Cup-a-soup

woordsoep in een kommetje


camping (5)

 

De gescheiden man op nr. 506 is wel in voor een praatje. En wij zijn de beroerdsten niet. Als hij ’s avonds voorbij onze tent schuift, mag hij gerust vertellen dat hij op buienradar heeft gezien dat het de komende vier uur droog blijft. ‘Gelukkig maar,’ zeggen wij dan.

Het zou een kleine moeite zijn hem ’s avonds een stoel aan te bieden. Zijn zoontje slaapt al vroeg en als wij hem geen blikje bier geven, pakt hij er zelf wel een uit de onuitputtelijke voorraad die hij achter zijn luifel verborgen houdt. Wat houdt ons tegen? Normaalgesproken bieden we iedereen graag een luisterend oor. Maar met deze kerel weten we het niet helemaal. We geven het liever niet toe, maar dat zou best eens kunnen komen door zijn armoedige kampeeruitrusting: een gloednieuwe en te haastig opgezette tunneltent van de Makro, een benzinebrander waar hij zich duidelijk geen raad mee weet en twee KLM-blauwe campingstoelen die we vorige week zelf nog bij de Hema hebben zien staan. We vermoeden dat het gebroken gezin ooit de voorkeur gaf aan luxe vakantiehuizen aan de Italiaanse bloemenkust. Het haastig bijeengekochte zootje campingartikelen duidt op groot verdriet waar we nu even geen zin in hebben. Wij hebben ook vakantie.

Straks, als we weer thuis zijn, vragen we al onze vrienden te eten. En die mogen allemaal komen vertellen over hun vastgelopen relaties. En laat ons dan maar knikken en zeggen: ‘het is een kuttijd, maar je moet er toch doorheen.’ of: ‘twee voortdurend kijvende ouders, dat is voor de kinderen ook geen lolletje.’ Daar zijn we heel goed in. Maar nou even niet, als het kan. Het kan niet. De meneer van 506 neemt op dinsdagavond na de bingo (‘ik heb een krultang gewonnen. Een godverdommese fucking krultang’) zijn eigen stoel mee en gaat recht tegenover ons zitten. We vragen twee keer of het wat zachter kan. We houden ons op de vlakte, maar tegen twaalven komt de fles toch nog op tafel. We weten heus wel hoe de wereld in elkaar steekt. Maar dat je je vrouw kunt verliezen aan het opperhoofd van een animistische stam in Congo is ook voor ons nieuw.

Published by admin, on August 23rd, 2011 at 10:32 pm. Filled under: Uncategorized1 Comment

studie voor ‘De Barbecuekeizer’

  • Als de Barbecuekeizer terugkijkt op de eerste 35 jaar van zijn leven, dan…
  • Er zijn maar weinig mensen die de Barbecuekeizer begrijpen als hij zegt…
  • De Barbecuekeizer is zelf vegetariër.
  • Wie de Barbecuekeizer vroeg hoe hij de onbetwiste marktleider op het gebied van grillen in de open lucht was geworden, kon er misschien beter even bij gaan zitten.
  • Kerst 1982. Bij de buren rook het naar peppersteak in rode wijnsaus. De moeder van de Barbecuekeizer zette falafelballetjes als voorgerecht en  rijst met mais en tofu als hoofgerecht op tafel.
  • Toen de Barbecuekeizer op het strand van Saint Tropez zijn eerste gemarineerde kipspiesje van de grill haalde…
  • Als zijn ogen niet zo slecht waren geweest en hij voor wiskunde een acht had gehad en voor Engels een zes, als hij VWO had gedaan in plaats van mavo en 1.70 was geweest, in plaats van 1.95, dan was de Barbecuekeizer misschien toch straaljagerpiloot geworden.
  • Dat hij ‘Keizer’ van zijn achternaam heette, was toeval. De vorige eigenaar heette Vink. En toen hij de slagerij in 1999 overnam, was ‘de Barbecuekeizer’ al twintig jaar een begrip in heel Noord-West Overijssel.
Published by admin, on July 23rd, 2011 at 11:00 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

toekomstdromen 31a

Aan de overkant van het Fjord is bij goed weer de Snaefelsjökul te zien. Het is goed weer. Eenden beschermen hun jongen tegen de achterbakse aanvallen van grote zeemeeuwen. Een vogel laat zich om de twee minuten van de vuurtoren vallen, waarbij hij het geluid maakt van een ringtone uit het pre-Nokia tijdperk. Een uur later eet hij een stuk pizza op een bankje aan de haven. Zijn werk is klaar.

Als iemand vroeg wat hij voor werk deed, antwoordde hij naar waarheid. In de loop der jaren raakte hij eraan gewend dat de vraagstellers tussen hun tanden floten en er niet zelden op lieten volgen dat ze graag eens meegingen. Al was het maar om zijn koffers te dragen. Hij liet nooit na te zeggen dat ze zich er niets van moesten voorstellen. Wachten in kuipstoeltjes, haastige ritten over onbegaanbare wegen, bijna doodervaringen op Afrikaanse dustroads of kolkende Oost-Europese rivieren. Lange zwijgzame lunches met oudere dames van verkeersbureaus. Lariamdromen, spinnen en schorpioenen. Het leed van zijn oudste kon hij wel relativeren (je had ook vaders die kapitein op de wilde vaart waren), maar een huilend kind op de bank, dat vertrok toch niet lekker voor een man. Tussen twee reizen door solliciteerde hij naar een baan. Loondienst. Werk waarover zijn vader ooit, in een zeldzame bui van onverholen trots, tegen een derde had gezegd: ‘hij heeft alle aktes’. Een dag later leest hij in de krant dat de vulkaan Hekla op het punt van uitbarsten staat. Vreemd dat hij daar niks van heeft gemerkt.

Published by admin, on July 19th, 2011 at 8:30 pm. Filled under: toekomstdromenNo Comments

Toekomstdromen (30)

Wybe was zeventien toen hij zijn eerste baguette at op de trappen voor de Sacre Coeur. Dat smaakte naar meer. Al helemaal vanwege de oude leraar Frans die zo enthousiast kon vertellen over zijn Parijse jaren. ‘Gekke tijd, jongens. Vinkenoog, Cremer, Appel, Campert. We hadden geen cent te makken, maar de kunst lag op straat en er was altijd wel iemand die je een paar piek kon lenen voor een pakje sigaretten en een flesje Bordeaux. En als je zelf eens iets had verdiend, at je in de beste bistro’s drie gangen voor 5 piek, koffie en bediening inclusief. Zijn vader, elektricien, en als je eens rondvroeg een hele goeie, geloofde er niet in. ‘Maak eerst je opleiding af,’ hield hij zijn zoon voor, ‘zoek een baan met een beetje perspectief en koop een autootje. Dan kan je elk weekend naar Parijs.’ Maar zijn moeder zag het wel voor zich. Dat artistieke en dromerige had hij van haar. De man met wie ze getrouwd was, hád een baan met perspectief. Maar had díe haar ooit meegenomen naar de lichtstad?

   ‘Je moet durven dromen,’ Wybe, zei ze, en ze hielp hem met een treinkaartje en een setje girocheques waar haar man niets van hoefde te weten. Bij het afscheid op het station van Roosendaal beloofde Wybe dat hij haar de stad zou laten zien, als hij eenmaal gesetteld was. Het is  er nooit van gekomen. Hoewel hij inmiddels vloeiend Frans spreekt en op Place du Tertre dagelijks makkelijk zestig euro omzet met de verkoop van uit Korea ingevlogen landschapjes. Als hij bij gelegenheid nog eens een baguette met camembert op de trappen van de Sacré Coeur eet, denkt hij altijd aan zijn moeder. Ze overleed, vier jaar geleden alweer, na een kort ziekbed. In gedachten ziet hij zichzelf in zijn Peugeot 107 met haar over de Boulevard Saint Germain rijden. Maar het lijkt hem uitgesloten dat zijn vader het vertrouwen kan opbrengen om hem de urn mee te geven.

Published by admin, on June 27th, 2011 at 8:58 pm. Filled under: toekomstdromenNo Comments

Toekomstdromen (29)

‘Een echt moedertje’ zeiden de tantes als Ilse voorbijkwam met haar rieten poppenwagen met houten wielen. In het bijbehorende wiegje lagen twee rubberen poppen: Kitty en Gideon. De meisjespop had een pruikje glanzend nylonhaar en guitige wangetjes. Toen Ilse haar kreeg, zaten de ogen er nog in. Gideons sereen glimlachende jongenskopje was uit een stuk gegoten, inclusief het hoofdhaar dat als een bosje platgeslagen regenwormen om zijn oortjes krulde. De poppen gingen overal mee naartoe. De gezinsvakanties naar Sauerland en Cornwall, de schoolreisjes naar Lunteren en Norg en uiteindelijk zelfs naar Rome en de au pair-adressen in Denver en New York. Ze had het geluk al op haar tweeëntwintigste te mogen trouwen met Mo, die net zo gek was op kinderen als zij. Het duurde toch nog zes jaar voor ze zwanger werd van de tweeling. Een jongen en een meisje. ‘Een koningswens’ zeiden de opgeluchte tantes, die weleens bang waren geweest dat het nooit meer goed zou komen met Ilse. Vlak voor haar dertigste begon ze stemmen te horen. De rechter nam het advies van de psychiater over. De tweeling heeft het goed bij Mo en zijn nieuwe vrouw. En met Ilse gaat het ook steeds beter. Ze heeft een persoonsgebonden budget en werkt twee dagen in de week als overblijfkracht. Het management heeft het volste vertrouwen in haar. Maar in overleg met het team is besloten haar nooit alleen voor de groep te laten staan. Kitty en Gideon hebben de kinderkamer voor zichzelf.  Als ze, eens per maand, bij de tweeling op bezoek gaat, blijven de poppen thuis.

