailers. Bovendien: er zijn inderdaad leuke, onschuldige ja zelfs educatieve spellen te koop. Als journalist heb je de luxe dat je de zaak van meerdere kanten kunt laten zien. Het is jammer dat Van Ammelrooy dat level heeft overgeslagen. De boodschap die uit zijn dappere poging tot relativering opklinkt, zal voor veel ouders aanleiding zijn om te blijven volhouden dat het wel meevalt. Stond in de krant. Ondertussen weet de auteur natuurlijk ook wel dat de PEGI-keuring een wassen neus is. Dat zelfs het kinderlijke New Super Mario Bros het niet zonder duivelse symboliek kan stellen, dat je zelfs in dit voor alle leeftijden geschikt geachte spel je doel alleen kunt bereiken als je onderweg een paar duizend schildpadden doodtrapt, niet in een bak gloeiende lava valt, of aan de scherpe punten van hororachtige stormrammen weet te ontkomen. Uiteindelijk kleeft aan alle spellen waarin de leeftijdgenoten van mijn kinderen geïnteresseerd zijn een nare geur van leedvermaak. Ik heb nog nooit meegemaakt dat een groep kinderen zo sterk de behoefte voelde om te lezen dat de pannenkoeken en de taart terzijde werden geschoven om snel in ‘Pinkeltje en de ijsheks’ te duiken. Wel heb ik al twee kinderfeesten meegemaakt waar kinderen al dan niet clandestien naar hun meegebrachte DS grepen. Dankzij Van Ammelrooy weten we nu dat dat geen a-sociaal gedrag is, maar interactiviteit ‘oneindig veel socialer dan gewone televisie’. Laten we ‘Nee moeder’ aangrijpen om eens serieus na te gaan denken over de beweegredenen achter onze gametolerantie. En over de vraag of we Dante echt op deze manier aan onze kinderen willen overbrengen. Brought to you by Xbox.

Published by admin, on February 16th, 2010 at 12:40 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

Impasse

Ik weet heel goed waar dit gedicht over gaat. Hoewel bij ons voor de ramen ’s zomers de bruidsluier (Gypsophila paniculata) woekert. En wij een senseo-apparaat hebben, dat zelfs voor mannen eenvoudig te bedienen valt.  Ik zou mijn vrouw nooit vragen waarover zij wil dat ik schrijf en ik geloof ook niet dat Martinus Nijhoff dat ooit heeft gedaan. Sterker nog: dat vind ik raar. Als mevrouw Maggi een brandende kwestie heeft, dan schrijft ze het maar lekker zelf op. Misschien dat ze het leuk zou vinden als ik mijn liefde voor haar eens in een lange brief, met veel verwijzingen naar de mooie jaren die achter ons liggen, zou verwoorden. Als ik dat dan maar niet rond Valentijnsdag doe, want wij Maggi’s zijn niet zo van de door Jamin, Hema en Blokker in het leven geroepen tradities. Bovendien: als je een liefdesbrief schrijft op verzoek, dan doe je iets verkeerd. Spontaniteit mag dan een overschatte eigenschap zijn, in de liefde kun je moeilijk zonder. Als we voorbij een bloemenwinkel lopen, kan ik het nooit nalaten te vragen: ‘moet je bloemen?’ De vraag stellen is hem beantwoorden.

Impasse

Wij stonden in de keuken, zij en ik.
Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag.
Maar omdat ik mij schaamde voor mijn vraag
wachtte ik het onbewaakte ogenblik.

Maar nu, haar bezig ziend in haar bedrijf,
en de kans hebbend die ik hebben wou
dat zij onvoorbereid antwoorden zou,
vroeg ik: waarover wil je dat ik schrijf?

Juist vangt de fluitketel te fluiten aan,
haar hullend in een wolk die opwaarts schiet
naar de glycine door het tuimelraam.

Dan antwoordt zij, terwijl zij langzaamaan
druppelend water op de koffie giet
en zich de geur verbreidt: ik weet het niet.