Published by admin, on June 17th, 2011 at 5:09 pm. Filled under: toekomstdromenNo Comments

Porno van eigen bodem

Mooi nieuws  in de Volkskrant, vanochtend: ‘uit kijkersonderzoek kwam naar voren dat er een groeiende behoefte is aan ‘porno van eigen bodem’. Ik ben een complotdenker en een smeerlap, dus het eerste wat ik denk is: ‘it’s the cucumbers, stupid!’ ‘KPN heeft een contract afgesloten met ‘Meiden van Holland’, het door pornoproducente en actrice Kim Holland bestierde digitale kanaal.’ De meiden van Halal waren ook gevraagd, maar die wouen alleen met hoofddoek en daar is de Nederlandse kijker nog niet helemaal klaar voor. Meiden van Holland dus. De voorpret zal wel weer groter zijn dan het Ding an sich. Je hoopt natuurlijk op een remake van ‘the cable guy’, maar dan in een Hollandse setting. Drie Frau Antjes die zich door de groentejuwelier laten voorlichten over de gebruiksmogelijkheden van de komkommer. Waarna ze met z’n drieën in de keuken aan de slag gaan. ‘Is dat nou niet gevaarlijk, zo’n komkommer?’ vraagt Antje 1. ‘Welnee,’ draait Antje 2 haar hoofd naar de camera: ‘deze komkommer is een kwaliteitsproduct van Nederlandse bodem en het productschap groente en fruit garandeert dat er geen e-coli-bacteriën op zitten.’ Waarna ze daad bij het woord voegt en een robuuste Hollandse komkommer tussen haar gestifte siliconenlippen schuift. En daar gaat de bel. Als dat de groenteman niet is, die voor de extra feestelijkheid ook zijn eigen komkommer heeft meegebracht.

Published by admin, on June 1st, 2011 at 9:26 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

literair discours op facebook

 Twee schrijvers (de een ken ik persoonlijk, met de ander ben ik bevriend op facebook) hebben mot. De eerste is – net als ik – geboren in 1964, de tweede in 1983. Inzet is de recensie die 1964 over het boek van 1983 heeft geschreven. Ik heb het boek niet gelezen. De recensie wel. Die is gematigd positief. 1964 is alleen niet volledig overtuigd van de stilistische vaardigheden van 1983. Dat mag. Ik heb lang geleden in groepsverband nagedacht over de functie van literaire kritiek. De uitkomst van toen zal weinig verschillen van het antwoord nu: het informeren van de lezer en het bewaken van het niveau van wat wij noemen: literatuur. 1964 vindt dat het begrip literatuur niet los kan worden gezien van het begrip stijl. 1983 mogelijk ook, maar daar heeft hij wat betreft zijn aanklager te weinig blijk van gegeven.

Nu kan de schrijver van oudsher twee dingen doen:

  1. zuchten dat zijn beul gelijk heeft en beterschap beloven
  2. schreeuwen dat de recensent een lul is en zien dat hij dat in de kroeg bevestigd krijgt bij zijn literaire vrienden.

 Het kan ook allebei. Sterker nog: dat kan ik iedereen aanbevelen. Een openbaar pak op je lazer is geen feest (lees: http://www.athenaeum.nl/recensies/erik-nieuwenhuis-woordsoep). Maar als je jezelf serieus neemt als schrijver moet je zo’n schrobbering uiteindelijk kunnen nemen voor wat-ie is. Als je geen achting hebt voor de criticus van dienst kun je daarmee altijd bij je vrienden in het café terecht. Bijvoorbeeld door te zeggen dat hij/zij een buffellul of een gratenkut is, die zelf geen deuk in een pakje Leeuwenzegel slaat. Vergeet daarbij niet te vermelden dat die buffelkut je boek niet heeft begrepen. Je vrienden knikken allemaal, want die hebben het helemaal begrepen. Zij wel. Maak plannen om hem een keer met z’n allen op te wachten buiten het literaire schoolplein. Drink er nog een stuk of zes. En ga dan naar huis om aan je nieuwe boek te werken. Denk je, onder het schrijven van je nieuwe boek, nooit meer aan die recensie, dan weet je dat jij gelijk had. Mocht je een week of wat later onder het schrijven iets te binnenschieten uit de recensie waar je in eerste instantie zo pissig over was, dan sla je stilletjes een andere weg in. Natuurlijk is het nooit leuk om toe te geven dat Arjan Peters, Arie Storm of Jeroen Vullings ooit ergens gelijk in heeft. Maar dat hoeft niemand te weten.

 Zo was het en God zag dat het goed was. Maar toen kwamen Facebook en Twitter en werd iedereen vrienden met iedereen: schrijver-criticus en schrijver-pur sang, uitgevers, boekhandelaars en thuiskazende tekstdichters. Van alle kanten wordt ons bezworen dat wie niet meedoet een stille publicitaire dood sterft. De criticus brengt zijn vrienden op de hoogte van zijn jongste recensie, de schrijver steekt zijn eigen reet vol veren, draait zich om en zet zijn webcam aan. Ik ook. Ik heb al die eenzame uren niet zitten tikken om mijn boeken uiteindelijk in een rol milieuvriendelijk pleepapier te zien eindigen. Maar wie (m/v) mij – terecht of onterecht – afzeikt, hoeft niet bang te zijn dat ik in het openbaar ga roepen dat hij een klein pikkie heeft, of een bek als een doos frambozen, die te lang in de zon heeft gestaan. De schrijver moet de beul zijn werk laten doen. Gewillig z’n kop op het hakblok leggen en wachten tot de bijl valt. Er zit niks anders op. Als het te gezellig wordt tussen een schrijver en zijn criticus kom je terecht in een literair old boys network waar iedereen mekaar maar op de schouders ramt en de literatuur uiteindelijk aan corruptie tenonder gaat. Je mag als schrijver van alles van de martelende instantie vinden, maar je moet er in het openbaar je bek over houden. En al helemaal op het basischoolplein dat Facebook heet en waar – net als overal op het internet – elke halvabeet zich mengt in discussies waar je liever geen kleine kinderen bij hebt. Waar het nooit veel moeite kost een joelende meute te vinden, die zich ongehinderd door enige kennis van zaken achter jouw vaandel schaart en schande roept op nader aan te voeren gronden. En waar je altijd medestanders vindt die al eens eerder hun lievelingsknikker aan de huidige pispaal verloren en nu gesterkt door de overmacht van de joelers om het hardst meebrullen. De criticus, achternagejaagd tot in het fietsenhok, ziet zich gedwongen harder te roepen om de menigte te overschreeuwen en zegt dingen die hij beter voor zich had kunnen houden. Levendige boel, maar ik hoef u nu niet meer te vertellen dat ik het een onwenselijke tafereel vind. Ik behoor tot een uitstervend ras. De mensen willen applaus. En wie niet klapt, die kan de tering krijgen.

 Ik ga niet zeggen dat 1964 gelijk heeft en 1983 niet. Ik had als criticus de eer aan mezelf gehouden en op facebook niet gereageerd op de strontdouche waar men een recensent tegenwoordig op schijnt te mogen trakteren. Maar in mijn tijd maakten intellectuelen nog verschil tussen argumenten ad hominem en inhoudelijke argumenten. Dat 1983 1964 op facebook willens en wetens bekakt en laat bekakken, is een teken des tijds. Wie een negatieve recensie op zo’n manier onschadelijk denkt te kunnen maken, laat zien dat hij weinig opheeft met de louterende waarde van serieuze literaire kritiek. (EN, 298 FB-vrienden)

addendum (voor wie denkt dat ik overdrijf)

TS Oom 1964 needs to get laid

WS Wie is 1964?

1983 Een man met een meningkje.

TS Nee, echt. Het is al bijna 18 jaar geleden en hij begint flink onrustig te worden – zo memorabel waren die 5 seconden toen ook weer niet. Ik heb gehoord dat hij vannacht je 1983 Ik ga vanaf nu turven hoe vaak 1964 het woord ‘Joop Beker*’ gebruikt. <*vriend van 1964>

TvA Geestig, hij besprak in het jaar nul eens een roman van mij en was niet blij. Ik las tien jaar later een roman van zijn hand en was des te blijer: zijn hand bleek een stuk minder vast dan de mijne.

1983 Ik heb *** ook gelezen.

TS Na bijna 18 jaar turven (nog 23 dagen!), is het zijn tweede natuur geworden. Dat kun je een mens toch niet kwalijk nemen. Over een krappe maand bereikt zijn onthouding de stemgerechtigde leeftijd. De hamvraag is: hoe gaan we dit vieren?

TvA wat een lor was dat. Maar goed, interessanter: is een marginaal romanschrijver geloofwaardig als recensent?

1983 Naar mijn mening absoluut niet. Voorbeelden te over, neem de man van het parool.

TvA Ik zal echter de marge zoeken en de heer 1964 een smaakvolle voortzetting van zijn carriere toewensen.

1983 Niets liever, T, ik gun 1964 eindelijk eens de wereld.

TvA was het niet CP die, jawel, Big Andries (van Big Brother!) begeleidde bij diens eerstegraadsbevoegdheid docent Nederlands? Mooie trivia.

BK Hoe vertel je een mens op een vriendelijke wijze dat je na het lezen van deze recensie er vrijwel zeker van bent dat de recensent in kwestie bijzonder meedogenloos uit zijn mond heeft gestonken toen hij aan het typen was?

R houdt wel van een mooie, intelligente en inhoudelijke discussie tussen schrijvers, lezers en recensenten (en begrijpt dat hij hier weinig te zoeken heeft).

‎1983 ‎@ T & R, het is veel erger, het gaat weer eens om niets, de tijd dat het om iets ging ligt ver achter ons. Het is toch ook idioot dat de ‘recensent’ (als we 1964 uberhaupt zo kunnen noemen) en de auteur kunnen bekvechten op Facebook… Als 1964 niet op facebook zou zitten had ik er nooit iets over willen zeggen.

BvP Een recenserende schrijver degradeert tot recensent, iemand met criteria.

AL Een man met maar liefst 3! P’s en 4 E’s in zijn naam en zou je sowieso niet serieus moeten nemen, hedenavond niet, morgenochtend niet en alle nog te komen dagen niet.

 Ook gek op honden? Doe mee aan Beneful Blafbusters en zorg ervoor dat jouw hond de nieuwste ster wordt in de Beneful Blafbusters movie!.Vind ik leuk · 1.643 mensen vinden dit leuk.

Published by admin, on May 30th, 2011 at 9:35 am. Filled under: Uncategorized1 Comment

Sarajevo

In 2009 was ik in Sarajevo te gast bij een Bosnische moslim. Hij leidde me rond door het oude centrum, liet de plek zien waar Franz Ferdinand in 1914 was doodgeschoten. We dronken koffie in een hippe met oosterse kleden behangen tent. Ik kreeg versuikerde ananas te eten. Naarmate de avond vorderde en het peil in de fles slivovitch daalde, sloeg zijn stemming om. Ik was in Sarajevo om iets vrolijks te schrijven over het nieuwe oude-Joegoslavië. Lekker eten, wandelen, vlotvaren en genieten van de overdonderende natuur. Toen de avond overging in de nacht, verschenen steeds meer schaars geklede vrouwen in de straten. Onwerkelijk, sprookjesachtig mooie meisjes, nagestaard door jongens in hippe kleren. Het had ook Milaan kunnen zijn. Op de terugweg naar het huis van mijn gastheer stelde zijn vriendin mij de vraag waarom Nederland zo weinig had gedaan om de levens van haar ooms en neven in Srebrenica te redden. Ik wist het echt niet. ‘We hadden de middelen niet,’ mompelde ik, ‘de overmacht was te groot.’ ‘Jullie waren daar om de moslims te beschermen,’ zei ze, ‘waarom hebben jullie niet gezegd: dat kunnen we niet’? Ik wist het weer niet. Het centrum van Sarajevo is prachtig gerestaureerd. Het kruispunt van oost en west. Je kunt je goed voorstellen hoe levendig er gediscussieerd werd in die koffiehuizen door wereldburgers die zich thuisvoelden in het ‘Jeruzalem van Europa’. Het huis van mijn gastheer was van binnen ingericht met het fijnste dat IKEA te bieden heeft. De buitenmuren waren nog niet gepleisterd. Het balustradeloze balkon bood uitzicht op de kapotgeschoten resten van een hotel. De restauratie van deze buitenwijk, op loopafstand van het vliegveld liet nog even op zich wachten. Mijn gastheer ging me voor door de overwoekerde tuin van zijn onvoltooide huis. Halverwege stopte hij en wees op een plek waar de tuin overging in de straat. ‘Daar is mijn vader doodgeschoten,’ zei hij. De volgende ochtend aten we croissanten met nutella. In de dagen die kwamen, heeft hij me niet een keer bij mijn naam genoemd. Als hij mijn aandacht wou, riep hij kortweg: ‘Hé du, Holland.’

Published by admin, on May 27th, 2011 at 9:22 am. Filled under: Uncategorized1 Comment

toekomstdromen (28)

Als meisje bezocht Madelon graag haar grootvader in het bejaardentehuis. In de gangen van ‘Avondzon’ rook het naar gestoomd eten, sigaren en odeklonje. De geur ging in haar jurkjes en broekrokken zitten en als ze een dag later – in dezelfde kleren – op school zat, snoof ze de lucht nog eens lekker op. Toen haar opa, na een lang en gezegend leven, op 89-jarige leeftijd stierf, bleef ze de afdeling waar hij de laatste jaren had gewoond bezoeken. Tot de dag kwam, dat er op afdeling zuid-C niemand meer was die levende herinneringen aan haar grootvader bewaarde. De opleiding tot bejaardenverzorgster was voor een meisje met haar drive en intelligentie een peuleschil. Op haar tweeëntwintigste reed ze doorregen runderlapjes, doperwten tyrolliene en bakjes hopjesvla langs de vergeelde deuren van het stedelijk instituut voor ouderenzorg. De wereld om haar heen veranderde langzaam, maar de geuren in de lange gangen bleven – zelfs na de introductie van sushi en broccoli - goeddeels dezelfde. In haar huidige contract staat dat ze ‘senior manager’ van een ‘woonzorginstelling’ is, maar ze geniet van oude mensen die haar ‘de directrice’ zijn blijven noemen. Als ze ‘s avonds thuiskomt, doet ze haar kleren gewoon in de was, in de zekerheid dat de schone kleren die ze klaarlegt voor morgen een avond later weer net zo heerlijk naar vroeger zullen ruiken als vandaag.

Published by admin, on May 22nd, 2011 at 10:42 pm. Filled under: toekomstdromenNo Comments

toekomstdromen (27)

Wie haar in de vroege jaren zestig met haar poppen zag spelen, wist: dat wordt een goeie moeder. Toch duurde het nog een hele tijd voor Hilde een man vond, die het avontuur met haar aandurfde. Ze herinnert zich nog goed hoe Ben-Willem haar begin jaren negentig voorhield dat het niet zijn keuze was geweest. Als het aan hem had gelegen, was alles gebleven zoals het was: uit eten, reizen, uitwedstrijden met de bowlingclub. Haar baan als bureaumanager bij een postorderbedrijf gaf ze met liefde op. Dat was níet waar ze haar jonge leven lang van had gedroomd. Ben-Willem bleek een goeie vader. Een van de eersten die het aandurfde een halve dag vrij te nemen om op woensdagmiddag met zijn jongens op het honkbalveld te staan. Toen hun jongste langdurig ziek was, zat hij maandenlang naast het bed bij zijn ijlende kind. Het kwam goed. Als Hilde het familiealbum doorbladert, blijft ze altijd hangen bij de foto waarop ze met z’n vieren onder de luifel van de caravan naar de fotograaf zwaaien. Er zijn problemen geweest, zeker. De oudste deed vier jaar over de laatste twee klassen van het Atheneum. De jongste zat op z’n zeventiende een week zonder geld vast in Narbonne. Daar lachen ze nu om, met z’n allen. Ze is nog steeds hun moeder. Maar doordeweeks kwamen de momenten waarop ze echt niet meer wist wat ze met haar tijd moest: het grootmoederschap was nog ver weg en het postorderbedrijf bestond allang niet meer. Ze heeft het moeilijk gehad, echt waar. Tot ze op thuiswerkvacatures.nl een advertentie vond die verlossing bood uit haar isolement: ‘Mensen denken vaak dat alleen slanke jonge vrouwen veel geld kunnen verdienen met webcammen, maar niets is minder waar. Mannen vinden het vaak spannend om te cammen met vrouwen die bij wijze van spreken bij hen in de straat zouden kunnen wonen.’

Eens per kwartaal steekt ze er de jongens van in het nieuw. Ben-Willem denkt er het zijne van. Het was niet zijn keuze geweest, zei hij ook nu weer. Maar als hij erover begint, kan ze nooit nalaten hem erop te wijzen dat de nieuwe Eriba Triton 410 met ‘zitgroep die uitermate gemakkelijk tot een royaal ligvlak omgebouwd kan worden’ betaald is met het geld van mannen die bij wijze van spreken bij hen in de straat zouden kunnen wonen.

Published by admin, on May 18th, 2011 at 2:53 pm. Filled under: toekomstdromenNo Comments

ballon

2011-03-30-142805

‘Ik wil niet naar het ouder- en kind-centrum.

‘Toe nou. Dan krijg je weer zo’n mooie ballon’

‘Ik wil geen ballon. Ik wil Need for speed voor de X-box 360′

‘Goed. Als je lief doet tegen de mevrouw van het ouder- en kind-centrum. En ‘dank je wel’ zegt als je je ballon krijgt.’

‘Ik wil geen bal-lo-hon.’