Een glycine is een blauweregenstruik. Veel van Nijhoffs klassiekers vind ik prachtig. Aan ‘Tuinfeest’ en ‘De wolken’ heb ik in mijn leven al veel troost gehad.  Over dit gedicht heb ik wel wat te mopperen. Ik heb stoom uit een fluitketel nooit opwaarts zien ’schieten’. Rijmdwang. Het overmatige gebruik van het tegenwoordig deelwoord (ziend, hebbend, zich hullend, druppelend) verdient ook geen schoonheidsprijs (is ook geen schoonheidsprijs verdienende eigenschap van dit gedicht). Maar het scheppen van een tekst uit het ontbreken van een onderwerp om over te schrijven is een aardige vondst. Al zeg ik het zelf.

Published by admin, on February 11th, 2010 at 11:50 am. Filled under: Uncategorized1 Comment

‘de eigentijdse hogere literatuur’

Ik heb een mening over het werk van Heleen van Royen. Dat mag, want ik heb een boek van haar gelezen. Een oud boek alweer: de gelukkige huisvrouw. Mijn mening is niet verrassend: ik vond het vaardig geschreven, maar het drong Tsjechov, Thomas Mann en Raymond Carver niet uit mijn toptien. Voor veel literaire tijdgenoten is Heleen geen schrijfster, maar een fenomeen. (Zeg hardop: ‘Heleen is een fenomeen’.)  Het maakt niet uit of je iets van haar hebt gelezen. Ze is de boksbal geworden van mannetjes met ingewikkelde brillen die vinden dat het woord ‘literatuur’ zijn betekenis heeft verloren. Ik ben het met die mannetjes eens. Als je op een bakje met bio-industrieel varken een sticker plakt met ‘ecovlees’ wordt het varken daar met terugwerkende kracht geen blij varken van. Als je een vrolijk pornografisch niemendalletje een buikbandje voorziet met de tekst ‘literaire sensatie’ brengt dat de auteur niet eensklaps op dezelfde hoogte als JD Salinger. Met betrekking tot de gehaktballetjes van slagerij Van Royen (en de kadetten van de aanpalende bakkerij Kluun) lijkt het omgekeerde te gebeuren. We weten het niet, want de keuringsdienst is nog niet langsgeweest. Hangende het onderzoek plakken de mannetjes met ingewikkelde brillen er maar vast een fluorescerend plaatje op met de waarschuwing dat de balletjes en de kadetten van Van Royen en Kluun de literaire warenwet overtreden. Ik word daar altijd wat bokkig van. Vooral als het dédain uit de hoek komt van mensen die zelf geen deuk in een pakje literaire boter slaan. Maar ook de honorabele Jos Joosten, hoogleraar Nederlandse Letterkunde, die het trouwens voor Van Royen opneemt, mag op mijn warme irritatie rekenen. Joosten schrijft over Van Royens jongste, ‘de mannentester’: ‘Van Royen geeft in een fraaie, snelle stijl, in allerlei terzijdes en types rake cynische commentaren op, bij voorbeeld, hypes en quasi-engagement in het hedendaagse Nederland. Zo is dit een veel totaler boek, met meer eigentijdse relevantie, dan veel ander werk dat momenteel verschijnt.‘ Een nietszeggend copy-paste oordeel. Verwijder de auteursnaam en de titel en je kunt er als criticus weer een decennium tegenaan. Op http://www.heleenvanroyen.nl/pdf/vanroyen.pdf kunt u zien hoe Joosten aan de hand van zulke argumenten (vingers omhoog wie dit jaar nog graag een paar ‘totale boeken’  wil lezen of wie een schrijver graag in allerlei types rake cynische commentaren wil zien geven) tot dit oordeel komt ‘Maar als op dit moment totaal smaak- en visieloos knutselwerk als Dimitr Verhulsts Godverdomse dagen of bombastische edelkitsch als Enquists Contrapunt door de smaakmakers probleemloos tot de eigentijdse hogere literatuur worden gerekend, dan is er geen enkele reden om Van Royens De mannentester niet serieus te nemen.