‘Natuurlijk niet. Niemand wil een ballon. Maar die mevrouw van het ouder-en-kind-centrum denkt dat jij er blij van wordt. En als die mevrouw denkt dat wij blij zijn, hoeven we na de zomer niet meer terug. Die ballon flikkeren we weg, als we de hoek om zijn.’

‘En dan krijg ik Need for Speed voor de Xbox 360′

‘Deal’.

Published by admin, on April 1st, 2011 at 3:14 pm. Filled under: Uncategorized2 Comments

er komt geen donder van die kinderen terecht

2011-03-25-183548Mijn jongste is thuis. Schoolziek. Daar heeft een kind eens per kwartaal recht op. Maar werken kan ik vandaag wel vergeten. Gelukkig is er facebook, daar kan ik met tussenpozen van tien minuten mijn steeds dieper doorvoelde ‘ben-ik-nou-zo slim-of-zijn-hun-nou-zo dom-kant de vrije teugel geven. Ergens op de ochtend linkt Gerwin van der Werf, een irritant goede schrijver, naar zijn weblog . Ik klik. Ik vind zijn blog posts altijd goed. Vandaag extra, want het raakt aan iets dat mij al enige tijd kwelt. Zo erg zelfs, dat ik overweeg het werk aan mijn nieuwe roman (80.000 woorden gepland, 20.000 down) tijdelijk te onderbreken voor een vlammend pamflet.

   Aanleiding is het plan om de schooltijd van mijn kinderen in te korten met een halfuur per dag. Ik haal ze altijd op voor de lunch, maar dat mag straks niet meer. De lunch wordt ingekort tot een kwartier, daarna spelen ze een halfuur (buiten). Daarbij sneuvelt een kwartier netto lestijd, maar degene die de onaangename taak had de nare boodschap voor te koken zei: ‘je moet school breder zien dan alleen rekenen, taal en geschiedenis.’ Daar had ik me al bij neergelegd. Mijn oudste is nu (vrijdagochtend) met de klas naar de bioscoop, gisteren spitte hij in de schooltuin en meermalen per week krijgt hij onderricht in vreedzaam samenleven binnen de school. Daar leren ze dat je de andere kinderen niet moet schoppen, slaan en uitschelden en dat een compliment beter is dan een belediging. Wie kan daar tegen zijn?

   Ter zake: ik meende in Van der Werfs blog een verband te lezen tussen de harde ambities van de ouders en de hufterigheid van de jongste generatie. Van der Werf kan daar heel subtiel en ingehouden over schrijven. Een talent dat mij niet altijd gegeven is.

 Van de week bracht ik mijn jongens naar pianoles en passeerde een naschoolse opvang. Ik ben er weleens binnen geweest om een vriendje van mijn jongste weg te brengen. Het viel niet mee om het joch overgedragen te krijgen. Twee known villains hakten ongehinderd om zich heen. Er werd lekker geschreeuwd en gescholden. De leidsters vond ik uiteindelijk MSN-end in de computerruimte. Het gebouw ziet eruit als de gesloten afdeling van een psychiatrische inrichting. Ik griezelde bij het idee dat ook ik mijn kinderen daar ooit zou moeten achterlaten. Ik kom ook wel eens op een andere opvang. Vrolijker, lichter en met leidsters die wat helderder uit hun ogen kijken. Maar ook daar wordt de sfeer bepaald door een paar jongens die hun vreedzaamheid bewaren voor de momenten waarop daar uitdrukkelijk naar wordt gevraagd. (Een vreedzame school biedt geen garantie voor een vreedzaam naschools leven. Natuurlijk niet.)

   Afgelopen woensdag werd er op school gemedezeggenschapt over het nieuwe ‘continurooster’. (Continu light: tussen halfnegen en halfdrie) Er was gelegenheid tot discussie. Ik zei dat ik een lunchpauze van een kwartier ronduit barbaars vond. Punt een krijg je dat met kinderen niet georganiseerd, punt twee nodigt het uit tot ongezond eetgedrag en punt drie (mijn voornaamste punt) je leert kinderen dat eten gelijk staat aan een tankbeurt bij Esso of BP. Hoongelach. Of ik misschien wilde dat de kinderen ‘s middags een glaasje wijn bij hun boeuf bourgignon nuttigden?

   Ik ben er bij gebaat dat de andere ouders van de school mij als een normaal functionerend individu zien. Ik heb nog meer agendapunten (zoals – alweer terzijde – een vliegverbod voor ouders die hun kinderen op weg naar hun werk uit de openstaande autodeur duwen, wat niet zelden (= wel vaak) tot bijna ongelukken leidt.) Maar ik was het schreeuwen nabij. En dit had ik willen schreeuwen:  

‘er komt geen donder van die kinderen terecht. Op school schrijven hun onderwijzers een halfuur lestijd bij onder het mom van ‘sociale vorming’ maar ondertussen krijgen de leerlingen geen gelegenheid om iets sociaals te ondernemen, omdat ze te hard moeten kauwen om hun twee bammetjes in een kwartier weg te krijgen. Jullie zouden op moeten staan allemaal, en roepen dat het zo niet langer gaat. En als jullie het niet doen, doe ik het wel. Ik sta hier, ik kan niet anders. Als je niet wil of kan accepteren dat het opvoeden van kinderen een tijdrovend en lang niet altijd plezierig proces is, dan moet je er niet aan beginnen. En kom me nou niet aankakken met ‘ik zou wel willen, want het mag niet van de baas.’ Fuck de baas! Als je de helft van je inkomen inlevert, hoor je nog steeds bij de 5% rijkste mensen op deze planeet. Dat kost je hooguit je wintersport, je meizonnetje op Kreta en je nieuwe keuken. Daar staat tegenover dat je de gederfde uren ‘quality-time’ (kokhalsgebaar) op zaterdag niet hoeft in te halen met wiedergutmachungs-expedities naar Raceplanet, Intertoys en O’Lily’s. Ik zie het overal om me heen. Zelfs op het voetbalveld zaterdag staan ouders de hele wedstrijd lang op hun iPhones te turen of er elders niet wat leukers te beleven is. Na afloop van de sportieve prestatie bestellen ze tussen twee SMS-jes door een patatje oorlog en een fles sportdrank. Nee, dat is niet gezond, maar vanmiddag moet ik zelf hardlopen/voetballen/naar yoga. Ik ga deze drie uur kwaliteitstijd niet verkloten door de gezaghebber uit te hangen. Wat zegt u? Heeft hij de kapstok in de kleedkamer gemold? Och! Precies zijn vader. Boys will be boys. Jij ook een broodje bal?’ Ouders, lieve moeders, jammer dat er zo weinig vaders zijn, maar iemand moet de hypotheekaftrek en de declaraties doen, dat begrijp ik ook wel. Ik zeg: lieve moeders. Uw kinderen groeien op zonder betrouwbare role-models. U geeft de voorkeur aan jeugddetentie light. Ik hoor u regelmatig zeggen dat ze het zelf zo leuk vinden op die opvang.* Dat doet mij denken aan piloten die voor de camera verklaren dat ze door de Iraakse militaire autoriteiten goed worden behandeld. Laten we eerlijk zijn: uw kinderen weten niet wat ze missen. De mijne wel. Die missen hun vriendjes die achter de muren van de opvang hun jeugd voortzetten met andere middelen. Straks gaan ze blowen, gangbangen in de garage, zuipen en stelen. Kids will be kids. Daar ziet u niks van, want als ze voor het eerst met kleine, rode oogjes thuis komen, zit u op uw werk. Als ze twaalf zijn, willen ze een iPhone en die moet ergens van betaald worden. Handig trouwens, dan zijn ze altijd bereikbaar en hoef je als ouder niet de godganse tijd in de gaten te houden wat ze uitvreten. Als er problemen zijn, bellen ze wel. En daarna worden ze achttien. U zorgt er vanzelfsprekend voor dat ze bij hun derde Blackberry een gymnasium-diploma krijgen. Zonder Grieks en Latijn, zegt u er eerlijk bij, want naar beschaving – laten we mekaar geen mietje noemen – is weinig vraag. It’s a dog-eat-dogworld. En dan gaan ze studeren. Iets leuks, of iets ingewikkelds. Iets dat ze de kans geeft zich te ontplooien, zonder de belerende tussenkomst van old school docenten die maar blijven hameren op kennis. Kennis? Fuck kennis! Daarvoor heb je die zeven meier voor een iPad 4 niet neergeteld? Als ze iets willen weten, zoeken ze het maar op. En trouwens: als er nog van die treurige feitenneukers rondlopen, dan geef je die toch ook een I-pad? Kost zo’n diplomaatje nou helemaal?’

Het leek me beter dit allemaal binnenboord te houden. Want ik wil dat zebrapad en die no-flyzone voor de school hebben. Als er straks een Audi Q3 over mijn kinderen walst, hoef ik ze ‘s middags ook niet meer op te halen voor hun middagboterhammetje. Maar ik blijf het spijtig vinden, al die ouders die iedereen de opvoeding van hun kinderen toevertrouwen, behalve zichzelf.

 *Ik krijg overigens dagelijks verzoeken van kinderen die toch liever zuchten onder het gezag van de ongelikte beer die hier thuis de scepter zwaait, dan met veertien andere ADHD-ers of anderszins gediagnosticeerde leeftijdgenoten te worden opgesloten.

Published by admin, on March 25th, 2011 at 6:41 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

Afscheid

kaderslotIk wreef mijn ogen uit. Letterlijk. In de streamer, onderaan de maandagse column van Kader Abdolah, stond het zwart-op-wit: ‘Na vandaag verlaat ik de krant. Dit was de laatste Mirza.’  Daar kun je van alles over zeggen. Bijvoorbeeld dat het tijd werd. Dat er voor Kaders schwärmerische wereldbeschouwingen in een serieus bedoelde krant geen plaats is. Dat we in die categorie Gummbah immers al hebben. Toch ga ik hem missen. Hoe onbedoeld ook, het was een prettige komische noot, elke maandag weer. Vijftien jaar, dames heren! Zingt u met ons dus deze dag ‘Kader Abdolah, bedankt!’ op de wijs van Alberti’s onvergetelijke hit uit 1980.

Wie zijn opvolger wordt, blijft een verrassing. Suggesties, iemand?

Published by admin, on February 21st, 2011 at 12:15 pm. Filled under: Kaderdag,Uncategorized1 Comment

nose job

neusMeneer Maggi moet zich om 8.15 u. melden. Het verband mag eruit. Dat klinkt minder opwekkend dan ‘het gips mag eraf’ en dat is het ook. Meneer Maggi heeft 2 meter verband in zijn neus, verdeeld over beide gaten. Hoe dat erin is gekomen, is hem een raadsel.

 

Twee dagen eerder was er een pilletje, toen een infuus, toen een schimmig beeld van de altijd opgewekte geneesheer. Meneer Maggi is uitgeschakeld als een ouwe zwart-wit-teevee. Het eerste leven komt vanuit de luchtpijp. Een naam- en gezichtloze verpleegkundige wrikt de beademing los en brengt zo een hoestprikkel teweeg. ‘Diclofenac’ zegt een stem. Dan is er weer even niets. Op de verpleegafdeling ligt een dikke man van Turkse komaf (‘Dikke Turk’) te snurken. Er is skivliegen en koken op tv. Hoe het apparaat werkt begrijpt meneer Maggi pas ver na de middag. De morfine en het slaapmiddel houden de stemming erin. Buiten rijden vrachtwagens over de A-10 naar Schiphol, Aalsmeer en god weet waarheen nog meer. Op het nachtkastje ligt ‘Portret van een onaangepaste’. Meneer Maggi wil niet uitsluiten dat de medicijnen een rol spelen in zijn stijgende waardering voor de jonge schrijver.

Hij leest:

 

Nu zit je daar op die klapstoel met al die reserves van je en een bek vol ossenworst als ze met een ruk de coulissen vaneen trekken, en ie daar staat, de onvervalste is het natuurlijk zelf, maar nu in de nogal onheilige gedaante van een siamees echtpaar: linksom verkleed als bruid, rechtsom als bruidegom.’

 

De dikke man van Turkse komaf krijgt veel bezoek. Ze praten luid en bellen als het zo uitkomt ook met derden. Er is ook een vrouw op de afdeling die meneer Maggi zich zo in een bedoeïenendorp zou kunnen voorstellen. Om 17 u. stipt verschijnen twee frisse co-assistenten aan zijn bed. Meneer Maggi mag naar huis, maar daar mag hij niet niezen, snuiten en aan bal- of contactsporten doen. De taxichauffeur op de terugweg heet ‘Deun’ en het is voor het eerst dat iemand zegt dat dat een mooie naam is.

De jonge schrijver heet Bernard Wesseling. Ook zonder morfine blijkt ‘portret van een onaangepaste’ een dag later een bom van een boek. Holden Caulfield meets De Uitvreter. Zelfverzekerde toon, jaloersmakend geloofwaardige dialogen, eigen taal, nergens een teken van zwakte. Aansluitend leest meneer Maggi ‘Asterix als legioensoldaat’. Ook goed. (Vooral de Egyptische legionair die aan Caesar vraagt of hij hier de activiteitenleider is).

   De mensen hebben iets bezorgds in hun stem of blik als ze Maggi vragen naar zijn gezondheid. Hij wil niemand teleurstellen en doet verslag in hoofdlijnen. In werkelijkheid bevalt het hem allemaal wel. Warme dranken en pap op bed, middagslaapjes, oude kranten.

   Het meisje bij de tramhalte vraagt of ze meneer Maggi kan helpen. Eerst de 7, adviseert ze, dan de 13. Ze woont hier niet, ze heeft bij haar tante gelogeerd. Ze zit in de tweede en praat langzaam en duidelijk, om er zeker van te zijn dat meneer alles wel begrijpt.

De altijd goedgeluimde opperdokter haalt het verband er zelf uit. De beweging is die waarmee de opperhouthandelaar zijn rolmaat uitschuift. ‘En dat is twee,’ zegt ie. ‘Je kijkt er lang naar uit,’ zegt meneer Maggi,’en het is voorbij voor je er erg in hebt.’ Ook na een raketje van ola blijft de wond bloeden. De gordijnen in de behandelkamer die optimistisch halfopen waren gezet, gaan weer dicht. Verpleegster E. belt de dokter. Een nieuwe co-assistente duwt een prop in xylometazoline gedrenkte watten in beide neusgaten. De keel van meneer Maggi drupt gestaag vol bloed. Als hij probeert te slikken, blijkt zijn slikreflex verdwenen. Hij kucht. Hij kucht nog eens. Verpleegster E. en de co-assistente staan in geen tijd voor het bed. ‘Rustig! Rustig’ maant verpleegster E. ‘Ik ben rustig,’ zegt meneer Maggi, opzettelijk rustig, ik kan alleen niet slikken. Dat is vervelend.’

Drie verschillende mensen met een medische achtergrond kijken met een mijnwerkerslamp in meneer Maggi’s keel. ‘Het is nu rustig,’ zegt de co-assistente. Om kwart over tien mag meneer Maggi als laatste naar huis. Koud drinken, niet snuiten, alleen paracetamol en nog altijd geen bal- en contactsporten. Om elf uur is hij thuis.

Published by admin, on February 20th, 2011 at 3:03 pm. Filled under: Uncategorized1 Comment

over de eerste krokus van het jaar

Over de eerste krokus van het jaarkrokus

moet je niet te kritisch doen

de kleur valt tegen: je had liever paars

dan dit stuitend Chinese plastic geel

liever de tuin van een huis met een bemost rieten dak

liever donkere, rulle grond dan dit pisperkje

in niet eens de Dapperstraat

liever uitbundige bloei dan dit karakterloze

zieltogen dat alle hoop op beter genadeloos de kop indrukt

 

Maar het is een krokus en dat biedt aanknopingspunten

voor lenterige conversatie. Je liegt niet als je zegt:

‘ik heb de eerste krokus gezien vandaag’

niemand die het waagt te zeggen van

‘flikker op met je kutkrokus, je ziet toch dat ik bezig ben?’

tegendeel: gereedschap even terzijde, vertederde blik

het voorjaar komt eraan

Niet dat het wat betekent. Ziekte en dood laten zich

door geen bloeiende Gobiwoestijn vol krokii weerhouden

de man van vierenzestig die langs loopt met een bugaboo

waarin een door hem verwekte 4 maanden oude baby

herken je van de foto.

een wijs man dat zie je zo

in de krant geeft hij

‘tips en trucs voor een wijs en verstandig leven’

(…)

‘Vierde tip: niet vergeten je geliefden aan te raken, liefdevol en teder’.

(heb ik te veel gezegd?)

hij citeert Zhuangzi

‘de weg bestaat in het begaan ervan. De weg zelf is het doel’.

De keeshond die toepasselijk ‘Kees heet’ tilt zijn poot op,

zeikstraalt over wat nog steeds

jouw eerste krokus is, dit jaar

En vervolgt zijn weg, de filosoof achterna.

Published by admin, on February 17th, 2011 at 11:56 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

verdomd!

omslag-klein1Erik Meijers heeft de recensie geschreven waar ik op hoopte. Een recensie waar iets in staat dat ik zelf nog niet wist, maar waar ik na enig nadenken van dacht: verdomd!

‘Het boek toont hoe de mens slachtoffer is van zijn eigen onvermogen de door hem en anderen opgelegde rol te doorbreken. Een stervende man op kamer H51 is in deze roman dan ook gewoon een stervende man op kamer H51. Hier is geen plaats voor miraculeuze wederopstandingen. Het boek toont ons de rauwe werkelijkheid van het bestaan. En dat bestaan heb je voor een groot deel niet zelf in de hand. Alle goede bedoelingen ten spijt.’
Het hele (fijne) stuk staat hier:

http://www.8weekly.nl/artikel/8968/erik-nieuwenhuis-een-gat-in-de-lucht.html

Published by admin, on February 9th, 2011 at 11:25 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

oldies but goodies

Vennegoor dorpsdichter Lathum

 

VennegoorHet bleef spannend tot het laatste moment, maar met een overweldigende meerderheid van stemmen is Tomme (Thomas) Vennegoor verkozen tot dorpsdichter van Lathum. Wie de verkiezingen een beetje heeft gevolgd, weet inmiddels dat die niet helemaal zonder moddersmijten is verlopen. Maar in dorpshuis ‘De koele’ overheersten gevoelens van eendracht.