Van Royen reageert op haar website - zoals te verwachten - met een raak en cynisch bedoeld commentaar. Ze noemt Joosten ‘ome Jos’ (cynisch!) en schrijft (raak!) ‘dat dit een van de STOUTSTE dingen is die ome Jos ooit heeft gedaan. Zij weet hoe zwaar en griezelig het is om tegen de stroom in te zwemmen. Ze vraagt zich af hoe ome Jos zich nu voelt, of hij al een reddingsboei nodig heeft, en laat weten dat ze niet te beroerd zal zijn hem uit het water te vissen als hij de overkant niet haalt. Of ome Jos nou “goed” is of “fout” maakt haar niet uit: Heleen redt iedereen.’

Wij, de vleugellamme ‘readers who just read and run’ kijken er met open mond naar. Joosten die tegen de stroom in de overkant probeert te bereiken (niet zelf proberen, dat kan alleen een hoogleraar) en mannentester Heleen die hem een reddingsboei toewerpt. Een vermakelijk spektakel dat niets meer met literatuur te maken heeft. Doorheen die dikke lagen zelfpromotie aan weerszijden van het beekje, ziet niemand het water meer. We zijn op onszelf aangewezen. Lezen. Er zit niks anders op.

Published by admin, on February 4th, 2010 at 5:44 pm. Filled under: Uncategorized5 Comments

Toekomstdromen (24)

Op de Koninginnedagmarkt lag de jeugd van zijn kinderen over twee kleden verspreid. Scoop. Muck en Dizzy en Rolly ook. Anders dan hij verwachtte, deden ze er niet moeilijk over. Niet alles kon mee naar Canada, dat begrepen zij ook wel. Hij probeerde zich voor te stellen hoe het zou zijn als ze het huis niet hadden verkocht. Dan zou de kist met autootjes pas in 2035 van zolder zijn gekomen. Dan zouden ze de plastic wagentjes nog een keer vertederd door hun handen laten gaan en zou hij tegen zijn kleinkind zeggen: ‘kijk, daar speelde je vader vroeger mee.’ En hij zou voordoen hoe de grijper van de shovel op en neer ging tijdens het rijden. Hij nam de vervilte Pikachu in zijn handen en verzonk in gepeins. Zijn vrouw kwam naast hem staan en legde een hand op zijn onderrug. ‘Denk maar aan de schone lucht daar,’ zei ze begripvol, ‘volgende winter gaan ze met de hondenslee naar school’. Hij probeerde het zich voor te stellen. De eindeloze wouden, de bergmeren, het grote houten huis met de brede veranda. De winters die nog winter waren, de beken vol zalm, de jongens in hun eigen kano. Een jongetje in een oranje t-shirt deed een bod op een stapel Pinkeltjes. Vijf stuks voor drie euro. ‘Dat is een vergissing,’ mompelde hij, ‘die zijn niet te koop’.

Published by admin, on February 1st, 2010 at 10:09 am. Filled under: Uncategorized, toekomstdromenNo Comments