 

Veel Lathummers kennen Tomme in de eerste plaats als kaasboer op de vrijdagmarkt, waar hij sinds jaar en dag zijn waren op rijm aanprijst. Met kreten als ‘Gouda van heb ik jouda’ en ‘Brie wie lust het nie’ bracht Vennegoor op een toegankelijke manier de poëzie in de Lathumse huiskamers. Wie de Lathumers kent, weet dat dat geen geringe verdienste is.

 

Birgit Kabeling van de Openbare Bibliotheek: ‘De laatste dichter die we hier hebben gehad, was Bertus Flierman uit Tolkamer. Daar kwam drie man op af. Terwijl Bertus toch heeft laten zien dat hij de taal van de mensen hier spreekt en dicht over onderwerpen die de mensen na aan het hart liggen. We hebben zijn gedicht ‘Het lief’lijk Liemerslicht’op A-3 formaat laten verspreiden, maar dat heeft toch niet het gewenste resultaat gehad. Daarop hebben we een werkgroep ‘Poëzie in Lathum’ in het leven geroepen. Ik kan u zeggen: die hebben het zichzelf niet eenvoudig gemaakt. Allereerst hebben ze door middel van een brede enquête en openbare discussie geprobeerd helder te krijgen wat er destijds misging met Flierman. Daarna is steekproefsgewijs uitgezocht waar de knelpunten lagen en gekeken naar de poëticale opvattingen van de Lathummer. Daar kwam in eerste instantie weinig uit, omdat de mensen het product te weinig kenden. Wethouder Kemperink (van cultuur, sport en gemeentewerken, red.) stelde vervolgens een haalbaarheidsonderzoek voor, op basis van pareltjes uit de streekcanon. Daarbij stak weer het probleem de kop op, dat de Liemers als een van de weinige regio’s in Oost-Nederland nog heel geen streekcanon had. Die hebben we met ondersteuning van de Nijmeegse universiteit eerst maar eens laten samenstellen. Je kunt ons natuurlijk niet vergelijken met een stad als Groenlo, maar ik moet zeggen: er kwamen nogal wat verrassingen boven water.”

 

Zo bleek er in de Arnhemse stadsbibliotheek een 14e eeuws manuscript te liggen met gedichten van Iacobus van Wehle (het latere Wehl, red.) die dichtte ‘Nen streic gelyc alle streicen / der meinscen hoogmoet / der meinscen ydelkeit ne kent gheen end’. De nu vergeten dominee Strijkholts (1845 – 1896) uit Stokkum bleek naast zijn correspondentie met P.A. de Genestet een viertal bundels te hebben geschreven, waaronder het driemaal herdrukte ‘Gouden korenaren’ en het even prachtige als wonderlijke ‘Grashegge’ dat indertijd werd vergeleken met het werk van Nicolaas Beets.

 

Kabeling: “We hebben hier (lacht) zelfs een experimenteel gehad, BKR Sotmans, een flierefluiter, die wel 20 beroepen moet hebben gehad. Langs de Spijksedijk vindt de wandelaar nog altijd zes bakstenen met inbeitelde teksten als ‘Kijk toch’, ‘Visvreugd’, ‘Kameelsuggestie’ , ‘Splijthopperzuiger’ en ‘Tafelgeboden’. Al met al genoeg grond, leek ons om als werkgroep een positief advies uit te brengen voor het aanstellen van een Lathumse dorpsdichter.”

 

Wethouder Kemperink (PVDA): “wat ons voor ogen stond was de installatie van een dorpsdichter die de regio als geheel en de Lathummer in het bijzonder kon representeren. Iemand die de ins and outs en gevoeligheden van de regio kende en tegelijk een bovenregionale uitstraling had, waardoor hij als ambassadeur van het Lathumse cultuureigen supraregionaal kon functioneren. Wij dachten in eerste instantie zelf aan Garralda van Weggelen die in De Nieuwe Lathumer al overtuigend had laten zien over een gouden pen te beschikken. Ik noem een gedicht als ‘Kunstvuur!’, dat ze schreef naar aanleiding van de brand bij modehuis Otters. Garralda is tweedegraads bevoegd en heeft tijdens haar opleiding in Arnhem een netwerk opgebouwd in de provinciehoofdstedelijke cultuurwereld. Begrijpt u mij goed, het gaat uiteindelijk om de kracht van de poëzie. We hebben nadrukkelijk gezocht naar iemand die tegelijk toegankelijk en representatief kon optreden naar culturele derden toe, maar de dichtkunst heeft altijd voorop gestaan. Wij dachten in haar een goede kandidaat te hebben gevonden.”

 

Het mocht niet zo zijn. Aangespoord door wethouder Reterink (CDA) van jeugdzaken, volksfeesten en WVTTK werd er vanuit Heren 6 van Lathum, de dames van Kracht Door Oefening en de Sint Nicolaasvereniging aangedrongen op ‘eerlijke verkiezingen’. Aanvankelijk dacht Kemperink de protestgeluiden te kunnen negeren, maar met het in de lucht gaan van de website www.tommelathum.eenpoepieruiken.nl bleek het hek van de dam. Kemperink moest vervroegd aftreden. Van Weggelen liet nog wel folders verspreiden met de integrale tekst van ‘Kunstvuur’ en een weinig verhullend zelfportret, maar moest uiteindelijk buigen voor de numerieke overmacht van Vennegoor die met een klinkende 35.000 stemmen (waaronder veel uit de Poolse zusterstad Slobawice) de 9.631 stemmen voor Van Weggelen ver achter zich liet.

 

Aan het ambt is een geldprijs van 2500 Euro verbonden. Met het aanvaarden van het dorpsdichterschap verplicht de dorpsdichter zich zes gedichten te schrijven die betrekking hebben op het leven in Lathum in al zijn facetten en waar mogelijk de verbinding te zoeken met de omringende regio. Vennegoor kreeg de bijbehorende oorkonde uit handen van initiatiefneemster Birgit Kabeling. Onder de aanwezigen (tout literair Lathum) waren Van Weggelen, Kemperink en opmerkelijk genoeg ook Flierman. Allen sportief genoeg om Vennegoor allerhartelijkst te feliciteren met de behaalde eer. ‘De grote winnaar is natuurlijk de poëzie,’ zei een zichtbaar ontroerde Kabeling, ‘daar is het ons uiteindelijk allemaal om begonnen.’

 

Tot vreugde van alle aanwezigen kondigde Vennegoor aan zijn regio-overschrijdende taak ernstig te nemen. ‘Ik sta op alle markten,’ zo liet hij het publiek weten, ‘Van Giesbeek tot Pannerden en van Lobith tot Spijk. Ik zet per week zo’n duizend kilo jong belegen weg. U hoeft mij niet te vertellen wat poëzie is.’ Nog tot ver na middernacht werd Vennegoors bekendste regel door de straten van Lathum gescandeerd.

 

Kunstvuur, het

bezieling van een kunstenaar

 

Grashegge, de
 (gewestelijk) de lager gelegen zoom van bouwland, die met gras begroeid is

 

Splijthopperzuiger, de (m.)
 baggermolen met een splijtbak

Published by admin, on February 3rd, 2011 at 9:48 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

rolverdeling

Rolverdeling

 

We spreken af dat u de franchisenemer bent

Benzinepomphouder mag ook

En we vragen uw zwager – tevens beste maat

uit ca. 9000 afgebrande lucifers

een willekeurig bouwwerk bezuiden Pisa na te knutselen

Laat uw dochter maar gymnasium doen en als u die niet heeft

de verkoper van de daklozenkrant een handstand maken

Aan een vrijgezel gebleven schooljuf

die thee zet voor ons allemaal

is ook nog wel te komen.

 

Ik ben de man die naar de bakker loopt

 

Zijn er in uw omgeving filosofen die terughoudendheid betrachten?

Nodig ze voor vrijblijvend kennismaken uit.

Wij zijn voor niemand bang.

 

Waar het heen moet, weet ook ik nog lang niet helemaal

Maar het lijkt verstandig op pad te gaan, voor de grote files

En we stoppen niet voor het er allemaal op staat

(Kent u iemand die weet met welke knop de deuren opengaan

Of iemand die zich al tongzoenend heeft bewezen /

Een winterschilder / of iemand die drie vrouwen tegelijk

Op de roltrap voor wil laten gaan? Reageer!)

 

Wat wij dus niet gaan doen:

Grafliggen, spoorloos verdwijnen, het daglicht mijden

 

En als de zaken ineens hard gaan, vergeten wij niet wie onze vrienden zijn

 

Voorts gevraagd:

- medewerkers buitendienst onder wie heel graag díe wetenschappers

die nog maar zeer onlangs door middel van computersimulatie

wisten aan te tonen dat een giraf wel degelijk kan zwemmen.

- na-apers en dan vooral diegenen gespecialiseerd in het imiteren

Van kale mannen die wandelend over stoffige wegen

met een witte zakdoek het voorhoofd deppen

 

- jonge mensen die naar buiten kijken.

 

Published by admin, on January 30th, 2011 at 12:27 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

veertien (14) stuiterballen

knikkerWe ruimen de eerste helft van de jeugd van mijn kinderen op. Veertien stuiterballen. Negen  vergrootglazen. Vier kaleidoscopen. Zeven ‘insectenogen’, twee mijnwerkerslampen. Alles zo goed als onberoerd. Ze hebben ook heel veel boeken. Het merendeel gelezen, gelukkig. Toch blijf ik de rest van de dag humeurig. Ze willen niks wegdoen. Ben je gek: hoe kun je ooit genoeg Albert Heijn-smurfen hebben? En de plastic muziekdozen van MacDonalds hebben dan wel lege batterijen in een incourant formaat, maar ze zijn er nou eenmaal aan ‘gehecht.’ Hoe heeft dat nu kunnen gebeuren? Hoe zijn we in de tijd van 1 mensenleven veranderd van mensen die blij waren met een in aluminium gewikkeld propje krantenpapier met een elastiekje eraan en een gekleurd netje eromheen, in zombies die zich voeden met plastic van de Intertoys? Het kan veel erger. Ik vind mezelf nog redelijk calvinsitisch. Toch denk ik dat ik net als de meeste hedendaagse ouders een gemakzuchtige korte termijndenker ben. Bevredig de behoefte van je kind zo snel mogelijk, dan kun je snel weer door met… ja met wat? Geld verdienen om nog meer geestloze troep te kopen waar geen kind oprecht gelukkig van wordt. Het moet anders.

(wordt vervolgd)

Published by admin, on January 29th, 2011 at 2:05 pm. Filled under: Uncategorized2 Comments

de sic! van de week

Volkskrant, Didu, 13 januari:

‘Soms krijgt zo’n vrolijk beeld iets heel dramatisch. Zo is er de foto uit juni 2007 van de Nederlandse soldaat *** in de provincie Uruzgan op een met boemen (sic!) versierde herenfiets – een jongetje zit trots op zijn bagagedrager. Anderhalf uur later kwam *** om het leven bij een aanslag.’

Sic

zo staat er woordelijk (b.v. gevoegd achter een aangehaald woord dat in de oorspr. tekst verkeerd is geschreven)
       ‘deze strijt’ (sic) (meestal gevolgd door een uitroepteken en veelal tussen haakjes)
       sic! is wellicht het pedantste woord dat ik ken
(Komrij)

Published by admin, on January 13th, 2011 at 9:34 am. Filled under: sic!No Comments

kluitenbos

Ik zag massa’s kerstbomen met kluit bij de vuilcontainer staan. Nu helaas te laat maar mooi project voor volgend jaar: een flashmob getiteld ‘het kluitenbos’: iedereen brengt op een afgesproken moment een kerstboom met kluit naar een afgesproken locatie (Utrecht Centraal, Museumplein, Malieveld). Aansluitend het nieuwjaarsevenement voor mensen met koudwatervrees: de nationale stadsboswandeling. (c)

Published by admin, on January 10th, 2011 at 10:18 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

een gedicht

Drie kroketten

 

Zoals het meisje in de gelambriseerde achterkamer

Op piano (comptine d’une autre été uit) Amélie speelt

terwijl vanuit het westen een voorspelbare mid-middagzon

mijn naastgezeten vrouw in d’ooghen schijnt

en de man die kauwt, zo langdurig kauwt

dat wij mogen aannemen dat wat zijn kaken

vergeefs beproeven te vermalen

een rubberachtige substantie is;

Over zijn pet die verwijst naar tijden

van in open bugatti’s over bergpassen rijden

en over zijn broek die geschiedenis heeft

als soort en exemplaar teg’lijk

doen wij het zwijgen

ook staan we niet onnodig lang stil

bij de timmerlieden die hun welgestemde instrumenten

eertijds in deze oude kamer lieten klinken

Lieke of Mieke of Hieke anderzijds het gangpad

ken ik nog van vroeger

maar de vingers van het meisje dat Amélie speelt, zijn mijn gehoor volkomen nieuw

1 foutje maakt ze, een onvolkomenheid die

haar

verticale

vlecht

ontbreekt

Hard huilen in deze kamer lijkt me ongepast

 

Als we het pand verlaten is de zon verdwenen achter de gebouwen

ik koop drie kroketten in een cafetarium aan de Overtoom

waar de uitbater ter decoratie een schilderij heeft opgehangen

waarop – over geschiedenis gesproken – drie pyramides

in het aquarium ziet mijn zoon een koikarpertje vergeefs proberen

tegen de bellen van de luchtpomp in de bodem te bereiken

hij doet hiervan beknopt verslag

hiermee is het met de gebeurtenissen in de vissenbak nog niet gedaan,

maar mijn zoon horen we daar verder niet over

Krokant is alles in een goede kroket, zegt mijn vrouw.

 

Ik zou nu gedachten mogen hebben over het peil van onze beschaving

de eindigheid van het aardse leven, onze nietigheid

Maar het ligt meer in de lijn van deze januarimiddag

Te beamen wat mijn vrouw aanvullend opmerkt over de Van Dobbekroket:

Lekker! Ik zou er best nog een lusten.

Published by admin, on January 9th, 2011 at 6:36 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

95 hamsters

hamster

hamster

Tinkebell is weer in het nieuws, want het openbaar ministerie heeft een boete van 950 euro voor gehannes met dieren tegen haar geëist. Tinkebell zet – zo verklaarde ze op AT5 – graag mensen aan het denken. Daar is ze wat mij betreft zeker in geslaagd. Ik denk weinig na over het lot van knaagdieren, maar door het nieuws over Tinkebells geruchtmakende ballet voor 95 hamsters voelde ik me vandaag toch gedwongen een standpunt in te nemen. Er zijn – voor zover ik heb kunnen vaststellen – twee kampen. Het ene kamp wil Tinkebell zelf till kingdom come in een ton vol spijkers over de aarde rollen, het andere kamp vindt dat ze een geëngageerde kunstenares is, die de hypocrisie van de hedendaagse mens stevig aan de kaak stelt. Omdat ook ik de mensen graag tot overpeinzingen aanzet, nodig ik u uit gezellig mee te denken naar aanleiding van het volgende citaat:

The project formed, beside a reflection of the concept ‘ freedom ‘ in combination with a doubtful preference for such a form of’entertainment ‘ an indication of citizen culture, in which almost an extreme morality concerning the protection of pleased ‘ pets, goes hand in hand with cheap and mechanically obtained food and decorative objects, where inferior dear animals are systematically used for.. (sic!) (bron: http://looovetinkebell.com/pages/save-the-pets1-follow-up4)

Dat valt nog niet mee. Als ik iemand aan het denken zou willen zetten, zou ik proberen mijn boodschap zo te formuleren dat in elk geval iemand met een middelbare schoolopleiding zou kunnen begrijpen waar ik het over heb. Gezien het bovenstaande citaat moeten we vrezen dat begrijpelijkheid niet Tinkebells hoogste prioriteit heeft. Ik heb het even voor u vertaald:

‘Het project vormde behalve een reflectie op het concept vrijheid met een twijfelachtige voorkeur voor een dergelijke soort vermaak een indicatie van een burgercultuur waarin een extreme moraal met betrekking tot bevoorrechte huisdieren hand in hand gaat met goedkoop en mechanisch verkregen voedsel en objecten voor de sier waar inferieure lieve dieren systematisch voor worden gebruikt.’

‘Gooi het maar in mijn pet,’ zeiden wij in mijn geboortedorp, ‘ik zoek het morgen wel uit.’ Maar als we met veel goede wil proberen te reconstrueren wat ze nou precies bedoelt, dan kunnen we volstaan met een eenvoudig: ‘Over het wel en wee van sommige (huis)dieren doen we onvoorstelbaar sentimenteel, terwijl uit onze naam varkens onverdoofd worden gecastreerd en hamsters, cavia’s en konijnen als speeltjes door tredmolens en plastic tunneltjes worden gejaagd.’ Spreek het maar eens tegen. Dat doe ik niet, zegt u, want dat wist ik allang. Ik zeg het u na. Ik wil er nog wel aan toevoegen dat ik het walgelijk vind. Ik draag de stichting varkens in nood een warm hart toe. Ik mijd de kiloknaller en onze scharrelcavia’s hoeven geen circuskunstjes te doen. Maar ik zou geen enkele vorm van leed aan de kaak willen stellen door een ander levend wezen hetzelfde nog eens aan te doen. En zeker niet onder het mom dat ik mensen daarmee aan het denken wil zetten. Want waar houdt zoiets op? Gaan we willekeurige homoseksuelen aan de galg hangen om de godsdienstige opvattingen van de ayatollahs aan de kaak te stellen? Gevluchte Argentijnen uit vliegtuigen smijten om aan te dringen op een rechtvaardige veroordeling van voormalige junta-piloten? Of wordt dat wel erg ongezellig? Zou de artistieke jeunesse doree, bijeen in haar vaste galerie bij haar openingen dan nog wel zo voornaam en artistiek kijken, zo feestelijk genieten van de witte wijn en de toastjes met zalm? Nou, eh, nee. Het moet wel veilig blijven. De consequenties mogen niet ernstiger zijn dan een boetetje van maximaal 450 euro. Dat is te overzien. Want er zijn genoeg halfwits die genoegen nemen met haar in onbegrijpelijk Engels gestelde loze statements en graag hun winkelkarretje volladen in Tinkebells leftover shop. Die meelallen op haar simplistische refrein over hypocrisie. Mensjes aan het denken zetten, grensjes verleggen. Conceptje hier, conceptje daar. Ondertussen schudt Tinkebell de kritiek luchtigjes van zich af, draait haar kat de nek om, kwelt 95 hamsters, dreigt kuikentjes tegen de muur dood te smijten. Loos engagement. Oninteressante kunst. Nog meer dode beesten. Niemand blij. Alleen Kassa Rinkelbell en haar bende van artistiekerige lost boys.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over mijn afkeer van shock art. Van schrille dichtertjes die schreeuwen over de loopgraven, maar zelf van judo af zijn gepest. Van filmmakers die de rauwe realiteit willen tonen, maar nog geen witvisje van de haak durven halen. Van het belachelijke idee dat mensen naar je luisteren als je ze keihard in hun oren schreeuwt.