verbalitis

Er wordt gediscussieerd over het afschaffen van de proefvertalingen Grieks en Latijn op de categorale gymnasia. Aleid Truijens, die wat mij betreft altijd gelijk heeft, ook als ik het op voorhand met haar oneens was, schrijft daarover: ‘Een gymnasium zou geen vesting voor de elite of wannabe-elite moeten zijn, maar de plaats waar de slimste, begaafdste en gretigste leerlingen uit alle milieus aan hun trekken komen. Dit plan verpest het voor hen. Een gymnasium–light zal niet minder wit worden, maar maakt het minder getalenteerde kinderen uit de elite nog makkelijker hun gerieflijke positie te behouden.’ (lees hier meer). In deze discussie dacht ik van de week terug aan een gesprek dat ik daar jaren geleden over had. Mijn opponent zei: ‘er zijn nu wel veel meer mensen dan ooit die ergens iets vanaf weten’. Soms slaat een argument je met stomheid. Je voelt dat het niet deugt, maar anders dan je tegenstander krijg je jouw opvattingen zo vlot niet geformuleerd. Dat is een ziekte van deze tijd. Verbalitis. Zoals David Byrne het zo prachtig formuleert in psycho killer: ‘you’re talking a lot, but you’re not saying anything’. Wat mijn opponent - na enig nadenken - had moeten zeggen was: ‘er zijn nu wel veel meer mensen dan ooit die beschikken over het vermogen om eindeloos te drammen over dingen die van geen enkel belang zijn.’ Naar mijn bescheiden opvatting is het socialistische ideaal van de volksverheffing omgekeerd in de nachtmerrie van de lullocratie. Er is helemaal geen behoefte aan 16 miljoen mensen met academische competenties. Nog los van het feit dat ‘academisch’ niks meer betekent als het werkelijk voor iedereen bereikbaar is. We zijn terechtgekomen in een sovjetwerkelijkheid waarin iedereen zijn borst vol blikken medailles speldt en van iedereen verwacht met de bijbehorende egards te worden behandeld. Omdat de werkelijk zwakbegaafden ook dol (nog doller misschien) zijn op medailles, is een industrie in het leven geroepen die extra onderscheidingen bijdrukt in de vorm van syndromen met prachtige namen. Wie niet kan rekenen lijdt aan dyscalculie. Wie niet mee kan komen met lezen is dyslectisch. Een jochie dat liever met een hamer op een stuk ijzer slaat, dan in de groep te vertellen wat de beelden van Haiti met hem doen, is een ADHD-er. Een kind dat niet leuk meedoet in de poppenhoek lijdt aan een ‘non verbal learning disorder.’ Geen nood, want op vertoon van hun d-speldje mogen ze allemaal naar iemand die ervoor heeft doorgeleerd en die geeft gratis doucumenten uit waarin de wanprestaties in deftige wetenschappelijke taal worden verklaard. Ondertussen drupt de kraan in de keuken van de Maggi’s gewoon door. Maggi zelf, die gezien zijn afkomst voorbestemd was loodgieter te worden, doet er niks aan. Daar is-ie niet voor opgeleid. Hij is wel blij met het stukkie blik dat hem in staat stelde zijn talenten te ontplooien. En in alle eerlijkheid: zo richt hij ook veel minder schade aan. Er is geen groot pijplegger aan hem verloren gegaan. Maar zonder mammoetwet zou hij nu waarschijnlijk met volle fietstassen andermans koude brievenbussen vol staan proppen. Daar zou hij de socialistische heilstaat die hem in 1980 nog zo scherp voor ogen stond een groter plezier mee doen.  Brrr. denkt meneer Maggi en staat - net als zijn hogeropgeleide soortgenoten - nog eens op om koffie te halen en vraagt zich tegelijk met al die 16 miljoen andere genieën af: waar blijven die verdomde loodgieter, postbode en straatveger nou?

Published by admin, on January 26th, 2010 at 10:35 am. Filled under: Uncategorized2 Comments

Maandag

Ik laat het vandaag maar eens bij een droge opsomming van de juwelen uit Mirza:

> ‘Door de eeuwen heen is de traditie tot stand gekomen om getroffenen te helpen.’

> ‘Zij die dood zijn, zijn dood, zij die overleefden, vele sterke Haïtianen, moeten verder’

> ‘Helaas - of gelukkig - biedt een aardbeving nieuwe kansen; nieuwe wegen, nieuwe huizen, nieuwe geliefden en nieuwe samenstellingen van gezinnen.’

> ‘Inmiddels hebben 94 Haïtiaanse kinderen in een klap nieuwe Nederlandse ouders gekregen. Een aantal  van hen hebben we mogen bewonderen toen ze gehuld in dekens in de armen van hulpverleners uit het vliegtuig kwamen. Ze keken met hun donkere, levendige ogen verbaasd om zich heen naar die kou en de regen, mooier kon niet.’

> ‘Wonderbaarlijk dat vanavond deze nieuwe moeders Nederlandse verhaaltjes voor hun kinderen voorlezen. Lees hun dus zacht, maar overtuigend voor:

‘Jip zit bij de kapper.

Knip, knap, zegt de schaar.

En Jip zegt: Au!

Ik doe je geen pijn, zegt de kapper. Ben je nou een grote jongen? Je huilt al voor je geslagen wordt.

Knip, knap, knip, knip, knap doet de schaar.’

Een nieuw geluid, een nieuw begin.’

Daaronder de uit de tekst gelichte streamer ‘Omarm de kinderen die de natuur julie geschonken heeft’.

Hier past, denkt meneer Maggi, een verbijsterd stilzwijgen.

Published by admin, on January 25th, 2010 at 10:50 am. Filled under: UncategorizedNo Comments