(Wordt vervolgd)

Published by admin, on January 7th, 2011 at 11:33 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

in 2011

daaaaaahga ik:

- dit weblog regelmatiger bijhouden
- minder tijd verkloten aan rondhangen op sociale netwerken
- twee (niet perse handgeschreven) brieven per maand in een voldoende gefrankeerde envelop de wereld in sturen
- de discipline opbrengen om niet (voor geld) te werken op dagen die ik voor schrijven had gereserveerd
- geen reizen meer maken die meer kosten dan ze opbrengen (ook in overdrachtelijke zin)
- meer lezen, maar nog altijd geen e-book kopen
- mij niet laten ontmoedigen door tegenvallende verkoopresultaten en uitblijvende recensies
- mij minder bekommeren over het ‘literaire gehalte’ van de teksten die ik schrijf
- mijn argwaan aangaande de noodzakelijkheid van sommige tandheelkundige ingrepen niet laten varen
- minder omslachtig formuleren
- serieus onderzoeken of ik bij Univé inderdaad wel zo goedkoop uit ben
- Paul W. terugbellen
- de strijdbijl begraven
- twee nachten slapen voor ik me in een nieuw literair angehaucht project stort

Published by admin, on January 3rd, 2011 at 10:18 am. Filled under: Uncategorized1 Comment

dus en tus

In Onze Taal viel deze week te lezen dat Nederlanders zich steeds minder storen aan dt-fouten. Onderzoek van de Utrechtse communicatiedeskundige Frank Jansen toont aan dat er steeds meer mensen zijn die het geen reedt kan schelen of iemand de regels van ‘t fokschaap beheerst. Tussen een jaar of twintig en twee jaar geleden zou ik hebben gezegd: prima! Wat mij betreft hangt taalvaardigheid niet op een paar spelfouten meer of minder. (Ik heb Nederlands gegeven op een HBO-instelling. Ik weet dat we grotere taalkundige zorgen hebben dan een vuist vol misgespelde d’s en t’s.) Ik vergeleek het altijd graag met het dragen van een gekleed jasje. Er zijn gelegenheden waarbij je moeilijk zonder kunt. Maar ik ben zelf goed in staat te bepalen wie ik voor vol aanzie, jasje of geen jasje. Maar inmiddels denk ik er anders over. Ik heb al op heel veel fronten gezien hoe het opgeven van een bastion dat van wezenlijk belang werd geacht voor onze beschaving werd neergehaald. Die stropdas, inderdaad. Maar denk ook eens aan het vousvoyeren van opa en oma, het volgen van doktersvoorschriften. Allemaal dingen waar de ‘mondige’ moderne mens niet meer in gelooft. Met als gevolg dat een enorm stuk van de rots die onze beschaving was is afgebrokkeld. De diepte van de oceaan ligt nu aan onze voeten. Dat wil niet zeggen dat we er allemaal meteen inspringen, maar het is wel een stuk gemakkelijker geworden. Blijft alert dus. Samen sterk voor onze d’s en t’s! voor het behoud van onze beschaving!

Published by admin, on December 8th, 2010 at 9:05 pm. Filled under: Uncategorized4 Comments

Trouw

trouw

Published by admin, on December 4th, 2010 at 1:35 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

Interview in het Parool

erik-parool-2-dec-2010

Published by admin, on December 2nd, 2010 at 3:12 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments

tranen

steve1Ik heb een vriend die ik al 35 jaar ken. Ik herinner me onze eerste gemeenschappelijke schooldag nog goed. Na schooltijd moest ik knokken tegen Rob Rijneveld. Mijn vriend was erbij. Onderweg naar het pleintje waar het gevecht zou plaatsvinden, kwamen we mijn moeder tegen. Die vroeg me een zak aardappelen die ze net gekocht had mee te nemen. Mijn vriend hield de aardappelen vast, terwijl ik Rob Rijneveld op de grond smeet. Ik ging bovenop hem zitten en wachtte tot iedereen er genoeg van had. Het was geen leuke middag.

Gisteravond speelde die vriend in Paradiso. Ik heb maar 1 eerste herinnering aan hem. Maar wel 1000 latere en veel betere. In één zo’n herinnering kopen we samen bij de muziekwinkel in de Deventer Nieuwstraat voor 165 gulden dezelfde gitaar. Met mij is het muzikaal niks geworden. Maar Loo, zoals die jongen van de zak aardappelen heet, ontwikkelde zich tot een rasmuzikant. Alles wat hij doet, vind ik goed. Laat ik het wat minder zuinig zeggen: alles wat hij doet is goed. Van zijn eerste punkbandje skrap via The Ruby Chain en The Blue Guitars naar het Rigor Mortis Ensemble en zijn optreden in Paradiso, gisteravond. Loo is naast zijn eigen muzikale projecten huurbassist voor diverse grote onafhankelijke musici. Gisteren zag ik hem – voor de derde keer – met Steve Wynn in de kleine zaal van Paradiso (nooit zeggen: ‘poptempel paradiso’!) Van Steve Wynn had ik maar zijdelings gehoord voordat Loo tot zijn band toetrad. De vorige keer speelde Wynn veel nummers van zijn (toen nieuwe) cd ‘Crossing dragon bridge’. Die kocht ik, Steve zette er zijn handtekening op en toen ging ik naar huis.
Het gebeurde in de auto. Eens in de zoveel jaar heb je het gevoel dat een nummer speciaal voor jou is geschreven. Ik had het met Disorder van Joy Division, ‘The Bed’ van Lou Reed en ‘Hey’ van The Pixies en nu gebeurde het met ‘Believe in yourself’. Het gaat me niet eens om de tekst (hoewel mijn zoontje het een prachtig nummer vindt, omdat Wynn zingt dat je in jezelf moet geloven en hij dat een waarheid als 100 koeien vindt). Het gaat me om de toon. Sadder but wiser. Dat in combinatie met 1 tekstfragment. It’s okay if you fall. You stumble, you get up, that’s all.’ Daar krijg ik – zeer letterlijk – tranen van in mijn ogen. Elke keer dat ik het hoor. Het is erg van toepassing op de arme sukkels die mijn roman ‘Een gat in de lucht’ bevolken. Een fijn motto, ik hoor het u denken. Gisteravond heb ik tegen mijn verlegen natuur en angst voor grote beroemdheden in Steve Wynn gevraagd of hij mijn boek wilde signeren. Een gek verzoek. Maar omdat Loo ernaast stond en knikte dat ik goed volk was, deed hij wat ik hem vroeg’.
Met een brede grijns fietste ik door het Vondelpark terug. Er schuilt een meisje van dertien in mij dat voor een hotel posteert in de hoop op een kushand van haar idool.
Een paar jaar geleden zei Loo; ‘heb jij er wel eens bij stilgestaan dat een van ons beiden bij de ander aan het graf zal staan.’ Daar schrok ik toen van. Nu vind ik het eigenlijk vooral een troostrijke gedachte. Als ik eerder ga, hoop ik dattie in de aula de bass line van ‘Believe in yourself’ voor me wil spelen.

Published by admin, on November 26th, 2010 at 11:57 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

mooi als-ie boos is

die Leon de Winter. In een m.i. overtuigend stuk over een huiveringwekkende ontboezeming van filmer George Sluizer schrijft hij: ‘Hij produceerde Bastille, een speelfilm naar mijn roman, en nooit heeft hij te kennen gegeven dat hij getraumatiseerd was door de aanblik van Sharons moordpartij. Geen kik. Geen komma. Ik was in die tijd nog niet de zionistische oorlogshitser die ik nu ben, dus hij had het me gewoon kunnen vertellen. Ik zou onthutst geweest zijn en erelid zijn geworden van het Palestina Comité.’ (…) ‘Na de première heeft Gretta hem gezoend. Ook Dries was heel blij met de film.’
Vooral die zin: “ik was in die tijd nog niet de zionistische oorlogshitser die ik nu ben, dus hij had het me gewoon kunnen vertellen.” Dynamiet.

Lees hier het hele stuk over deze film.

Published by admin, on November 24th, 2010 at 11:23 am. Filled under: UncategorizedNo Comments

Zoals Blackadder al zei:

‘Let’s talk about me for a while’ en over Martien Frijns die TERECHT veel lof krijgt toegezwaaid voor de vormgeving van Woordsoep (nog enkele exemplaren van de eerste druk op voorraad). http://www.afdh.nl/detailboek.aspx?Boek_ID=56
sanders

Published by admin, on November 23rd, 2010 at 6:19 pm. Filled under: UncategorizedNo Comments